Cees de Jong (CDA): ‘Geef boeren weer ruimte’


Cees de Jong: ‘Het doet me pijn als ik zie dat potentiële bedrijfsopvolgers afhaken omdat ze geen toekomstperspectief zien of lijden onder de onterechte negatieve beeldvorming’
vrijdag, 26 februari, 2021

Op 17 maart stemt Nederland voor een nieuwe Tweede Kamer. Op het stembiljet staat een recordaantal van 37 politieke partijen.

Veeteelt belt met de (beoogd) landbouwwoordvoerders van de partijen die volgens Peilingwijzer kans maken op minstens een zetel. De kandidaten reageren op vijf knellende koeienkwesties. Melkveehouder Cees de Jong hoopt voor het CDA met voorkeurstemmen in de Kamer te komen. ‘Ik wil een mandaat van de sector om te werken aan een landbouwvriendelijker klimaat in de politiek.’

Minister Schouten maakte van de omslag naar ‘kringlooplandbouw’ de missie van haar ministerschap. Moet een nieuwe minister verder op deze weg of is voor de melkveehouderij een compleet andere koers nodig?

‘De minister heeft het begrip “kringlooplandbouw” geïntroduceerd, maar niet concreet gemaakt. Hierdoor hebben alle partijen er een eigen invulling aan gegeven. Daarbij is veel te veel over en veel te weinig met de sector gepraat. Werken aan kringlooplandbouw is een proces dat de komende vier jaar zeker door zal gaan. Maar ik vind dat de sector meer betrokken moet worden bij de concrete  invulling. De politiek moet zaken op de agenda zetten en kaders stellen, maar zich niet veel bemoeien met de uitvoering. Wat dat betreft pleit ik voor de invoering van een soort Productschap 2.0 waarin overheid en bedrijfsleven samen de lijnen uitzetten naar de toekomst. Als er trouwens één sector in de landbouw is die al volgens kringloopprincipes werkt, dan is dat de melkveehouderij.’

Verdragen en wetten dwingen de overheid de komende jaren drastische klimaatmaatregelen te nemen. Is de melkveehouderij hierbij een deel van het probleem of een deel van de oplossing?

‘De melkveehouderij is altijd een deel van de oplossing, omdat melkveehouders een groot deel van het Nederlandse landschap beheren. Neem het veenweidegebied waar ik zelf boer. Er worden hier grote discussies gevoerd over een toekomst. Sommige partijen vinden dat het waterpeil zonder meer omhoog moet om bodemdaling te voorkomen en de uitstoot van CO2 te beperken. Ze gaan er gemakshalve maar even vanuit dat boeren dan wel over kunnen schakelen op een andere bedrijfstak. Als je dat zegt, ga je voorbij aan de realiteit. De melkveehouderij is de economische kurk waar het veenweidegebied op drijft. Je kunt niet praten over de toekomst van het gebied zonder de sector hierin te betrekken.’

Er is geen land in de wereld waar koeien efficiënter melk produceren en een hogere levensproductie realiseren dan in Nederland. Vragen melkveehouders hiermee te veel van hun dieren of toont dit aan dat ze voorop lopen als het gaat om dierwelzijn?

‘Overal in de wereld wordt met grote interesse naar ons vakmanschap gekeken. En doordat het ons lukt om hoge levensproducties te realiseren produceren we melk met een lage CO2-voerafdruk. Ook als het gaat om dierwelzijn doen veruit de meeste melkveehouders het hartstikke goed. Maar dat mag geen reden zijn om achterover te leunen. Werken aan dierwelzijn is een continu proces. Ik ben idolaat van koeien en daar wil ik mij dan ook graag voor inzetten. Een van de eerste dingen die ik wil regelen als ik in de Tweede Kamer kom is aanpassing van het vaccinatiebeleid tegen mond-en-klauwzeer. Ik vind het onbegrijpelijk dat we nog steeds niet mogen enten met een markervaccin. Ik ben ervan overtuigd dat een grote Kamermeerderheid het met mij eens is. Zelfs een Partij voor de Dieren kan daar niet tegen zijn.’

Melkveehouders hebben meer en meer te maken met maatschappelijke eisen die investeringen vragen. Biedt de markt voldoende kansen om deze terug te verdienen of moeten boeren hiervoor op een andere manier worden beloond?

‘Het ontbreken van een redelijk verdienmodel is op dit moment een van de grootste knelpunten in de melkveehouderij. Er liggen zeker kansen in de markt, maar de overheid zal meer moeten doen om de positie van boeren in de keten te versterken. Anders komt de meerwaarde van het product niet op het boerenerf terecht. Daarnaast zie ik zeker kansen voor het verzilveren van maatschappelijke diensten, denk aan natuurbeheer en  het vastleggen van CO2. Maar ook hiervoor geldt: het kan pas werken als veehouders eerlijk beloond worden voor hun inspanningen.’

Ongeveer zeventig procent van de zuivel die in Nederland wordt geproduceerd gaat de grens over. Is dit iets om trots op te zijn of is dit een te grote belasting voor het milieu?

‘Dat is zeker iets om trots op te zijn. Maar ik maak me wel zorgen over de toekomst. Het doet me pijn als ik zie dat potentiële bedrijfsopvolgers afhaken omdat ze geen toekomstperspectief zien of omdat ze lijden onder de onterechte negatieve beeldvorming. De melkveehouderij heeft behoefte aan duidelijkheid en een eerlijke kans. Natuurlijk hebben we rekening te houden met de grenzen van het milieu. Het is aan de overheid om de milieugebruiksruimte voor de melkveehouderij te bepalen, of het nu gaat om stikstof, fosfaat of broeikasgassen. Maar vervolgens moet de overheid de sector de ruimte geven om zelf de maatregelen te kiezen om binnen deze milieugebruiksruimte te blijven produceren. Als je boeren duidelijkheid voor de lange termijn geeft en ruimte om te innoveren, dan zijn ze tot heel veel in staat. Dat hebben ze in het verleden wel bewezen. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is om binnen de grenzen van het milieu de huidige melkproductie in Nederland op peil te houden.’


0 reacties

Cees de Jong: ‘Het doet me pijn als ik zie dat potentiële bedrijfsopvolgers afhaken omdat ze geen toekomstperspectief zien of lijden onder de onterechte negatieve beeldvorming’
vrijdag, 26 februari, 2021

Op 17 maart stemt Nederland voor een nieuwe Tweede Kamer. Op het stembiljet staat een recordaantal van 37 politieke partijen.

Veeteelt belt met de (beoogd) landbouwwoordvoerders van de partijen die volgens Peilingwijzer kans maken op minstens een zetel. De kandidaten reageren op vijf knellende koeienkwesties. Melkveehouder Cees de Jong hoopt voor het CDA met voorkeurstemmen in de Kamer te komen. ‘Ik wil een mandaat van de sector om te werken aan een landbouwvriendelijker klimaat in de politiek.’

Minister Schouten maakte van de omslag naar ‘kringlooplandbouw’ de missie van haar ministerschap. Moet een nieuwe minister verder op deze weg of is voor de melkveehouderij een compleet andere koers nodig?

‘De minister heeft het begrip “kringlooplandbouw” geïntroduceerd, maar niet concreet gemaakt. Hierdoor hebben alle partijen er een eigen invulling aan gegeven. Daarbij is veel te veel over en veel te weinig met de sector gepraat. Werken aan kringlooplandbouw is een proces dat de komende vier jaar zeker door zal gaan. Maar ik vind dat de sector meer betrokken moet worden bij de concrete  invulling. De politiek moet zaken op de agenda zetten en kaders stellen, maar zich niet veel bemoeien met de uitvoering. Wat dat betreft pleit ik voor de invoering van een soort Productschap 2.0 waarin overheid en bedrijfsleven samen de lijnen uitzetten naar de toekomst. Als er trouwens één sector in de landbouw is die al volgens kringloopprincipes werkt, dan is dat de melkveehouderij.’

Verdragen en wetten dwingen de overheid de komende jaren drastische klimaatmaatregelen te nemen. Is de melkveehouderij hierbij een deel van het probleem of een deel van de oplossing?

‘De melkveehouderij is altijd een deel van de oplossing, omdat melkveehouders een groot deel van het Nederlandse landschap beheren. Neem het veenweidegebied waar ik zelf boer. Er worden hier grote discussies gevoerd over een toekomst. Sommige partijen vinden dat het waterpeil zonder meer omhoog moet om bodemdaling te voorkomen en de uitstoot van CO2 te beperken. Ze gaan er gemakshalve maar even vanuit dat boeren dan wel over kunnen schakelen op een andere bedrijfstak. Als je dat zegt, ga je voorbij aan de realiteit. De melkveehouderij is de economische kurk waar het veenweidegebied op drijft. Je kunt niet praten over de toekomst van het gebied zonder de sector hierin te betrekken.’

Er is geen land in de wereld waar koeien efficiënter melk produceren en een hogere levensproductie realiseren dan in Nederland. Vragen melkveehouders hiermee te veel van hun dieren of toont dit aan dat ze voorop lopen als het gaat om dierwelzijn?

‘Overal in de wereld wordt met grote interesse naar ons vakmanschap gekeken. En doordat het ons lukt om hoge levensproducties te realiseren produceren we melk met een lage CO2-voerafdruk. Ook als het gaat om dierwelzijn doen veruit de meeste melkveehouders het hartstikke goed. Maar dat mag geen reden zijn om achterover te leunen. Werken aan dierwelzijn is een continu proces. Ik ben idolaat van koeien en daar wil ik mij dan ook graag voor inzetten. Een van de eerste dingen die ik wil regelen als ik in de Tweede Kamer kom is aanpassing van het vaccinatiebeleid tegen mond-en-klauwzeer. Ik vind het onbegrijpelijk dat we nog steeds niet mogen enten met een markervaccin. Ik ben ervan overtuigd dat een grote Kamermeerderheid het met mij eens is. Zelfs een Partij voor de Dieren kan daar niet tegen zijn.’

Melkveehouders hebben meer en meer te maken met maatschappelijke eisen die investeringen vragen. Biedt de markt voldoende kansen om deze terug te verdienen of moeten boeren hiervoor op een andere manier worden beloond?

‘Het ontbreken van een redelijk verdienmodel is op dit moment een van de grootste knelpunten in de melkveehouderij. Er liggen zeker kansen in de markt, maar de overheid zal meer moeten doen om de positie van boeren in de keten te versterken. Anders komt de meerwaarde van het product niet op het boerenerf terecht. Daarnaast zie ik zeker kansen voor het verzilveren van maatschappelijke diensten, denk aan natuurbeheer en  het vastleggen van CO2. Maar ook hiervoor geldt: het kan pas werken als veehouders eerlijk beloond worden voor hun inspanningen.’

Ongeveer zeventig procent van de zuivel die in Nederland wordt geproduceerd gaat de grens over. Is dit iets om trots op te zijn of is dit een te grote belasting voor het milieu?

‘Dat is zeker iets om trots op te zijn. Maar ik maak me wel zorgen over de toekomst. Het doet me pijn als ik zie dat potentiële bedrijfsopvolgers afhaken omdat ze geen toekomstperspectief zien of omdat ze lijden onder de onterechte negatieve beeldvorming. De melkveehouderij heeft behoefte aan duidelijkheid en een eerlijke kans. Natuurlijk hebben we rekening te houden met de grenzen van het milieu. Het is aan de overheid om de milieugebruiksruimte voor de melkveehouderij te bepalen, of het nu gaat om stikstof, fosfaat of broeikasgassen. Maar vervolgens moet de overheid de sector de ruimte geven om zelf de maatregelen te kiezen om binnen deze milieugebruiksruimte te blijven produceren. Als je boeren duidelijkheid voor de lange termijn geeft en ruimte om te innoveren, dan zijn ze tot heel veel in staat. Dat hebben ze in het verleden wel bewezen. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is om binnen de grenzen van het milieu de huidige melkproductie in Nederland op peil te houden.’

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.