Ruwvoer

Ruw eiwit verlagen naar 14,3 procent kan zonder productieverlies

eiwit
Volgens de onderzoekers is een verlaging van 15,4 naar 14,3 procent ruw eiwit mogelijk zonder significant verlies aan melkproductie

Een verlaging van het eiwitgehalte in het rantsoen van melkkoeien van 15,4 naar 14,3 procent ruw eiwit heeft nauwelijks effect op melkproductie en voeropname. 

Dat blijkt uit de eerste resultaten van een meerjarig onderzoek van Wageningen University & Research in samenwerking met de Vereniging Diervoederonderzoek Nederland (VDN), het ministerie van LVVN en het Melkveefonds. Een verdere verlaging van het eiwitgehalte leidt echter tot duidelijke productieverliezen.

Proef op Dairy Campus

Het onderzoek werd uitgevoerd op de Dairy Campus in Leeuwarden en volgde 64 melkkoeien gedurende twee volledige lactaties. De dieren werden verdeeld over drie rantsoenen met verschillende eiwitniveaus van gemiddeld 13,3, 14,3 en 15,4 procent ruw eiwit.

Alle koeien kregen hetzelfde basisrantsoen met 12,4 procent ruw eiwit, bestaande uit graskuil, maiskuil en raapzaadschroot. Via krachtvoeraanvulling werden de verschillen in eiwitgehalte gerealiseerd.

Zelfs de hoogste eiwitgroep bleef met 15,4 procent onder het Nederlandse praktijkgemiddelde van 16,1 procent (CBS, 2024). De resultaten moeten daarom worden gezien binnen de context van relatief lage eiwitniveaus.

Lagere productie bij 13,3 procent re

Uit de analyse van de eerste lactatie blijkt dat de laageiwitgroep duidelijk minder presteerde. De koeien die een rantsoen kregen met 13,3 procent re namen gemiddeld 21,7 kilo droge stof per dag op en produceerden 29,9 kilo melk per dag.

De middeneiwitgroep (14,3 procent re) kwam uit op 23,9 kilo droge stof en 33,8 kilo melk per dag. De hoogeiwitgroep (15,4 procent re) realiseerde eveneens een voeropname van 23,9 kilo droge stof en haalden een melkproductie 34,4 kilo melk per dag.

Ook de vet- en eiwitgecorrigeerde melkproductie lag lager bij de laageiwitgroep. Tussen de midden- en hoogeiwitgroep werden geen significante verschillen gevonden in opname of productie.

Daling melkureum bij minder eiwit

De ureumconcentratie in de melk daalde duidelijk naarmate het eiwitgehalte in het rantsoen lager was. Dat wijst op een lagere stikstofuitscheiding.

Volgens de onderzoekers is een verlaging van 15,4 naar 14,3 procent ruw eiwit mogelijk zonder significant verlies aan melkproductie. Een verdere daling naar 13,3 procent gaat echter gepaard met minder voeropname en lagere melkproductie.

De resultaten bieden aanknopingspunten voor zowel melkveehouders als beleidsmakers. De uitkomsten van de tweede lactatie en aanvullende analyses naar diergezondheid volgen later.

Figuur 1 – Drogestofopname van koeien met verschillende eiwitgehaltes in het rantsoen (laag: 13,3%, midden: 14,3% en hoog: 15,4%) tijdens de eerste lactatie van de proef (bron: Dairy Campus)
Figuur 2 – Vet- en eiwitgecorrigeerde melkgift (FPCM) van koeien met verschillende eiwitgehaltes in het rantsoen (laag: 13,3%, midden: 14,3% en hoog: 15,4%) tijdens de eerste lactatie van de proef (bron: Dairy Campus)
Figuur 3 – Ureumgehalte in de melk van koeien met verschillende eiwitgehaltes in het rantsoen (laag: 13,3%, midden: 14,3% en hoog: 15,4%) tijdens de eerste lactatie (bron: Dairy Campus)