Stikstofreductie 70 procent mogelijk zonder snijden in veestapel


Met enkel managementmaatregelen is volgens de begeleiders van het Netwerk Praktijkbedrijven een halvering van de ammoniakemissie mogelijk
vrijdag, 8 juli, 2022

Een vermindering van de stikstofemissie met 70 procent (ten opzichte van 2018) kan op melkveebedrijven worden gehaald zonder te snijden in de omvang van de veestapel.

Dit becijferen Cathy van Dijk van LTO Noord en Gerard Migchels van Wageningen Livestock Research. De projectleiders van het Netwerk Praktijkbedrijven stellen dat 70 procent stikstofreductie haalbaar is met een combinatie van voer- en managementmaatregelen, stalaanpassingen en emissiearmer mest uitrijden.

Borging geen probleem

‘Als de overheid voer- en managementmaatregelen erkent als middelen om de stikstofemissie te verminderen, dan is er op melkveebedrijven veel mogelijk’, stellen Van Dijk en Migchels. Ze denken hierbij aan verlaging van het ruweiwitgehalte in het rantsoen naar 15 procent, extra weidegang, verlagen van het vervangingspercentage, mest verdund met water uitrijden en het spoelen van roosters. Volgens de projectleiders hoeft de borging van deze maatregelen geen probleem te zijn.

Ook extensiveren helpt

Als al deze maatregelen worden toegepast is volgens hen een halvering van de stikstofemissie mogelijk. Ook extensivering (bijvoorbeeld in combinatie met omschakeling naar een biologische bedrijfsvoering) kan een weg zijn om de ammoniakemissie te halveren. Om de 70 procent reductie te halen zijn aanvullende investeringen nodig in stalsystemen waarbij stikstof wordt afgevangen.

Ook op zandgrond haalbaar

Op zandgronden zijn meer maatregelen nodig dan op klei- en veengronden maar ook hier is het volgens de projectleiders mogelijk om 70 procent reductie te realiseren zonder te snijden in de omvang van de veestapel.

Vrijwillige stoppers helpen blijvers

Van Dijk en Migchels wijzen ook op het feit dat jaarlijks circa 3 procent van de melkveehouders vrijwillig stopt. Over een periode van tien jaar komt dat neer op circa 30 procent minder bedrijven. In een regio waar een reductiedoelstelling van 50 procent geldt, betekent dit dat blijvers nog maar 30 procent reductie hoeven te realiseren, er van uitgaande dat de stoppers een gelijk bedrijfsgrootte hebben als de blijvers.

Een uitgebreide toelichting op de berekeningen van de projectleiders, inclusief verhelderende animaties, is te bekijken op de website van het Netwerk Praktijkbedrijven.

 

 


3 reacties

Met enkel managementmaatregelen is volgens de begeleiders van het Netwerk Praktijkbedrijven een halvering van de ammoniakemissie mogelijk
vrijdag, 8 juli, 2022

Een vermindering van de stikstofemissie met 70 procent (ten opzichte van 2018) kan op melkveebedrijven worden gehaald zonder te snijden in de omvang van de veestapel.

Dit becijferen Cathy van Dijk van LTO Noord en Gerard Migchels van Wageningen Livestock Research. De projectleiders van het Netwerk Praktijkbedrijven stellen dat 70 procent stikstofreductie haalbaar is met een combinatie van voer- en managementmaatregelen, stalaanpassingen en emissiearmer mest uitrijden.

Borging geen probleem

‘Als de overheid voer- en managementmaatregelen erkent als middelen om de stikstofemissie te verminderen, dan is er op melkveebedrijven veel mogelijk’, stellen Van Dijk en Migchels. Ze denken hierbij aan verlaging van het ruweiwitgehalte in het rantsoen naar 15 procent, extra weidegang, verlagen van het vervangingspercentage, mest verdund met water uitrijden en het spoelen van roosters. Volgens de projectleiders hoeft de borging van deze maatregelen geen probleem te zijn.

Ook extensiveren helpt

Als al deze maatregelen worden toegepast is volgens hen een halvering van de stikstofemissie mogelijk. Ook extensivering (bijvoorbeeld in combinatie met omschakeling naar een biologische bedrijfsvoering) kan een weg zijn om de ammoniakemissie te halveren. Om de 70 procent reductie te halen zijn aanvullende investeringen nodig in stalsystemen waarbij stikstof wordt afgevangen.

Ook op zandgrond haalbaar

Op zandgronden zijn meer maatregelen nodig dan op klei- en veengronden maar ook hier is het volgens de projectleiders mogelijk om 70 procent reductie te realiseren zonder te snijden in de omvang van de veestapel.

Vrijwillige stoppers helpen blijvers

Van Dijk en Migchels wijzen ook op het feit dat jaarlijks circa 3 procent van de melkveehouders vrijwillig stopt. Over een periode van tien jaar komt dat neer op circa 30 procent minder bedrijven. In een regio waar een reductiedoelstelling van 50 procent geldt, betekent dit dat blijvers nog maar 30 procent reductie hoeven te realiseren, er van uitgaande dat de stoppers een gelijk bedrijfsgrootte hebben als de blijvers.

Een uitgebreide toelichting op de berekeningen van de projectleiders, inclusief verhelderende animaties, is te bekijken op de website van het Netwerk Praktijkbedrijven.

 

 

3 reacties


Reacties

Beseffen van Dijk en Migchels toch wel dat door deze maatregelen de kostprijs giga gaat stijgen! Daar wringt de schoen al jaren, onze kostprijs is gigantisch. Een ruweiwit van 15 is voor de mengvoer industrie niet haalbaar, een hoog ruweiwit is hun verdienmodel. Extra weidegang is niet weggelegd voor de meeste bedrijven, ze zijn te intensief. Het verlagen van het vervangingspercentage daar is de sector al jaren mee bezig, wat maar niet lukt. Mest verdund met water uitrijden en het spoelen van roosters is niet te borgen. M.a.w. we zijn er nog niet!!

Het wordt als maar meer duidelijk dat de NOx de boosdoener is van de N depositie en niet de NH3. Heel langzaam moet dat aan de maatschappij duidelijk worden gemaakt, anders komt er teveel weerstand. ;-)

Er stoppen jaarlijks dan wel een groot aantal boeren, maar tot nog toe wordt hun productiecapaciteit overgenomen door de blijvers. Als dat niet meer de bedoeling is wordt stoppen gewoon een vrijwillige opkoopregeling. En of we daar zo blij van worden?

REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.