Gras

Grote verschillen in eiwitgehalte vers gras, meten essentieel

In een pilot lag het ruw eiwit van vers gras tussen 78 en 338 gram per kilo droge stof
In een pilot lag het ruw eiwit van vers gras tussen 78 en 338 gram per kilo droge stof

Het eiwitgehalte van vers gras verschilt sterk en is nauwelijks te voorspellen. In een pilot van Wageningen Livestock Research bij twintig melkveehouders lag het ruw eiwit van vers gras tussen 78 en 338 gram per kilo droge stof. Zelfs in een week waren de verschillen groot: percelen varieerden van 125 tot 310 gram ruw eiwit per kg droge stof.

De deelnemers lieten elke week vers gras analyseren via de GrasProductieRegistratie (GPR). Uit deze metingen bleek dat het eiwitgehalte niet goed te voorspellen is met informatie over snedeleeftijd, bemesting, bodemvocht, bodemtemperatuur of regio. 

Grasanalyse nodig om rantsoen goed te sturen

Extra informatie over graslandmanagement, vocht, stikstofleverend vermogen van de bodem en temperatuur helpt bij het inschatten van het eiwitgehalte en de opbrengst, maar vinden de onderzoekers nog niet nauwkeurig genoeg om het rantsoen goed te sturen. Daarom is het analyseren van vers gras en het snel terugkoppelen van de uitslagen volgens hen nodig. Ook de app Grassignaal gaf maar beperkt een goede inschatting van de werkelijke eiwitgehalten. Wel is volgens de onderzoekers het globale verloop te volgen: in het voorjaar is het eiwit vaak hoog, in de zomer zakt het en in het najaar kan het weer stijgen. 

Bijproducten met lager ruw eiwit zorgen voor balans

Met de wekelijkse uitslagen van de GrasProductieRegistratie konden de deelnemende melkveehouders hun rantsoen gericht aanpassen. Ze gebruikten hiervoor de Eiwitmonitor. Omdat de uitslag twee dagen na de monstername binnenkwam, namen de veehouders het monster een paar dagen voor inscharen en corrigeerden het verwachte eiwitgehalte iets naar beneden. 

Hoewel de deelnemers 50 procent meer vers gras voerden dan andere boeren uit het project Koe en Eiwit, hielden ze het totale eiwitgehalte in het rantsoen op gemiddeld 157 g re/kg ds, gelijk aan het re-gehalte van de andere deelnemers. Dat lukt doordat ze bijproducten met een lager eiwitgehalte gebruikten: gemiddeld 109 g re/kg ds ten opzichte van 140 g re/kg ds bij de andere deelnemers. 

Verwerkingstijd is knelpunt

De verwerkingstijd van de wekelijkse monsters is volgens de onderzoekers wel een belemmering bij bredere toepassing. Snellere terugkoppeling, eerder bemonsteren of in de toekomst het gebruik van draagbare sensoren die direct een uitslag geven, kunnen dit in de toekomst verbeteren. Ook is een betere koppeling van analysedata aan apps zoals Graslandkalender, Grassignaal en Grip op Gras volgens de onderzoekers wenselijk, zodat gegevens automatisch gekoppeld kunnen worden aan voerprogramma’s en de KringloopWijzer.