Lijn- en koolzaad verlagen methaan zonder melkverlies
Het voeren van lijn- en koolzaad kan ook melkveehouders met grasrijke rantsoenen helpen om de methaanemissie op hun bedrijf terug te dringen, zonder productieverlies.
Dagelijks 400 gram ruw vet uit geëxtrudeerd lijnzaad voeren vermindert de methaanemissie met vijf procent. Dat effect blijft behouden bij een hoger aandeel gras in het rantsoen. Wanneer 44 procent van het lijnzaad wordt vervangen door goedkoper koolzaad, loopt de reductie zelfs op tot elf procent. De melkproductie bleef in beide proeven gelijk. Dat blijkt uit een promotieonderzoek van Joni Van Mullem aan het ILVO en de Universiteit Gent.
Meer vet, minder fermenteerbaar voeder
Eerdere onderzoeken toonden aan dat rantsoenen met veel gras gepaard gaan met hogere methaanemissies. Ook zou meer gras in het rantsoen de reductie door vetten en additieven verminderen.
‘We zien dat melkveehouders het rantsoen aanpassen aan een constante hoeveelheid energie en eiwit. Meer vet betekent daardoor in de praktijk minder fermenteerbaar voeder, waardoor er in de pens ook minder methaan gevormd wordt’, legt Van Mullem uit.
Kastanjetwijgen: 94 procent methaanreductie
De onderzoekster ontdekte ook dat kruiden en vlinderbloemigen in de kuil de enterische emissies niet negatief beïnvloeden. Daarnaast toonde ze aan dat verschillende wilde planten een matig tot sterk methaanreducerend effect hebben. Zo leveren jonge twijgen van de tamme kastanje in het laboratorium 94 procent methaanreductie op.
Van Mullem plaatst wel een kanttekening bij die resultaten. ‘Door de lage verteerbaarheid van deze planten zijn de resultaten niet meteen toepasbaar in de praktijk, maar de laboproeven zijn veelbelovend. Zeker voor biologische melkveehouders die weinig andere maatregelen hebben, is dit een piste die verder onderzocht moet worden.’