Veehouder belangrijkste succesfactor voor verlagen ruw eiwit
Persoonlijke factoren, zoals meer aandacht voor andere doelen, zijn voor veehouders een grotere belemmering voor verlagen van het ruweiwitgehalte in het rantsoen dan bedrijfs- en omgevingsfactoren.
Dit komt naar voren uit de resultaten van een enquête onder de deelnemers aan het project Koe en Eiwit.
Projectdoel (bijna) gehaald
Bij aanvang van het project werd het doel gesteld om het ruweiwitgehalte in het totale rantsoen van melkvee, droge koeien en jongvee te verlagen tot maximaal 155 gram ruw eiwit per kg droge stof. Gemiddeld over alle bedrijven werd dit doel nagenoeg gehaald. Onder de 45 deelnemers en hun begeleiders die het projectdoel niet haalden, werd een enquête gehouden om te achterhalen wat hiervoor volgens hen de belangrijkste belemmeringen waren.
Andere doelen belangrijker
Ongeveer 40 procent van de veehouders en begeleiders beschouwden persoonlijke factoren als de belangrijkste verklaring voor het niet halen van de doelstelling. Zo gaf een groot deel van de veehouders aan dat andere doelen, zoals melkproductie per koe en voerkosten, meer hun aandacht hadden dan het halen van de 155 re. Overigens gaven projectdeelnemers die het doel wel haalden aan dat een hoge productie per koe en beheersen van de voerkosten wel degelijk mogelijk is bij 155 re. Een groot aantal deelnemers zegt bovendien meer te sturen op tankmelkureum dan op re in het rantsoen omdat het tankmelkureum iedere drie dagen actueel is.
Tekort aan voer- en mestopslag belemmert flexibiliteit
Omgevings- en bedrijfsfactoren werden beide door circa 30 procent van de deelnemers en begeleiders als belangrijkste belemmering voor het halen van 155 re genoemd. De belangrijkste belemmerende factoren binnen de bedrijfsvoering zijn beweiding, het niet (kunnen) telen noch aankopen van snijmais en beperkte draagkracht van de grond, waardoor het onder meer lastig is herfstgras goed te benutten. Onvoldoende voeropslag beperkte een deel van de veehouders om flexibel te sturen met ruwvoer. En door onvoldoende mestopslag was het niet voor alle veehouders altijd mogelijk op het juiste moment mest uit te rijden.