Gras

Klimaatverandering verhoogt beregeningsbehoefte gras met 30 procent

Zonder beregening en zonder extra maatregelen om water vast te houden, zal klimaatverandering in 2050 op De Marke leiden tot een vermindering van de grasopbrengst met 9 procent
Zonder beregening en zonder extra maatregelen om water vast te houden, zal klimaatverandering in 2050 op De Marke leiden tot een vermindering van de grasopbrengst met 9 procent

De beregeningsbehoefte op droge zandgronden zal de komende jaren sterk stijgen door klimaatverandering. Om opbrengstverliezen als gevolg van droogte te compenseren zal in 2050 op gras 30 procent en op snijmais 60 procent meer beregend moeten worden dan nu.

Dit blijkt uit een scenarioanalyse van Wageningen UR, uitgevoerd voor agro-innovatiecentrum De Marke in Hengelo (Gelderland). In dit onderzoek zijn modelberekeningen gecombineerd met ruim twintig jaar praktijkmetingen op De Marke

Negen procent minder gras door droogte

Zonder beregening en zonder extra maatregelen om water vast te houden zal klimaatverandering in 2050 op De Marke leiden tot een vermindering van de grasopbrengst met 9 procent. De snijmaisopbrengst zal dalen met 18 procent in vergelijking met de huidige productie. Om dit opbrengstverlies te compenseren zal in 2050 op gras 30 procent en op snijmais 60 procent meer beregend moeten worden dan nu. 

Beregeningsrendement hoger in voorjaar

In de scenarioanalyse levert beregenen van gras in het voorjaar per millimeter water 24 kg droge stof op. Over het gehele groeiseizoen is de meeropbrengst van beregenen van grasland 18 kg droge stof per millimeter. Beregenen van snijmais levert gemiddeld 38 kg droge stof per mm op. Snijmais beregenen is dus duidelijk effectiever dan gras beregenen.

Maaipercelen intensiever beregend

Op De Marke wordt van elk perceel precies bijgehouden wanneer en hoeveel er is beregend. Alle percelen worden beregend, maar de intensiteit van beregening verschilt tussen percelen. Blijvend grasland op de huiskavel wordt intensief beregenend (39 millimeter per 100 millimeter neerslagtekort) om voldoende weidegras te houden en schade aan de zode te voorkomen. De maaipercelen worden minder intensief beregend (13 millimeter per 100 millimeter neerslagtekort). 

Op weidepercelen geen meeropbrengst 

Uit een analyse van de cijfers uit de jaren 2001 tot en met 2022 blijkt dat het effect van meer beregenen op de maaipercelen gemiddeld 23,5 kg droge stof per millimeter was. Op de intensief beregende weidepercelen werd geen opbrengstverhogend effect van extra beregenen gevonden. De onderzoekers vermoeden dat de weidepercelen onder droge en warme omstandigheden door betreden meer stress hebben dan maaipercelen. Dit zou de opbrengst kunnen drukken, waardoor het effect van extra beregening teniet wordt gedaan.