Melkureum beter bruikbaar als indicator voor ammoniakemissie dan TAN
Het melkureum is een goede parameter om de ammoniakverliezen naar het milieu in te schatten. Dit concluderen de adviesbureaus Terug naar de basis Advies en K&G Advies.
Boeren en collectieven in de provincie Utrecht vroegen hen te onderzoeken of het melkureum bruikbaar is als geborgde methode en indicator voor de ammoniakemissie van melkveebedrijven. Lees hier hun complete advies.
Invloed weidegang en vem-waarden vers gras op TAN
Uit internationaal onderzoek blijkt dat er een sterke relatie is tussen ureum en stikstofverlies via de urine van melkkoeien (wat kan leiden tot ammoniakemissie). Toch is er in de wetenschap geen algehele consensus over de bruikbaarheid van ureum als indicator voor ammoniakverliezen. Onderzoekers van Universiteit Wageningen geven de voorkeur aan TAN, Total Ammoniacal Nitrogen ofwel Totaal Ammoniakale Stikstof. Dat is een berekend kengetal dat rekening houdt met de hoeveelheid ruw eiwit die koeien opnemen.
Harm Rijneveld, adviseur bij Terug naar de basis Advies, legt uit waarom hij kritisch is op TAN. ‘Het is niet bruikbaar in de boerenpraktijk omdat de data in de KringloopWijzer onvoldoende geborgd zijn.’ Hij zegt dat er aannames zijn die sterke invloed hebben op de berekening van TAN. ‘Denk aan de berekening van het ruweiwitgehalte in het verse gras, de standaardwaarden van het vem-gehalte in vers gras, de beïnvloeding van de uren weidegang en de aanwezige voorraden in de kuil. Verder is het niet verplicht om alle aanwezige kuilen te bemonsteren en is er geen controle op de ingevoerde data in de KringloopWijzer.’
Harm Rijneveld, adviseur Terug naar de basis:Het ureum is bij een hogere productie per koe makkelijker te sturen
Streeftabel toelaatbaar ureum
De adviesbureaus pleiten voor een streeftabel voor de maximale ureumproductie per koe per jaar op melkveebedrijven. Om recht te doen aan verschillen in productie, weidegang en mogelijkheden in aankoop van bijproducten en krachtvoer loopt het toelaatbare ureum op (zie tabel 1). Want hoe hoger de productie, hoe meer mogelijkheden de veehouder heeft om het melkureum te verlagen. Een hogere productie geeft meer totale ureumproductie per koe per jaar vanwege een hogere voeropname en hogere (urine ureum)excretie.
‘Het ureum is bij een hogere productie per koe makkelijker te sturen. Bij extensieve bedrijven met nauwelijks bijvoeding en een lagere productie mag het ureum hoger zijn. De totale excretie is lager en er zijn minder mogelijkheden tot sturing in ureum’, legt Rijneveld uit. Daarnaast wordt bij deze bedrijven veel meer geweid, wat tot minder ammoniakemissie leidt door urine en feces te scheiden.
Ondanks een hoger toelaatbaar ureum bij lagere productie zijn de totaal toelaatbare grammen ureum per koe per jaar bij lagere productie wel fors lager.
Tabel 1 is bedoeld als voorbeeld voor een praktische, werkbare oplossing om via vakmanschap op het boerenbedrijf te werken aan reductie van ammoniak. Een andere voorgestelde tabel die door adviesbureau Boerenverstand eerder al gedeeld werd, kan al dan niet in combinatie met onderstaande tabel, gebruikt worden voor reductie van ammoniak.
Geschikt als managementtool
Rijneveld vindt de KringloopWijzer zeer geschikt als managementtool, maar meent dat het instrument wordt overschat als borgbare berekening voor de ammoniakemissie. Niet alleen om de eerder genoemde argumenten. ‘De berekende TAN houdt geen rekening met werkelijke eiwitbenutting vanuit het gevoerde ruw eiwit. De TAN rekent niet met de oeb/dve-verhouding in het rantsoen en de totaal gevoerde dve op darmniveau. Beide getallen zijn belangrijk, omdat ze aangeven in hoeverre er een overschot aan onbestendig penseiwit of een overmaat aan opgenomen aminozuren vanuit de dunne darm ontstaat.’
Doordat de KringloopWijzer niet werkt met een werkelijk rantsoen voor de melkkoeien in een specifieke periode, zegt de berekende TAN op jaarniveau niets over de werkelijke emissies.
Zout speelt geen rol
Rijneveld en Van der Geest willen ook afrekenen met de kritiek dat het ureum te beïnvloeden is door het voeren van zout. Het overmatig verhogen van het zoutgehalte in het rantsoen heeft volgens hen een groot negatief effect heeft op gezondheid en melkproductie van dieren.