Jan Klink (VVD): ‘Overtuigd van innovatiekracht in sector’


Jan Klink: ‘De melkveehouderij hoeft zichzelf niet weg te laten zetten als een sector met problemen. Boeren, bedrijfsleven en kennisinstellingen hebben samen een enorme innovatiekracht.’
dinsdag, 9 maart, 2021

Op 17 maart stemt Nederland voor een nieuwe Tweede Kamer. Op het stembiljet staat een recordaantal van 37 politieke partijen.

Veeteelt belt met de (beoogd) landbouwwoordvoerders van de partijen die volgens Peilingwijzer kans maken op minstens een zetel. De kandidaten reageren op vijf knellende koeienkwesties. Jan Klink was tot voor enkele jaren terug mede-eigenaar van een melkveebedrijf maar daarnaast onder andere werkzaam als beleidsambtenaar op het ministerie van LNV. Bovendien is hij al lang politiek actief binnen de VVD, de partij waarvoor hij nu op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer staat.

Minister Schouten maakte van de omslag naar ‘kringlooplandbouw’ de missie van haar ministerschap. Moet een nieuwe minister verder op deze weg of is voor de melkveehouderij een compleet andere koers nodig?

‘Elke vier jaar roepen dat het anders moet werkt niet voor een sector. En het is voor de melkveehouderij ook helemaal niet nodig. Met de gedachte achter kringlooplandbouw is niets mis maar de sector werkt al grotendeels in kringlopen. Aan de andere kant helpt het ook niet om te ontkennen dat er problemen zijn die om een oplossing vragen. De huidige polarisatie in het debat over de sector leidt nergens toe. Zolang de overheid maar duidelijke doelen stelt die haalbaar en betaalbaar zijn en de sector zelf laat bepalen met welke middelen deze doelen gehaald kunnen worden, is de melkveehouderij prima in staat om oplossingen te vinden. Dat heeft de sector bewezen.’

Verdragen en wetten dwingen de overheid de komende jaren drastische klimaatmaatregelen te nemen. Is de melkveehouderij hierbij een deel van het probleem of een deel van de oplossing?

‘De melkveehouderij hoeft zich niet weg te laten zetten als een sector met problemen. Als het gaat om de klimaatdiscussie hebben melkveehouders met grasland als vastlegger van CO2 bijvoorbeeld een sterke troef in handen. Maar dan moet grasland wel grasland blijven. Staldaken zijn een veel betere plaats voor zonnepanelen dan landbouwgrond. En het is veel effectiever om bomen in de stad te planten dan grasland om te zetten in bos. Natuurlijk stoten koeien ook methaan uit. Maar ook dat kan met technische innovaties worden teruggebracht. Bovendien: als je het hebt over de klimaatimpact van een sector moet je wel een eerlijke discussie voeren. Dus niet alleen benoemen dat koeien methaan uitstoten, maar ook benoemen dat blijvend grasland grote hoeveelheden CO2 vastlegt.’

Er is geen land in de wereld waar koeien efficiënter melk produceren en een hogere levensproductie realiseren dan in Nederland. Vragen melkveehouders hiermee te veel van hun dieren of toont dit aan dat ze voorop lopen als het gaat om dierwelzijn?

‘Toen ik samen met mijn moeder, broers en een bedrijfsleider in Groningen nog een melkveebedrijf met 230 koeien had, kregen we collega’s vanuit de hele wereld in de stal die kennis kwamen nemen van de manier waarop wij koeien houden. Natuurlijk doen Nederlandse melkveehouders er alles aan om goed voor hun dieren te zorgen. Daar hebben ze zelf toch alle belang bij? Als ik glanzende hoogproductieve koeien zie die heerlijk liggen te herkauwen in comfortabele boxen, dan is er voor mij geen twijfel dat deze dieren het goed hebben. Tegelijkertijd is dat geen reden om achterover te leunen. De sector mag niet blind en doof zijn voor signalen vanuit de maatschappij. En volgens mij is de sector dat ook niet. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de gigantische daling van het antibioticumgebruik die in tien haar tijd is gerealiseerd.’

Melkveehouders hebben meer en meer te maken met maatschappelijke eisen die investeringen vragen. Biedt de markt voldoende kansen om deze terug te verdienen of moeten boeren hiervoor op een andere manier worden beloond?

‘Melkveehouders zijn vrije ondernemers die zelf de koers voor hun bedrijf bepalen. Dit betekent ook dat ze zelf na moeten denken over de consequenties van hun beslissingen. Niemand dwingt een veehouder om een grote nieuwe stal te bouwen en zich diep in de schulden te steken. En als een veehouder er voor kiest om de verwaarding van zijn melk volledig over te laten aan de coöperatie, dan betekent dat automatisch dat de coöperatie zijn melkprijs bepaalt en dat hij zelf alleen nog invloed heeft op de productiekosten. Maatschappelijke wensen zijn kansen waar ondernemende melkveehouders op in kunnen spelen. Zo ontstaan er vanzelf weer nieuwe verdienmodellen in de markt.’

Ongeveer zeventig procent van de zuivel die in Nederland wordt geproduceerd gaat de grens over. Is dit iets om trots op te zijn of is dit een te grote belasting voor het milieu?

‘Nederland kan trots zijn op de toonaangevende positie van de nationale melkveehouderij en zuivelsector in de wereld. Daar moeten we zuinig op zijn, zonder weg te lopen voor de uitdagingen die er liggen op het gebied van natuur en milieu. Maar zichzelf progressief noemende partijen die roepen dat een halvering van de veestapel de enige oplossing is voor herstel van natuur en milieu, zijn in feite heel conservatief. Ze geloven niet in vooruitgang. Ik ben er van overtuigd dat boeren, bedrijfsleven en kennisinstellingen samen over zoveel innovatiekracht beschikken dat ze in staat zijn om oplossingen te vinden voor de uitdagingen die op de sector afkomen. De overheid hoeft dat alleen maar te faciliteren. Dan hoeft er niet getornd te worden aan de omvang van de productiecapaciteit.

 



Jan Klink: ‘De melkveehouderij hoeft zichzelf niet weg te laten zetten als een sector met problemen. Boeren, bedrijfsleven en kennisinstellingen hebben samen een enorme innovatiekracht.’
dinsdag, 9 maart, 2021

Op 17 maart stemt Nederland voor een nieuwe Tweede Kamer. Op het stembiljet staat een recordaantal van 37 politieke partijen.

Veeteelt belt met de (beoogd) landbouwwoordvoerders van de partijen die volgens Peilingwijzer kans maken op minstens een zetel. De kandidaten reageren op vijf knellende koeienkwesties. Jan Klink was tot voor enkele jaren terug mede-eigenaar van een melkveebedrijf maar daarnaast onder andere werkzaam als beleidsambtenaar op het ministerie van LNV. Bovendien is hij al lang politiek actief binnen de VVD, de partij waarvoor hij nu op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer staat.

Minister Schouten maakte van de omslag naar ‘kringlooplandbouw’ de missie van haar ministerschap. Moet een nieuwe minister verder op deze weg of is voor de melkveehouderij een compleet andere koers nodig?

‘Elke vier jaar roepen dat het anders moet werkt niet voor een sector. En het is voor de melkveehouderij ook helemaal niet nodig. Met de gedachte achter kringlooplandbouw is niets mis maar de sector werkt al grotendeels in kringlopen. Aan de andere kant helpt het ook niet om te ontkennen dat er problemen zijn die om een oplossing vragen. De huidige polarisatie in het debat over de sector leidt nergens toe. Zolang de overheid maar duidelijke doelen stelt die haalbaar en betaalbaar zijn en de sector zelf laat bepalen met welke middelen deze doelen gehaald kunnen worden, is de melkveehouderij prima in staat om oplossingen te vinden. Dat heeft de sector bewezen.’

Verdragen en wetten dwingen de overheid de komende jaren drastische klimaatmaatregelen te nemen. Is de melkveehouderij hierbij een deel van het probleem of een deel van de oplossing?

‘De melkveehouderij hoeft zich niet weg te laten zetten als een sector met problemen. Als het gaat om de klimaatdiscussie hebben melkveehouders met grasland als vastlegger van CO2 bijvoorbeeld een sterke troef in handen. Maar dan moet grasland wel grasland blijven. Staldaken zijn een veel betere plaats voor zonnepanelen dan landbouwgrond. En het is veel effectiever om bomen in de stad te planten dan grasland om te zetten in bos. Natuurlijk stoten koeien ook methaan uit. Maar ook dat kan met technische innovaties worden teruggebracht. Bovendien: als je het hebt over de klimaatimpact van een sector moet je wel een eerlijke discussie voeren. Dus niet alleen benoemen dat koeien methaan uitstoten, maar ook benoemen dat blijvend grasland grote hoeveelheden CO2 vastlegt.’

Er is geen land in de wereld waar koeien efficiënter melk produceren en een hogere levensproductie realiseren dan in Nederland. Vragen melkveehouders hiermee te veel van hun dieren of toont dit aan dat ze voorop lopen als het gaat om dierwelzijn?

‘Toen ik samen met mijn moeder, broers en een bedrijfsleider in Groningen nog een melkveebedrijf met 230 koeien had, kregen we collega’s vanuit de hele wereld in de stal die kennis kwamen nemen van de manier waarop wij koeien houden. Natuurlijk doen Nederlandse melkveehouders er alles aan om goed voor hun dieren te zorgen. Daar hebben ze zelf toch alle belang bij? Als ik glanzende hoogproductieve koeien zie die heerlijk liggen te herkauwen in comfortabele boxen, dan is er voor mij geen twijfel dat deze dieren het goed hebben. Tegelijkertijd is dat geen reden om achterover te leunen. De sector mag niet blind en doof zijn voor signalen vanuit de maatschappij. En volgens mij is de sector dat ook niet. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de gigantische daling van het antibioticumgebruik die in tien haar tijd is gerealiseerd.’

Melkveehouders hebben meer en meer te maken met maatschappelijke eisen die investeringen vragen. Biedt de markt voldoende kansen om deze terug te verdienen of moeten boeren hiervoor op een andere manier worden beloond?

‘Melkveehouders zijn vrije ondernemers die zelf de koers voor hun bedrijf bepalen. Dit betekent ook dat ze zelf na moeten denken over de consequenties van hun beslissingen. Niemand dwingt een veehouder om een grote nieuwe stal te bouwen en zich diep in de schulden te steken. En als een veehouder er voor kiest om de verwaarding van zijn melk volledig over te laten aan de coöperatie, dan betekent dat automatisch dat de coöperatie zijn melkprijs bepaalt en dat hij zelf alleen nog invloed heeft op de productiekosten. Maatschappelijke wensen zijn kansen waar ondernemende melkveehouders op in kunnen spelen. Zo ontstaan er vanzelf weer nieuwe verdienmodellen in de markt.’

Ongeveer zeventig procent van de zuivel die in Nederland wordt geproduceerd gaat de grens over. Is dit iets om trots op te zijn of is dit een te grote belasting voor het milieu?

‘Nederland kan trots zijn op de toonaangevende positie van de nationale melkveehouderij en zuivelsector in de wereld. Daar moeten we zuinig op zijn, zonder weg te lopen voor de uitdagingen die er liggen op het gebied van natuur en milieu. Maar zichzelf progressief noemende partijen die roepen dat een halvering van de veestapel de enige oplossing is voor herstel van natuur en milieu, zijn in feite heel conservatief. Ze geloven niet in vooruitgang. Ik ben er van overtuigd dat boeren, bedrijfsleven en kennisinstellingen samen over zoveel innovatiekracht beschikken dat ze in staat zijn om oplossingen te vinden voor de uitdagingen die op de sector afkomen. De overheid hoeft dat alleen maar te faciliteren. Dan hoeft er niet getornd te worden aan de omvang van de productiecapaciteit.

 



Reacties

wordt doodziek van het woord innovatiekracht. Innovatie is een directe kostprijverhoging met als gevolg nog meer afhankelijkheid. Kom nou n's met iets waar we iets mee kunnen dat geen geld kost!!

REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.