Kloof tussen genetische potentie gewassen en praktijk steeds groter


De opbrengst van mais nam in de afgelopen 25 jaar gemiddeld met 195 kg ds/ha toe
dinsdag, 2 juni, 2020

Er is een wetenschappelijk artikel verschenen waarin genetische en niet-genetische opbrengsttrends van Nederlandse voedergewassen worden beschreven in de tijd. Waar mais duidelijk een positieve trend laat zien in gewasopbrengst de afgelopen jaren, is deze bij gras niet gevonden.

De jaarlijkse genetische trend over de afgelopen 25 jaar van snijmais, gebaseerd op uitslagen van het Cultuur- en Gebruikswaarde Onderzoek (CGO), komt neer op een plus van 173 kg ds/ha. De niet-genetische trend was + 65 kg ds/ha. De jaarlijkse genetische trend uit gegevens van CGO van Engels raaigras was over de afgelopen 40 jaar +44 kg ds/ha. De niet-genetische trends zijn minder eenduidig. Voor maaien en grazen werden tegengestelde trends gevonden.

Weerfactoren terug te zien in gegevens

Een nadere analyse van de niet-genetische trend wees uit dat de maisopbrengsten stegen met een toenemende temperatuur tijdens het groeiseizoen en bij een vroegere zaaidatum. De genetisch bepaalde voederwaarde nam 1,7 vem per kg ds toe per jaar. Uit de gegevens van grasopbrengsten was op te maken dat droogte en vorst tijdens het groeiseizoen een negatief effect hadden op de opbrengst. 

Potentie groter dan praktijk haalt

De gegevens van CGO zijn ook vergeleken met praktijkopbrengsten. De mais vertoonde in de praktijk een trend van +195 kg ds/ha. Bij mais is de afgelopen jaren het verschil tussen CGO-cijfers en praktijkgegevens opgelopen. Gemiddeld over de gehele periode waren de opbrengsten van mais in de praktijk 24 procent lager dan de opbrengsten van het CGO-onderzoek. 
De praktijkopbrengsten waren bij gras 13 procent lager dan de onderzoekresultaten van CGO.
 


0 reacties

De opbrengst van mais nam in de afgelopen 25 jaar gemiddeld met 195 kg ds/ha toe
dinsdag, 2 juni, 2020

Er is een wetenschappelijk artikel verschenen waarin genetische en niet-genetische opbrengsttrends van Nederlandse voedergewassen worden beschreven in de tijd. Waar mais duidelijk een positieve trend laat zien in gewasopbrengst de afgelopen jaren, is deze bij gras niet gevonden.

De jaarlijkse genetische trend over de afgelopen 25 jaar van snijmais, gebaseerd op uitslagen van het Cultuur- en Gebruikswaarde Onderzoek (CGO), komt neer op een plus van 173 kg ds/ha. De niet-genetische trend was + 65 kg ds/ha. De jaarlijkse genetische trend uit gegevens van CGO van Engels raaigras was over de afgelopen 40 jaar +44 kg ds/ha. De niet-genetische trends zijn minder eenduidig. Voor maaien en grazen werden tegengestelde trends gevonden.

Weerfactoren terug te zien in gegevens

Een nadere analyse van de niet-genetische trend wees uit dat de maisopbrengsten stegen met een toenemende temperatuur tijdens het groeiseizoen en bij een vroegere zaaidatum. De genetisch bepaalde voederwaarde nam 1,7 vem per kg ds toe per jaar. Uit de gegevens van grasopbrengsten was op te maken dat droogte en vorst tijdens het groeiseizoen een negatief effect hadden op de opbrengst. 

Potentie groter dan praktijk haalt

De gegevens van CGO zijn ook vergeleken met praktijkopbrengsten. De mais vertoonde in de praktijk een trend van +195 kg ds/ha. Bij mais is de afgelopen jaren het verschil tussen CGO-cijfers en praktijkgegevens opgelopen. Gemiddeld over de gehele periode waren de opbrengsten van mais in de praktijk 24 procent lager dan de opbrengsten van het CGO-onderzoek. 
De praktijkopbrengsten waren bij gras 13 procent lager dan de onderzoekresultaten van CGO.
 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.