Melkprijs nog altijd onder de kostprijs
De melkprijs ligt in juli nog altijd onder de kostprijs van de gemiddelde Nederlandse melkveehouder. Dat blijkt uit een analyse van ABN Amro.
Daardoor legt de gemiddelde melkveehouder nog altijd geld toe op de melkproductie. Volgens ABN Amro kost iedere cent die de melkprijs onder de kritieke melkprijs ligt een gemiddeld melkveebedrijf, met een jaarproductie van circa 1 miljoen kilo melk, ongeveer 10.000 euro per jaar.
De bank verwacht desondanks dat veel melkveehouders de tijdelijke liquiditeitstekorten in 2026 kunnen opvangen. Zo blijft de liquiditeit in de eerste helft van 2026 met gemiddeld 119.000 euro historisch gezien nog altijd op een bovengemiddeld niveau. Dit ondanks de daling van de liquiditeitspositie met 13.000 euro.
Meer melk, meer vee-inkomsten
Volgens ABN Amro liggen de totale inkomsten in de eerste helft van 2026 6,5 procent lager dan een jaar eerder. De lagere melkprijs wordt deels gecompenseerd door een 4 tot 6 procent hogere melkproductie per bedrijf. Ook de inkomsten uit vee namen toe. Door de krapte op de kalveren- en rundvleesmarkt lagen de vee-inkomsten 15 procent hoger dan een jaar geleden. De bank verwacht wel dat dit tijdelijke voordeel afneemt nu de veeprijzen beginnen af te koelen.
Kosten lopen komende maanden verder op
Aan de kostenkant wisten melkveehouders de uitgaven in de eerste helft van het jaar te beperken tot een stijging van 1 procent. ABN Amro verwacht echter dat de kosten de komende maanden verder oplopen, onder meer door facturen voor voorjaarswerkzaamheden, mestafzet en de belastingaanslag over het financieel sterke jaar 2025.
De mestmarkt blijft volgens ABN Amro gespannen, al koelt de markt in het zuiden van Nederland enigszins af. De invoering van renure als kunstmestvervanger biedt voorlopig weinig verlichting, omdat de opschaling achterblijft door vastgelopen vergunningverlening.