Intensieve bedrijfsvoering gunstig voor broeikasgasemissie


Op bedrijven met de laagste broeikasgasemissie per kg meetmelk gaven de koeien gemiddeld 800 kg meer melk
woensdag, 20 april, 2022

Melkveebedrijven met een intensieve bedrijfsvoering, een hoge productie per koe en relatief veel energie in het rantsoen, scoren gunstig op de uitstoot van broeikasgassen per kg melk.

Dit blijkt uit een analyse van de cijfers uit de KringloopWijzers van ruim 12.000 bedrijven uit 2020, uitgevoerd door onderzoekers van Wageningen Livestock Research.

19.500 versus 16.600 kg melk per hectare

De onderzoekers vergeleken een groot aantal kengetallen uit de bedrijfsvoering van de 10 procent bedrijven met de laagste broeikasgasemissie per kilogram meetmelk met die van de andere 90 procent van de bedrijven. De koeien op de bedrijven met de laagste emissies gaven gemiddeld ruim 800 kg meer melk. Deze groep bedrijven produceerde bovendien gemiddeld 19.500 kg melk per hectare, waar voor de overige 90 procent van de bedrijven dit kengetal op gemiddeld 16.600 kg melk per hectare lag.

Tien procent meer vem

De onderzoekers vonden ook duidelijke verschillen in rantsoenen. Op de bedrijven met lage emissies was het aandeel snijmais gemiddelde 24,4 procent tegen 17,7 procent bij de overige bedrijven. Daarbij voerden de lage-emissiebedrijven graskuil met gemiddeld 919,4 vem per kg ds (897,6 voor de overige bedrijven). Hierdoor was het vem-gehalte van het totale rantsoen circa 10 procent hoger, ondanks dat er 2,7 kg minder krachtvoer per 100 kg melk werd gevoerd.

Minder weidegang, minder broeikasgas

De bedrijven met de laagste emissies bemestten circa 40 stikstof minder per hectare productiegrasland en de koeien kregen bijna 300 uren minder weidegang per jaar. Door een lagere verhouding tussen het aandeel ruw eiwit en kvem in het rantsoen was ook het gemiddelde ureumgetal lager. Een belangrijke verklarende factor voor de verschillen tussen de bedrijven is de CO2-voetafdruk van het aangekochte krachtvoer. Deze was op de bedrijven met de laagste emissies circa 25 procent lager. Ook voerden deze bedrijven zowel gras- als maiskuil met een wat lagere berekende methaanemissie.

Aandeel veengrond sterk bepalend

Het aandeel veengrond bleek grote invloed te hebben op de broeikasgasemissie per kg melk. De onderzoekers maakten daarom ook een aparte vergelijking voor bedrijven op veengrond. Hierbij kwamen vergelijkbare resultaten naar voren. Ook op veengrond bleken een intensievere bedrijfsvoering, een hogere productie per koe en een energierijker rantsoen gunstig voor de uitstoot van broeikasgassen per kg melk.

De belangrijkste conclusies uit de analyse zijn hier terug te lezen. Klik in de publicatie op + aanvullende tabellen voor alle cijfers.



Op bedrijven met de laagste broeikasgasemissie per kg meetmelk gaven de koeien gemiddeld 800 kg meer melk
woensdag, 20 april, 2022

Melkveebedrijven met een intensieve bedrijfsvoering, een hoge productie per koe en relatief veel energie in het rantsoen, scoren gunstig op de uitstoot van broeikasgassen per kg melk.

Dit blijkt uit een analyse van de cijfers uit de KringloopWijzers van ruim 12.000 bedrijven uit 2020, uitgevoerd door onderzoekers van Wageningen Livestock Research.

19.500 versus 16.600 kg melk per hectare

De onderzoekers vergeleken een groot aantal kengetallen uit de bedrijfsvoering van de 10 procent bedrijven met de laagste broeikasgasemissie per kilogram meetmelk met die van de andere 90 procent van de bedrijven. De koeien op de bedrijven met de laagste emissies gaven gemiddeld ruim 800 kg meer melk. Deze groep bedrijven produceerde bovendien gemiddeld 19.500 kg melk per hectare, waar voor de overige 90 procent van de bedrijven dit kengetal op gemiddeld 16.600 kg melk per hectare lag.

Tien procent meer vem

De onderzoekers vonden ook duidelijke verschillen in rantsoenen. Op de bedrijven met lage emissies was het aandeel snijmais gemiddelde 24,4 procent tegen 17,7 procent bij de overige bedrijven. Daarbij voerden de lage-emissiebedrijven graskuil met gemiddeld 919,4 vem per kg ds (897,6 voor de overige bedrijven). Hierdoor was het vem-gehalte van het totale rantsoen circa 10 procent hoger, ondanks dat er 2,7 kg minder krachtvoer per 100 kg melk werd gevoerd.

Minder weidegang, minder broeikasgas

De bedrijven met de laagste emissies bemestten circa 40 stikstof minder per hectare productiegrasland en de koeien kregen bijna 300 uren minder weidegang per jaar. Door een lagere verhouding tussen het aandeel ruw eiwit en kvem in het rantsoen was ook het gemiddelde ureumgetal lager. Een belangrijke verklarende factor voor de verschillen tussen de bedrijven is de CO2-voetafdruk van het aangekochte krachtvoer. Deze was op de bedrijven met de laagste emissies circa 25 procent lager. Ook voerden deze bedrijven zowel gras- als maiskuil met een wat lagere berekende methaanemissie.

Aandeel veengrond sterk bepalend

Het aandeel veengrond bleek grote invloed te hebben op de broeikasgasemissie per kg melk. De onderzoekers maakten daarom ook een aparte vergelijking voor bedrijven op veengrond. Hierbij kwamen vergelijkbare resultaten naar voren. Ook op veengrond bleken een intensievere bedrijfsvoering, een hogere productie per koe en een energierijker rantsoen gunstig voor de uitstoot van broeikasgassen per kg melk.

De belangrijkste conclusies uit de analyse zijn hier terug te lezen. Klik in de publicatie op + aanvullende tabellen voor alle cijfers.



Reacties


REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.