Rabobank: ‘Melkveehouderij verdient milieuruimte’


Volgens de Rabobank levert de melkveehouderij een gemiddelde toegevoegde waarde ten opzichte van de milieugebruiksruimte
woensdag, 23 september, 2020

De bijdrage van de melkveehouderij aan de Nederlandse economie is en blijft groot en de sector mag meer dan andere sectoren aanspraak maken op milieugebruiksruimte.

Produceren in de open lucht gaat nu eenmaal onvermijdelijk gepaard met effecten op het milieu. Dit stelt de Rabobank in een rapport dat de visie beschrijft op de veranderingen die nodig zijn voor een toekomstbestendige land- en tuinbouwsector tot 2030. Deze visie is koersbepalend voor het beleid van de bank. Voor  het opstellen van het rapport is onder andere gesproken met bestuurders en klanten van de bank en gebruik gemaakt van expertise van onderzoekers van de WUR.

Tegen extern salderen

Als het gaat om milieuruimte pleit Rabobank voor het handhaven van schotten tussen de land- en tuinbouw en de rest van de Nederlandse economie. De bank is dan ook fel gekant tegen verkoop van stikstofrechten aan partijen buiten de landbouw. Tijdelijk verleasen ziet de bank wel als mogelijkheid. 'De marges in de land- en tuinbouwsector zijn te laag om te kunnen concureren met bijvoorbeeld de woningbouw. Extern salderen zou kunnen leiden tot uitholling van sectoren', denkt Carin van Huët, directeur Food & Agri bij Rabobank Nederland. 'Daar zullen we tegen blijven lobbyen.'

Keuzes voor milieugebruiksruimte

Daarnaast zijn volgens de bank scherpe keuzes nodig als het gaat om de verdeling van de milieugebruiksruimte tussen sectoren binnen de land- en tuinbouw. Grondgebonden sectoren als de akkerbouw en melkveehouderij maken de meeste aansprak op milieuruimte omdat effecten op het milieu onvermijdelijk zijn door productie in de open lucht. Sectoren als de intensieve veehouderij en glastuinbouw hebben meer mogelijkheden om de milieueffecten te verminderen. Concreet betekent dit dat volgens Huet dat verschillende sectoren verschillende reductiedoestellingen zouden moeten hebben op bijvoorbeeld ammoniak en broeikasgassen.

Potentie voor biodiversiteit en koolstofvastlegging

De melkveehouderij is en blijft volgens de Rabobank van groot economisch belang voor Nederland. Daarbij tekent de bank aan dat de groei van de zuivelmarkt grotendeels buiten Europa ligt en dat de export sterk afhankelijk is van derde landen. De toegevoegde waarde van de melkveehouderij ten opzichte van de milieugebruiksruimte in Nederland is ingeschat op gemiddeld. Dat is vergelijkbaar met de akkerbouw, groter dan de vleeskalverhouderij en varkenshouderij, maar kleiner dan bijvoorbeeld de glastuinbouw, fruitteelt en leghennenhouderij. Naast een economische bijdrage levert de melkveehouderij echter ook een belangrijke bijdrage aan de vormgeving van het platteland en kan de sector potentieel een grote bijdrage leveren aan biodiversiteit, koolstofvastlegging en waterberging, zo geeft de bank aan. Bovendien zijn runderen belangrijke verwerkers van bijproducten van de voedingsindustrie.

Middelenbeleid reguleert sector dood

In de visie wordt gepleit voor een omslag in het overheidsbeleid: van sturen op middelen naar sturen op doelen. ‘Doorgaan met het huidige beleid met algemene dwingende maatregelen leidt tot een sector die doodgereguleerd wordt’, stelt de bank. ‘Wij zien meer potentie in verduurzaming door een beleid dat doelstellingen formuleert. Dat leidt tot meer ondernemerschap en innovatie’, aldus Van Huët.

Bank wil innovatierisico dragen

Rabobank geeft aan de gewenste ontwikkelingen actief te willen ondersteunen. Hiervoor is het nodig dat milieuprestaties zichtbaar en meetbaar worden gemaakt. Hiervoor worden klanten nu al beoordeeld op duurzaamheid waarbij onder andere de diversiteitsmonitor wordt ingezet. Daarnaast wordt gewerkt aan specifieke financieringsvormen waarbij de bank ook rentekorting verleent. Ook worden financiële diensten ontwikkeld voor bedrijven die in aanmerking komen voor sanering.

Het uitgebreide visierapport is te downloaden van de site van de Rabobank


0 reacties

Volgens de Rabobank levert de melkveehouderij een gemiddelde toegevoegde waarde ten opzichte van de milieugebruiksruimte
woensdag, 23 september, 2020

De bijdrage van de melkveehouderij aan de Nederlandse economie is en blijft groot en de sector mag meer dan andere sectoren aanspraak maken op milieugebruiksruimte.

Produceren in de open lucht gaat nu eenmaal onvermijdelijk gepaard met effecten op het milieu. Dit stelt de Rabobank in een rapport dat de visie beschrijft op de veranderingen die nodig zijn voor een toekomstbestendige land- en tuinbouwsector tot 2030. Deze visie is koersbepalend voor het beleid van de bank. Voor  het opstellen van het rapport is onder andere gesproken met bestuurders en klanten van de bank en gebruik gemaakt van expertise van onderzoekers van de WUR.

Tegen extern salderen

Als het gaat om milieuruimte pleit Rabobank voor het handhaven van schotten tussen de land- en tuinbouw en de rest van de Nederlandse economie. De bank is dan ook fel gekant tegen verkoop van stikstofrechten aan partijen buiten de landbouw. Tijdelijk verleasen ziet de bank wel als mogelijkheid. 'De marges in de land- en tuinbouwsector zijn te laag om te kunnen concureren met bijvoorbeeld de woningbouw. Extern salderen zou kunnen leiden tot uitholling van sectoren', denkt Carin van Huët, directeur Food & Agri bij Rabobank Nederland. 'Daar zullen we tegen blijven lobbyen.'

Keuzes voor milieugebruiksruimte

Daarnaast zijn volgens de bank scherpe keuzes nodig als het gaat om de verdeling van de milieugebruiksruimte tussen sectoren binnen de land- en tuinbouw. Grondgebonden sectoren als de akkerbouw en melkveehouderij maken de meeste aansprak op milieuruimte omdat effecten op het milieu onvermijdelijk zijn door productie in de open lucht. Sectoren als de intensieve veehouderij en glastuinbouw hebben meer mogelijkheden om de milieueffecten te verminderen. Concreet betekent dit dat volgens Huet dat verschillende sectoren verschillende reductiedoestellingen zouden moeten hebben op bijvoorbeeld ammoniak en broeikasgassen.

Potentie voor biodiversiteit en koolstofvastlegging

De melkveehouderij is en blijft volgens de Rabobank van groot economisch belang voor Nederland. Daarbij tekent de bank aan dat de groei van de zuivelmarkt grotendeels buiten Europa ligt en dat de export sterk afhankelijk is van derde landen. De toegevoegde waarde van de melkveehouderij ten opzichte van de milieugebruiksruimte in Nederland is ingeschat op gemiddeld. Dat is vergelijkbaar met de akkerbouw, groter dan de vleeskalverhouderij en varkenshouderij, maar kleiner dan bijvoorbeeld de glastuinbouw, fruitteelt en leghennenhouderij. Naast een economische bijdrage levert de melkveehouderij echter ook een belangrijke bijdrage aan de vormgeving van het platteland en kan de sector potentieel een grote bijdrage leveren aan biodiversiteit, koolstofvastlegging en waterberging, zo geeft de bank aan. Bovendien zijn runderen belangrijke verwerkers van bijproducten van de voedingsindustrie.

Middelenbeleid reguleert sector dood

In de visie wordt gepleit voor een omslag in het overheidsbeleid: van sturen op middelen naar sturen op doelen. ‘Doorgaan met het huidige beleid met algemene dwingende maatregelen leidt tot een sector die doodgereguleerd wordt’, stelt de bank. ‘Wij zien meer potentie in verduurzaming door een beleid dat doelstellingen formuleert. Dat leidt tot meer ondernemerschap en innovatie’, aldus Van Huët.

Bank wil innovatierisico dragen

Rabobank geeft aan de gewenste ontwikkelingen actief te willen ondersteunen. Hiervoor is het nodig dat milieuprestaties zichtbaar en meetbaar worden gemaakt. Hiervoor worden klanten nu al beoordeeld op duurzaamheid waarbij onder andere de diversiteitsmonitor wordt ingezet. Daarnaast wordt gewerkt aan specifieke financieringsvormen waarbij de bank ook rentekorting verleent. Ook worden financiële diensten ontwikkeld voor bedrijven die in aanmerking komen voor sanering.

Het uitgebreide visierapport is te downloaden van de site van de Rabobank

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.