Gerben de Jong: ‘Aanpassing model maakt merkerfokwaarden beter’


Gerben de Jong: ‘De techniek van merkerselectie is nog volop in ontwikkeling. Maar merkerfokwaarden zijn veel betrouwbaarder dan verwachtingswaarden’
woensdag, 4 december, 2019

De Animal Evaluation Unit (AEU) van Coöperatie CRV, die verantwoordelijk is voor de schatting van fokwaarden in Nederland en Vlaanderen, heeft de methode voor de berekening van merkerfokwaarden aangepast.

De aanpassing lijkt gemiddeld weinig effect te hebben, maar voor bijvoorbeeld de stieren Ranger, Jupiler en Esperanto zijn de gevolgen groot. Gerben de Jong, hoofd van de AEU van Coöperatie CRV, geeft tekst en uitleg.

Wat is er aan de hand?

‘Na de indexdraai van augustus viel het ons op dat de fokwaarden van een aantal jonge stieren behoorlijk waren gestegen zonder dat daar een goede verklaring voor was. We zijn naar aanleiding daarvan een onderzoek gestart en daarbij kwam aan het licht dat het rekenmodel voor een zeer beperkt aantal stieren de merkerfokwaarden overschatte. Deze overschatting bleek groter naarmate er meer merkergeteste kalveren in de berekeningen werden meegenomen. Het rekenmodel moet dan heel veel rekenrondes uitvoeren om tot een goede schatting van fokwaarden te komen. Daar voorzag het model tot voor kort onvoldoende in.’

Is het niet heel toevallig dat de aanpassing twee populaire stieren van CRV BV treft?

‘De AEU van coöperatie CRV verzorgt de fokwaardeschatting voor alle stiereigenaren in Nederland en Vlaanderen en werkt onafhankelijk van CRV BV, die de stieren vermarkt. In die zin is het toevallig dat de verandering CRV-stieren treft. Maar het is dus geen toeval dat de verandering stieren treft die de afgelopen jaren heel veel zijn gebruikt. Juist van deze stieren zijn immers veel kalveren geboren en getest op merkers.’

Hoe kan het dat deze afwijking in het model nu pas aan het licht komt?

‘We hebben heel veel checks ingebouwd in het rekenmodel om te controleren of de berekeningen kloppen. Maar het is betrekkelijk nieuw dat op grote schaal kalveren worden getypeerd. Omdat het aantal merkergeteste kalveren geleidelijk is gestegen, is de stijging in fokwaarden er geleidelijk ingeslopen. Daardoor is het niet eerder opgevallen, ook niet bij externe controles door Interbull.’

Wat zijn de gevolgen van de aanpassingen in het rekenmodel?

‘De aanpassingen hebben voor de grote groep stieren nauwelijks effect. Alleen voor een zeer beperkt aantal veelgebruikte stieren leiden de aanpassingen tot duidelijk lagere fokwaarden. De fokwaarden van de nakomelingen van deze stieren zullen gemiddeld dalen met ongeveer de helft van de daling die de vader heeft doorgemaakt. De andere helft wordt immers bepaald door de moeder, waarvan de fokwaarde niet verandert.’

De rekenmethode is aangepast. Gaat het nu goed?

‘We hebben twee onafhankelijke deskundigen professor Theo Meuwissen van de universiteit van Oslo en Friedrich Reinhardt, voormalig hoofd van het Duitse rekencentrum VIT naar de aanpassingen laten kijken. Ze hebben alles doorgelicht en kwamen tot de conclusie dat het systeem nu goed functioneert. Deze overschatting van fokwaarden komt dus niet meer voor en ons model voldoet aan alle wetenschappelijke eisen.’

Hebben critici die vinden dat genoomfokwaarden te onbetrouwbaar zijn, dan toch gelijk gekregen?

‘Nee. Het schatten van merkerfokwaarden is een betrekkelijk nieuwe techniek die nog steeds in ontwikkeling is. Maar merkerfokwaarden van jonge dieren zijn veel betrouwbaarder dan verwachtingswaarden die enkel zijn gebaseerd op informatie van ouders. Voor NVI is de betrouwbaarheid rond de 65 procent en voor melkproductiekenmerken rond de 80 procent. Door het gebruik van merkerfokwaarden is de vooruitgang in de fokkerij versneld. De referentiepopulatie ‒ de dieren met eigen prestaties waarop de schatting van merkerfokwaarden wordt gebaseerd  wordt bovendien steeds groter en daardoor komen de genoomfokwaarden steeds dichter in de buurt van de fokwaarden die een stier krijgt als er grote aantallen dochters aan de melk zijn. Zo is de gemiddelde betrouwbaarheid van NVI deze draai weer met twee procent gestegen.’

 

 

 


0 reacties

Gerben de Jong: ‘De techniek van merkerselectie is nog volop in ontwikkeling. Maar merkerfokwaarden zijn veel betrouwbaarder dan verwachtingswaarden’
woensdag, 4 december, 2019

De Animal Evaluation Unit (AEU) van Coöperatie CRV, die verantwoordelijk is voor de schatting van fokwaarden in Nederland en Vlaanderen, heeft de methode voor de berekening van merkerfokwaarden aangepast.

De aanpassing lijkt gemiddeld weinig effect te hebben, maar voor bijvoorbeeld de stieren Ranger, Jupiler en Esperanto zijn de gevolgen groot. Gerben de Jong, hoofd van de AEU van Coöperatie CRV, geeft tekst en uitleg.

Wat is er aan de hand?

‘Na de indexdraai van augustus viel het ons op dat de fokwaarden van een aantal jonge stieren behoorlijk waren gestegen zonder dat daar een goede verklaring voor was. We zijn naar aanleiding daarvan een onderzoek gestart en daarbij kwam aan het licht dat het rekenmodel voor een zeer beperkt aantal stieren de merkerfokwaarden overschatte. Deze overschatting bleek groter naarmate er meer merkergeteste kalveren in de berekeningen werden meegenomen. Het rekenmodel moet dan heel veel rekenrondes uitvoeren om tot een goede schatting van fokwaarden te komen. Daar voorzag het model tot voor kort onvoldoende in.’

Is het niet heel toevallig dat de aanpassing twee populaire stieren van CRV BV treft?

‘De AEU van coöperatie CRV verzorgt de fokwaardeschatting voor alle stiereigenaren in Nederland en Vlaanderen en werkt onafhankelijk van CRV BV, die de stieren vermarkt. In die zin is het toevallig dat de verandering CRV-stieren treft. Maar het is dus geen toeval dat de verandering stieren treft die de afgelopen jaren heel veel zijn gebruikt. Juist van deze stieren zijn immers veel kalveren geboren en getest op merkers.’

Hoe kan het dat deze afwijking in het model nu pas aan het licht komt?

‘We hebben heel veel checks ingebouwd in het rekenmodel om te controleren of de berekeningen kloppen. Maar het is betrekkelijk nieuw dat op grote schaal kalveren worden getypeerd. Omdat het aantal merkergeteste kalveren geleidelijk is gestegen, is de stijging in fokwaarden er geleidelijk ingeslopen. Daardoor is het niet eerder opgevallen, ook niet bij externe controles door Interbull.’

Wat zijn de gevolgen van de aanpassingen in het rekenmodel?

‘De aanpassingen hebben voor de grote groep stieren nauwelijks effect. Alleen voor een zeer beperkt aantal veelgebruikte stieren leiden de aanpassingen tot duidelijk lagere fokwaarden. De fokwaarden van de nakomelingen van deze stieren zullen gemiddeld dalen met ongeveer de helft van de daling die de vader heeft doorgemaakt. De andere helft wordt immers bepaald door de moeder, waarvan de fokwaarde niet verandert.’

De rekenmethode is aangepast. Gaat het nu goed?

‘We hebben twee onafhankelijke deskundigen professor Theo Meuwissen van de universiteit van Oslo en Friedrich Reinhardt, voormalig hoofd van het Duitse rekencentrum VIT naar de aanpassingen laten kijken. Ze hebben alles doorgelicht en kwamen tot de conclusie dat het systeem nu goed functioneert. Deze overschatting van fokwaarden komt dus niet meer voor en ons model voldoet aan alle wetenschappelijke eisen.’

Hebben critici die vinden dat genoomfokwaarden te onbetrouwbaar zijn, dan toch gelijk gekregen?

‘Nee. Het schatten van merkerfokwaarden is een betrekkelijk nieuwe techniek die nog steeds in ontwikkeling is. Maar merkerfokwaarden van jonge dieren zijn veel betrouwbaarder dan verwachtingswaarden die enkel zijn gebaseerd op informatie van ouders. Voor NVI is de betrouwbaarheid rond de 65 procent en voor melkproductiekenmerken rond de 80 procent. Door het gebruik van merkerfokwaarden is de vooruitgang in de fokkerij versneld. De referentiepopulatie ‒ de dieren met eigen prestaties waarop de schatting van merkerfokwaarden wordt gebaseerd  wordt bovendien steeds groter en daardoor komen de genoomfokwaarden steeds dichter in de buurt van de fokwaarden die een stier krijgt als er grote aantallen dochters aan de melk zijn. Zo is de gemiddelde betrouwbaarheid van NVI deze draai weer met twee procent gestegen.’

 

 

 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.