Praktijkcijfers tonen potentie voor bedrijfsspecifiek bemesten


Over de afgelopen zeven jaar zou tachtig procent van de zandgrondbedrijven voordeel hebben gehad van bedrijfsspecifieke normen voor stikstof en fosfaat
vrijdag, 25 september, 2020

Toepassen van bedrijfsspecifieke bemestingsnormen voor fosfaat en stikstof zou, gemiddeld over de afgelopen drie jaar, voordeel hebben geboden aan ongeveer de helft van de melkveebedrijven.

Als gekeken wordt naar een langjarig gemiddelde is het voordeel echter veel groter. Dit verschil is vooral zichtbaar op zandgrond en wordt veroorzaakt door de droogte in 2018 en 2019. Dit vertelde Jaap Gielen specialist melkveehouderij bij Countus in een webinar over bedrijfsspecifieke bemestingsnormen. Gielen begeleidde diverse studiegroepen in Vruchtbare Kringloopprojecten en is ook nauw betrokken bij de zogenaamde BES-pilot, waarin de afkorting BES staat voor Bedrijfseigen Stikstofbenutting dierlijke mest.

Meer opbrengst, meer mest

De gedachte achter bedrijfsspecifiek bemesten is dat melkveehouders die meer gras en mais van hun land halen, ook meer moeten kunnen bemesten dan volgens de generieke normen. Dit uitgangspunt wordt in de praktijk getest in de BES-pilot. Op basis van de gemiddelde gerealiseerde gewasopbrengst in de afgelopen drie jaar en de fosfaat/stikstofverhouding in de mest wordt in de BES-pilot voor ieder bedrijf een eigen bemestingsnorm voor fosfaat en stikstof uit dierlijke mest berekend. Hiervoor wordt stikstofruimte uit kunstmest ingeleverd.

Voordeel voor helft bedrijven

Gielen rekende cijfers door uit de KringloopWijzer over 2017, 2018 en 2019 van ruim 600 bedrijven die deelnemen aan Vruchtbare Kringloopprojecten in Noord-Nederland, Overijssel, Flevoland en de Achterhoek. Gemiddeld zou ongeveer de helft van de bedrijven in deze jaren voordeel hebben gehad bij bedrijfsspecifiek bemesten. De veehouders op kleigrond zouden op basis van de BES-systematiek gemiddeld 35 kilo stikstof extra uit dierlijke mest mogen geven, waarbij ze 51 kilo stikstof uit kunstmest zouden moeten inleveren. Op veengrond zou het gaan om respectievelijk 26 en 69 kilo stikstof. Voor zandgrondbedrijven pakt de bedrijfsspecifieke berekening minder gunstig uit. Hier zou gemiddeld 5 kilo stikstof uit dierlijke mest plus 34 kilo stikstof uit kunstmest moeten worden ingeleverd.

Grote invloed droogte

Volgens Gielen worden de resultaten over de afgelopen drie jaar sterk beïnvloed door de droogte, met name op de zandgrondbedrijven. Om hier inzicht in te krijgen rekende hij de cijfers door over de jaren 2013 tot en met 2019 van de deelnemers aan de Vruchtbare Kringloop Achterhoek. Hieruit komt een heel ander beeld naar voren. ‘Tachtig procent van deze bedrijven zou in deze periode voordeel hebben gehad van bedrijfsspecifieke bemestingsnormen’, vertelde Gielen. ‘Gemiddeld zou 30 kilo extra stikstof uit dierlijke mest aangewend mogen worden tegen inlevering van 60 kilo stikstof uit kunstmest.’

Uitdaging en potentie groot

‘Bedrijfsspecifiek bemesten zet veehouders voor de grote uitdaging om met minder stikstof eenzelfde of hogere gewasopbrengst te realiseren’, concludeert Gielen. ‘Maar uit een poll onder de deelnemers van de webinar blijkt dat veel veehouders hierin best ver durven gaan. Het biedt ook een enorme potentie om extra ruimte te realiseren voor de inzet van dierlijke mest op het eigen bedrijf. En de Koeien en Kansenbedrijven die hier al meer ervaring mee hebben, laten zien dat beperken van stikstofverliezen naar de lucht en bodem goed mogelijk is door toepassing van goede landbouwpraktijk.’

 

 


0 reacties

Over de afgelopen zeven jaar zou tachtig procent van de zandgrondbedrijven voordeel hebben gehad van bedrijfsspecifieke normen voor stikstof en fosfaat
vrijdag, 25 september, 2020

Toepassen van bedrijfsspecifieke bemestingsnormen voor fosfaat en stikstof zou, gemiddeld over de afgelopen drie jaar, voordeel hebben geboden aan ongeveer de helft van de melkveebedrijven.

Als gekeken wordt naar een langjarig gemiddelde is het voordeel echter veel groter. Dit verschil is vooral zichtbaar op zandgrond en wordt veroorzaakt door de droogte in 2018 en 2019. Dit vertelde Jaap Gielen specialist melkveehouderij bij Countus in een webinar over bedrijfsspecifieke bemestingsnormen. Gielen begeleidde diverse studiegroepen in Vruchtbare Kringloopprojecten en is ook nauw betrokken bij de zogenaamde BES-pilot, waarin de afkorting BES staat voor Bedrijfseigen Stikstofbenutting dierlijke mest.

Meer opbrengst, meer mest

De gedachte achter bedrijfsspecifiek bemesten is dat melkveehouders die meer gras en mais van hun land halen, ook meer moeten kunnen bemesten dan volgens de generieke normen. Dit uitgangspunt wordt in de praktijk getest in de BES-pilot. Op basis van de gemiddelde gerealiseerde gewasopbrengst in de afgelopen drie jaar en de fosfaat/stikstofverhouding in de mest wordt in de BES-pilot voor ieder bedrijf een eigen bemestingsnorm voor fosfaat en stikstof uit dierlijke mest berekend. Hiervoor wordt stikstofruimte uit kunstmest ingeleverd.

Voordeel voor helft bedrijven

Gielen rekende cijfers door uit de KringloopWijzer over 2017, 2018 en 2019 van ruim 600 bedrijven die deelnemen aan Vruchtbare Kringloopprojecten in Noord-Nederland, Overijssel, Flevoland en de Achterhoek. Gemiddeld zou ongeveer de helft van de bedrijven in deze jaren voordeel hebben gehad bij bedrijfsspecifiek bemesten. De veehouders op kleigrond zouden op basis van de BES-systematiek gemiddeld 35 kilo stikstof extra uit dierlijke mest mogen geven, waarbij ze 51 kilo stikstof uit kunstmest zouden moeten inleveren. Op veengrond zou het gaan om respectievelijk 26 en 69 kilo stikstof. Voor zandgrondbedrijven pakt de bedrijfsspecifieke berekening minder gunstig uit. Hier zou gemiddeld 5 kilo stikstof uit dierlijke mest plus 34 kilo stikstof uit kunstmest moeten worden ingeleverd.

Grote invloed droogte

Volgens Gielen worden de resultaten over de afgelopen drie jaar sterk beïnvloed door de droogte, met name op de zandgrondbedrijven. Om hier inzicht in te krijgen rekende hij de cijfers door over de jaren 2013 tot en met 2019 van de deelnemers aan de Vruchtbare Kringloop Achterhoek. Hieruit komt een heel ander beeld naar voren. ‘Tachtig procent van deze bedrijven zou in deze periode voordeel hebben gehad van bedrijfsspecifieke bemestingsnormen’, vertelde Gielen. ‘Gemiddeld zou 30 kilo extra stikstof uit dierlijke mest aangewend mogen worden tegen inlevering van 60 kilo stikstof uit kunstmest.’

Uitdaging en potentie groot

‘Bedrijfsspecifiek bemesten zet veehouders voor de grote uitdaging om met minder stikstof eenzelfde of hogere gewasopbrengst te realiseren’, concludeert Gielen. ‘Maar uit een poll onder de deelnemers van de webinar blijkt dat veel veehouders hierin best ver durven gaan. Het biedt ook een enorme potentie om extra ruimte te realiseren voor de inzet van dierlijke mest op het eigen bedrijf. En de Koeien en Kansenbedrijven die hier al meer ervaring mee hebben, laten zien dat beperken van stikstofverliezen naar de lucht en bodem goed mogelijk is door toepassing van goede landbouwpraktijk.’

 

 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.