Symposium: rantsoen speelt cruciale rol in transitieperiode


In een internationaal symposium werden recente onderzoeken over de rol van rantsoenen op diergezondheid besproken
donderdag, 25 maart, 2021

De transitieperiode blijft een belangrijk onderzoeksthema in de internationale melkveewetenschap. Tijdens het International Symposium on Dairy Cattle Nutrition, dat vanmiddag digitaal werd gehouden, gingen wetenschappers in op energiemetabolisme, onder andere in de transitieperiode.

De Amerikaanse professor Chris Reynold van University of Reading trapte de online bijeenkomst af met een onderzoek over eiwitreductie in het rantsoen. ‘Vroeger werd met een ruime veiligheidsmarge eiwit in het rantsoen aangeboden, maar huidige druk vanuit economie en milieu vraagt om een reductie van eiwit in het rantsoen’, aldus Reynold. ‘Bij een lager eiwitgehalte zien we dat de eiwitefficiëntie hoger is. Hierbij speelt zetmeel in het rantsoen een cruciale rol.’

Volgens de professor is een rantsoen met laag eiwit precisiewerk, vooral omdat het eiwitgehalte binnen een graskuil al flink kan variëren. ‘Tijdens de studie vonden we door de maanden heen grote verschillen in hoeveelheid eiwit, wat vraagt om constant bijsturen. Een rantsoen met te weinig eiwit heeft namelijk ook gevolgen voor onder andere drachtige koeien en het ontwikkelende kalf.’ 

Meer vezels, meer methaan

Jan Dijkstra, onderzoeker rundveevoeding bij Wageningen University, ging kort in op de rol van ruwvoer in het rantsoen op methaanemissie. ‘Er is een relatie tussen het drogestofgehalte in graskuil en methaanuitstoot van de koe. Als je jong bladrijk gras vergelijkt met stengeliger gras van later in het seizoen, dan zie je dat bij jonger gras de koe meer melk produceert én minder methaan.’

Zo was de meetmelkproductie in het onderzoek bij jong gras 29,9 kg en bij gras later uit het seizoen 26,4 kg. De methaanemissie per kg droge stof kwam uit op respectievelijk 27,5 gram en 36,8 gram. Kwaliteitskuil is daarom volgens Dijkstra de sleutel voor lagere methaanemissie. 

Slechte kuil funest voor koe in transitie

Melanie Schären van University of Leipzig ging meer in op de rol van kuilkwaliteit in de transitieperiode. Ze vertelde over nieuwe inzichten die zijn verkregen bij een onderzoek naar stofwisseling in de lever. In het onderzoek kwam naar voren dat koeien die in een bepaalde periode (februari tot juni 2016) in transitie waren, met een hogere conditiescore begonnen en met een lagere conditiescore eindigden dan de koeien in andere periodes.

‘Daarnaast hadden deze koeien een lagere melkproductie dan de koeien die in andere periodes kalfden. Ook hadden deze koeien significant vaker last van gezondheidsproblemen’, aldus Schären. ‘De oorzaak hiervan vonden we terug in het droogstandsrantsoen. Tussen februari en juni zijn in totaal vier verschillende graskuilen gevoerd aan de droge koeien. In een van die kuilen zat een significant hoger gehalte aan ruw as en een van de kuilen was van een jaar eerder. Er was een duidelijk verband tussen rantsoen en diergezondheid in de transitieperiode.’

Transitieperiodes omzeilen

Onderzoeker Roselinde Goselink van Wageningen Livestock Research ging in op het belang van levergezondheid voor levensduur. Een gezonde lever speelt namelijk een grote rol in het metabolisme van de koe en daarmee op de gehele gezondheid van de koe. 

Ariëtte van Knegsel en Akke Kok, beiden onderzoekers van Wageningen University, stellen dat om gezondheidsproblemen te voorkomen ook ingezet kan worden op het vermijden van transitieperiodes door koeien niet meer droog te zetten. Of door koeien te duurmelken en zo het aantal transities dat de koe doormaakt te verminderen. In juni 2019 stond in Veeteelt een verhaal over dit onderzoek, dat is na te lezen via deze link
 


0 reacties

In een internationaal symposium werden recente onderzoeken over de rol van rantsoenen op diergezondheid besproken
donderdag, 25 maart, 2021

De transitieperiode blijft een belangrijk onderzoeksthema in de internationale melkveewetenschap. Tijdens het International Symposium on Dairy Cattle Nutrition, dat vanmiddag digitaal werd gehouden, gingen wetenschappers in op energiemetabolisme, onder andere in de transitieperiode.

De Amerikaanse professor Chris Reynold van University of Reading trapte de online bijeenkomst af met een onderzoek over eiwitreductie in het rantsoen. ‘Vroeger werd met een ruime veiligheidsmarge eiwit in het rantsoen aangeboden, maar huidige druk vanuit economie en milieu vraagt om een reductie van eiwit in het rantsoen’, aldus Reynold. ‘Bij een lager eiwitgehalte zien we dat de eiwitefficiëntie hoger is. Hierbij speelt zetmeel in het rantsoen een cruciale rol.’

Volgens de professor is een rantsoen met laag eiwit precisiewerk, vooral omdat het eiwitgehalte binnen een graskuil al flink kan variëren. ‘Tijdens de studie vonden we door de maanden heen grote verschillen in hoeveelheid eiwit, wat vraagt om constant bijsturen. Een rantsoen met te weinig eiwit heeft namelijk ook gevolgen voor onder andere drachtige koeien en het ontwikkelende kalf.’ 

Meer vezels, meer methaan

Jan Dijkstra, onderzoeker rundveevoeding bij Wageningen University, ging kort in op de rol van ruwvoer in het rantsoen op methaanemissie. ‘Er is een relatie tussen het drogestofgehalte in graskuil en methaanuitstoot van de koe. Als je jong bladrijk gras vergelijkt met stengeliger gras van later in het seizoen, dan zie je dat bij jonger gras de koe meer melk produceert én minder methaan.’

Zo was de meetmelkproductie in het onderzoek bij jong gras 29,9 kg en bij gras later uit het seizoen 26,4 kg. De methaanemissie per kg droge stof kwam uit op respectievelijk 27,5 gram en 36,8 gram. Kwaliteitskuil is daarom volgens Dijkstra de sleutel voor lagere methaanemissie. 

Slechte kuil funest voor koe in transitie

Melanie Schären van University of Leipzig ging meer in op de rol van kuilkwaliteit in de transitieperiode. Ze vertelde over nieuwe inzichten die zijn verkregen bij een onderzoek naar stofwisseling in de lever. In het onderzoek kwam naar voren dat koeien die in een bepaalde periode (februari tot juni 2016) in transitie waren, met een hogere conditiescore begonnen en met een lagere conditiescore eindigden dan de koeien in andere periodes.

‘Daarnaast hadden deze koeien een lagere melkproductie dan de koeien die in andere periodes kalfden. Ook hadden deze koeien significant vaker last van gezondheidsproblemen’, aldus Schären. ‘De oorzaak hiervan vonden we terug in het droogstandsrantsoen. Tussen februari en juni zijn in totaal vier verschillende graskuilen gevoerd aan de droge koeien. In een van die kuilen zat een significant hoger gehalte aan ruw as en een van de kuilen was van een jaar eerder. Er was een duidelijk verband tussen rantsoen en diergezondheid in de transitieperiode.’

Transitieperiodes omzeilen

Onderzoeker Roselinde Goselink van Wageningen Livestock Research ging in op het belang van levergezondheid voor levensduur. Een gezonde lever speelt namelijk een grote rol in het metabolisme van de koe en daarmee op de gehele gezondheid van de koe. 

Ariëtte van Knegsel en Akke Kok, beiden onderzoekers van Wageningen University, stellen dat om gezondheidsproblemen te voorkomen ook ingezet kan worden op het vermijden van transitieperiodes door koeien niet meer droog te zetten. Of door koeien te duurmelken en zo het aantal transities dat de koe doormaakt te verminderen. In juni 2019 stond in Veeteelt een verhaal over dit onderzoek, dat is na te lezen via deze link
 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.