Lage zetmeelgehalten in snijmais


Door de droogte bevatten snijmaiskuilen opnieuw minder zetmeel dan in een normaal groeiseizoen
maandag, 18 november, 2019

De snijmaiskuilen van 2019 die tot nu toe zijn onderzocht, bevatten met 345 gram een matige hoeveelheid zetmeel. Tussen de regio’s bestaan wel grote verschillen als gevolg van droogte tijdens het groeiseizoen.

Dat blijkt uit de eerste inventarisatie van monsters van snijmaiskuilen door Eurofins. Het gemiddelde zetmeelgehalte ligt met 345 gram per kilo droge stof wel iets boven het niveau van vorig jaar.

Toch blinken de kuilen dit jaar zeker niet uit in zetmeel, aangezien het gemiddelde in een normaal groeiseizoen zo rond de 370 tot 380 gram zetmeel ligt.

Meeste zetmeel in Utrecht en Zuid-Holland

De spreiding in zetmeelgehalte is wel heel groot, 90 procent van de monsters ligt tussen de 240 en 412 gram per kilo droge stof, met uitschieters naar boven en beneden.

Mais gegroeid in Utrecht en Zuid-Holland komt dit jaar met gemiddeld 376 gram zetmeel wel op een normaal niveau. Het in Gelderland en Overijssel gegroeide gewas blijft dit jaar als gevolg van de droogte op 333 gram steken.

De bestendigheid van het zetmeel is gemiddeld 29 procent en de verwachting is dat dit percentage nog wat oploopt als er ook meer afgerijpte mais wordt onderzocht.

Goed geconserveerd

De gemiddelde voederwaarde van de snijmaiskuilen komt uit op 989 vem, variërend van 765 tot 1085. Ook wat vem betreft scoren maiskuilen uit Zuid-Holland goed met 992.

Het gemiddelde melkzuurgehalte ligt met 59 gram per kilo boven het vijfjarig gemiddelde van 52 gram. Het suikergehalte is daarentegen wat lager. De combinatie van deze twee cijfers geeft volgens Eurofins aan dat de conservering van de maiskuilen goed geslaagd is.


0 reacties

Door de droogte bevatten snijmaiskuilen opnieuw minder zetmeel dan in een normaal groeiseizoen
maandag, 18 november, 2019

De snijmaiskuilen van 2019 die tot nu toe zijn onderzocht, bevatten met 345 gram een matige hoeveelheid zetmeel. Tussen de regio’s bestaan wel grote verschillen als gevolg van droogte tijdens het groeiseizoen.

Dat blijkt uit de eerste inventarisatie van monsters van snijmaiskuilen door Eurofins. Het gemiddelde zetmeelgehalte ligt met 345 gram per kilo droge stof wel iets boven het niveau van vorig jaar.

Toch blinken de kuilen dit jaar zeker niet uit in zetmeel, aangezien het gemiddelde in een normaal groeiseizoen zo rond de 370 tot 380 gram zetmeel ligt.

Meeste zetmeel in Utrecht en Zuid-Holland

De spreiding in zetmeelgehalte is wel heel groot, 90 procent van de monsters ligt tussen de 240 en 412 gram per kilo droge stof, met uitschieters naar boven en beneden.

Mais gegroeid in Utrecht en Zuid-Holland komt dit jaar met gemiddeld 376 gram zetmeel wel op een normaal niveau. Het in Gelderland en Overijssel gegroeide gewas blijft dit jaar als gevolg van de droogte op 333 gram steken.

De bestendigheid van het zetmeel is gemiddeld 29 procent en de verwachting is dat dit percentage nog wat oploopt als er ook meer afgerijpte mais wordt onderzocht.

Goed geconserveerd

De gemiddelde voederwaarde van de snijmaiskuilen komt uit op 989 vem, variërend van 765 tot 1085. Ook wat vem betreft scoren maiskuilen uit Zuid-Holland goed met 992.

Het gemiddelde melkzuurgehalte ligt met 59 gram per kilo boven het vijfjarig gemiddelde van 52 gram. Het suikergehalte is daarentegen wat lager. De combinatie van deze twee cijfers geeft volgens Eurofins aan dat de conservering van de maiskuilen goed geslaagd is.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.