woensdag, 23 februari, 2022 Veehouders die via de voederwaarde van ruwvoer willen sturen op een lagere methaanemissie kunnen dit het meest effectief doen door te streven naar mais met veel zetmeel en gras met een laag gehalte NDF. De variatie in emissie tussen de gevoerde graskuilen is gemiddeld echter veel lager dan de variatie in emissie tussen de gevoerde maiskuilen, zo komt naar voren uit onderzoek op de Koeien en Kansenbedrijven. Hoger NDF meer emissieDe hoeveelheid methaan die koeien produceren bij de vertering van graskuil, wordt bepaald door het aandeel celwanden (het NDF-gehalte). Hoe hoger de NDF-fractie, hoe hoger de emissiefactor. Bij maiskuilen is naast het NDF-gehalte met name het zetmeelgehalte van invloed. Meer zetmeel leidt tot een lagere emissie. Overigens is in maiskuilen met veel zetmeel het NDF-gehalte doorgaans relatief laag. Basisrantsoen met 40 procent maisDe methaanemissie is in dit onderzoek uitgedrukt als de emissiefactor in gram methaan per kg droge stof. Naast de samenstelling van de individuele voedermiddelen is ook de samenstelling van het totale rantsoen van invloed op deze emissiefactor. De vertering van rantsoenen met veel mais verloopt namelijk anders dan de vertering van rantsoenen met veel gras. In dit onderzoek zijn berekeningen uitgevoerd aan een basisrantsoen met 60 procent graskuil en 40 procent maiskuil. Meer variatie in maisDe emissiefactor van de 134 graskuilen die in 2021 op de Koeien en Kansenbedrijven werden aangelegd varieerde tussen de 16 en 24. De gemiddelde emissiefactor voor de gevoerde graskuil op de bedrijven, berekend op basis van het aandeel van de verschillende kuilen in de totale voorraad, was 20,4 en varieerde tussen de 19,4 en 21,6 gram methaan per kg droge stof. De emissiefactor van de maiskuilen varieerde tussen de 13,5 en 23,5. Wordt per bedrijf een gewogen gemiddelde berekend voor de gevoerde mais, dan is de gemiddelde emissiefactor 17,4 en varieert deze tussen 14,9 en 20,2. De variatie in methaanemissie is tussen maiskuilen dan ook duidelijk groter dan tussen graskuilen.
0 reacties
|
Zetmeelgehalte mais meest bepalend voor methaanemissie ruwvoer
![]() |
Veehouders die via de voederwaarde van ruwvoer willen sturen op een lagere methaanemissie kunnen dit het meest effectief doen door te streven naar mais met veel zetmeel en gras met een laag gehalte NDF.
De variatie in emissie tussen de gevoerde graskuilen is gemiddeld echter veel lager dan de variatie in emissie tussen de gevoerde maiskuilen, zo komt naar voren uit onderzoek op de Koeien en Kansenbedrijven.
Hoger NDF meer emissie
De hoeveelheid methaan die koeien produceren bij de vertering van graskuil, wordt bepaald door het aandeel celwanden (het NDF-gehalte). Hoe hoger de NDF-fractie, hoe hoger de emissiefactor. Bij maiskuilen is naast het NDF-gehalte met name het zetmeelgehalte van invloed. Meer zetmeel leidt tot een lagere emissie. Overigens is in maiskuilen met veel zetmeel het NDF-gehalte doorgaans relatief laag.
Basisrantsoen met 40 procent mais
De methaanemissie is in dit onderzoek uitgedrukt als de emissiefactor in gram methaan per kg droge stof. Naast de samenstelling van de individuele voedermiddelen is ook de samenstelling van het totale rantsoen van invloed op deze emissiefactor. De vertering van rantsoenen met veel mais verloopt namelijk anders dan de vertering van rantsoenen met veel gras. In dit onderzoek zijn berekeningen uitgevoerd aan een basisrantsoen met 60 procent graskuil en 40 procent maiskuil.
Meer variatie in mais
De emissiefactor van de 134 graskuilen die in 2021 op de Koeien en Kansenbedrijven werden aangelegd varieerde tussen de 16 en 24. De gemiddelde emissiefactor voor de gevoerde graskuil op de bedrijven, berekend op basis van het aandeel van de verschillende kuilen in de totale voorraad, was 20,4 en varieerde tussen de 19,4 en 21,6 gram methaan per kg droge stof. De emissiefactor van de maiskuilen varieerde tussen de 13,5 en 23,5. Wordt per bedrijf een gewogen gemiddelde berekend voor de gevoerde mais, dan is de gemiddelde emissiefactor 17,4 en varieert deze tussen 14,9 en 20,2. De variatie in methaanemissie is tussen maiskuilen dan ook duidelijk groter dan tussen graskuilen.
REAGEER