vrijdag, 7 februari, 2020 Bedrijven die continuteelt van snijmais toepassen, moeten serieus aandacht schenken aan het vanggewas om ervoor te zorgen dat het organischestofgehalte in de bodem op peil blijft. Dat vertelde Herman van Schooten, onderzoeker bij Wageningen UR, tijdens een bijeenkomst van de Commissie Grasland en Voedergewassen in Nijkerk. ‘Organische stof is de motor van de bodem. Om het percentage organische stof in balans te houden moet bij maisteelt jaarlijks 400 kg droge stof per hectare worden aangevuld’, aldus Van Schooten. ‘Als je geen wisselteelt toepast, moet die aanlevering komen via vanggewas, maar zorg er dan voor dat je met het vanggewas omgaat als een groenbemester.’ Maisteelt duurt maar vijf maandenVan Schooten brak tijdens de bijeenkomst een lans voor groenbemesters in combinatie met maisteelt. ‘Maisteelt betekent eigenlijk dat er maar vijf maanden per jaar mais groeit. De andere maanden kun je dus benutten voor een groenbemester, waarbij je de groeimomenten zo goed mogelijk moet zien te benutten.’ Dat betekent volgens Van Schooten zo snel mogelijk het vanggewas zaaien na de maisteelt. ‘Elke week later zaaien betekent een 10 kg lagere opname van stikstof.’ Investering in de bodem voor lange termijnOok het bewerken van de groenbemester in het voorjaar vraagt volgens Van Schooten om vakmanschap. ‘Telen is één ding, benutten van het organische stof een heel ander verhaal. Zorg ervoor dat je het vanggewas verkleint en in de toplaag van de bodem vermengt voor een goede omzetting. Begin daar tijdig mee, omstreeks half maart, zodat de vertering kan starten.’ De groenbemester stuk frezen of bewerken met een schijveneg zijn volgens Van Schooten goede methoden. ‘Wanneer er echt een goed vanggewas staat, dan is een simpele cultivator niet genoeg. Bedenk ook dat een groenbemester een investering is in de bodem voor de lange termijn.’
0 reacties
|
Continuteelt mais vraagt om serieuze aandacht vanggewas
Bedrijven die continuteelt van snijmais toepassen, moeten serieus aandacht schenken aan het vanggewas om ervoor te zorgen dat het organischestofgehalte in de bodem op peil blijft. Dat vertelde Herman van Schooten, onderzoeker bij Wageningen UR, tijdens een bijeenkomst van de Commissie Grasland en Voedergewassen in Nijkerk.
‘Organische stof is de motor van de bodem. Om het percentage organische stof in balans te houden moet bij maisteelt jaarlijks 400 kg droge stof per hectare worden aangevuld’, aldus Van Schooten. ‘Als je geen wisselteelt toepast, moet die aanlevering komen via vanggewas, maar zorg er dan voor dat je met het vanggewas omgaat als een groenbemester.’
Maisteelt duurt maar vijf maanden
Van Schooten brak tijdens de bijeenkomst een lans voor groenbemesters in combinatie met maisteelt. ‘Maisteelt betekent eigenlijk dat er maar vijf maanden per jaar mais groeit. De andere maanden kun je dus benutten voor een groenbemester, waarbij je de groeimomenten zo goed mogelijk moet zien te benutten.’
Dat betekent volgens Van Schooten zo snel mogelijk het vanggewas zaaien na de maisteelt. ‘Elke week later zaaien betekent een 10 kg lagere opname van stikstof.’
Investering in de bodem voor lange termijn
Ook het bewerken van de groenbemester in het voorjaar vraagt volgens Van Schooten om vakmanschap. ‘Telen is één ding, benutten van het organische stof een heel ander verhaal. Zorg ervoor dat je het vanggewas verkleint en in de toplaag van de bodem vermengt voor een goede omzetting. Begin daar tijdig mee, omstreeks half maart, zodat de vertering kan starten.’
De groenbemester stuk frezen of bewerken met een schijveneg zijn volgens Van Schooten goede methoden. ‘Wanneer er echt een goed vanggewas staat, dan is een simpele cultivator niet genoeg. Bedenk ook dat een groenbemester een investering is in de bodem voor de lange termijn.’
REAGEER