Rust in de bodem cruciaal voor succes agrarisch natuurbeheer
Agrarisch natuurbeheer levert het meeste op als het minimaal drie jaar op dezelfde akker wordt toegepast en de bodem met rust wordt gelaten.
Dat blijkt uit onderzoek van Agrarische Natuur Drenthe op vier akkers bij Smilde tussen 2023 en 2025.
Op de onderzochte percelen werd gewerkt met kruidenrijke zaaimengsels, spontaan opkomende planten, nectarbronnen en een minimale inzet van gewasbeschermingsmiddelen. Ook werd de bodem niet omgeploegd en kregen insecten extra leefruimte, bijvoorbeeld via keverbanken.
In tweede en derde jaar neemt aantal insecten sterk toe
Uit het onderzoek blijkt dat vooral continuïteit bepalend is. In het eerste jaar vestigen zich al verschillende insecten, maar in het tweede en derde jaar nemen zowel aantallen als soorten sterk toe. Die insecten vormen een belangrijke voedselbron voor broedvogels zoals de veldleeuwerik en de gele kwikstaart, terwijl planten in de winter zorgen voor zaden en beschutting.
Daarnaast speelt bodembeheer een sleutelrol. Door niet te ploegen blijven insectenlarven in de grond behouden, waardoor populaties zich kunnen opbouwen. Regelmatig omploegen onderbreekt dat proces en vermindert het voedselaanbod voor vogels in het daaropvolgende jaar.
Intensief gebruikte landbouwgrond kan zich snel herstellen
Het onderzoek toont ook aan dat intensief gebruikte landbouwgrond zich relatief snel kan herstellen. Binnen enkele jaren kunnen akkers die langdurig zijn behandeld met gewasbeschermingsmiddelen weer uitgroeien tot leefgebieden voor vogels en insecten, mits er natuur in de omgeving aanwezig is.