Een op vijf maistelers oogst meer dan 20 ton mais per ha


Bij de keuze voor een maisras blijkt zetmeelopbrengst en voederwaarde het belangrijkste
dinsdag, 13 april, 2021

Uit de MaisScan, een marktonderzoek uitgevoerd door Geelen Consultancy uit Wageningen, blijkt dat 20 procent van de 830 maistelers die deelnamen aan het onderzoek erin slaagden een drogestofopbrengst van 20 ton of meer per ha te oogsten. 

In het onderzoek werden maistelers gevraagd naar opbrengstcijfers, raskeuze, de zaai- en oogsttijd van mais, het telen van vanggewassen en derogatie. De onderzoekscijfers zijn ingedeeld per regio: noord, midden en zuid. Het merendeel van de respondenten gaf aan dat ze een maisras kiezen op basis van korrel- of zetmeelopbrengst en op voederwaarde. Ook de drogestofopbrengst werd vaak genoemd. 

Regionale verschillen in opbrengst

In het noorden van Nederland lijkt de drogestofopbrengst iets lager te zijn geweest dan in Midden- en Zuid-Nederland. In Midden en Zuid wordt een opbrengst van rond de 18 ton het vaakst genoemd, terwijl maistelers in Noord-Nederland vaker ongeveer 17 ton droge stof hebben geoogst. Van alle respondenten heeft bijna 20 procent 15 ton of minder droge stof per ha geoogst.

Vanggewas nazaaien

De regionale verschillen zijn ook terug te zien in het oogstmoment. Bijna 60 procent van de maistelers in Noord-Nederland die deelnamen aan het onderzoeken, oogsten na 30 september. Dit is terug te zien in de resultaten over vanggewassen. In Noord-Nederland kiest ruim de helft van de respondenten voor onderzaai, terwijl in Midden- en Zuid-Nederland ruim 60 procent kiest voor nazaai. Als vanggewas wordt het meeste gekozen voor Italiaans raaigras en winterrogge. 
 


0 reacties

Bij de keuze voor een maisras blijkt zetmeelopbrengst en voederwaarde het belangrijkste
dinsdag, 13 april, 2021

Uit de MaisScan, een marktonderzoek uitgevoerd door Geelen Consultancy uit Wageningen, blijkt dat 20 procent van de 830 maistelers die deelnamen aan het onderzoek erin slaagden een drogestofopbrengst van 20 ton of meer per ha te oogsten. 

In het onderzoek werden maistelers gevraagd naar opbrengstcijfers, raskeuze, de zaai- en oogsttijd van mais, het telen van vanggewassen en derogatie. De onderzoekscijfers zijn ingedeeld per regio: noord, midden en zuid. Het merendeel van de respondenten gaf aan dat ze een maisras kiezen op basis van korrel- of zetmeelopbrengst en op voederwaarde. Ook de drogestofopbrengst werd vaak genoemd. 

Regionale verschillen in opbrengst

In het noorden van Nederland lijkt de drogestofopbrengst iets lager te zijn geweest dan in Midden- en Zuid-Nederland. In Midden en Zuid wordt een opbrengst van rond de 18 ton het vaakst genoemd, terwijl maistelers in Noord-Nederland vaker ongeveer 17 ton droge stof hebben geoogst. Van alle respondenten heeft bijna 20 procent 15 ton of minder droge stof per ha geoogst.

Vanggewas nazaaien

De regionale verschillen zijn ook terug te zien in het oogstmoment. Bijna 60 procent van de maistelers in Noord-Nederland die deelnamen aan het onderzoeken, oogsten na 30 september. Dit is terug te zien in de resultaten over vanggewassen. In Noord-Nederland kiest ruim de helft van de respondenten voor onderzaai, terwijl in Midden- en Zuid-Nederland ruim 60 procent kiest voor nazaai. Als vanggewas wordt het meeste gekozen voor Italiaans raaigras en winterrogge. 
 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.