Selectief verlengen tussenkalftijd niet nadelig voor productie


Bij hoogproductieve koeien blijkt het goed mogelijk om de tussenkalftijd te verlengen zonder dat dit ten koste gaat van de productie
woensdag, 21 oktober, 2020

Als veehouders de tussenkalftijd van hun hoogproductieve koeien en vaarzen bewust verlengen hoeft dat geen negatieve invloed te hebben op de gemiddelde melkproductie per dag. Ook de vruchtbaarheid blijft op peil wanneer insemineren van hoogproductieve dieren wordt uitgesteld.

Dit komt naar voren uit een analyse van de cijfers van 13 melkveehouders die deelnemen aan het project ‘Lactatie op Maat’. De deelnemers aan dit project stelden het insemineren van (een deel van) hun koeien bewust uit.

Hoogproductief langer open

Het waren vooral koeien en vaarzen met een hoge productiepiek die langere intervallen van afkalven tot eerste inseminatie hadden en langere lijsten maakten. De onderzoekers denken dat dit deels het resultaat is van een verlaagde vruchtbaarheid van deze hoogproductieve dieren. Maar anderzijds speelt ook de strategie van veehouders een rol. Ze laten koeien en vaarzen die veel melk geven bewust langer open. Als deze bewust selectie wordt toegepast leidt verlengen van de lactatie vaak niet tot verlaging van de gemiddelde melkproductie per dag, blijkt uit dit onderzoek.

Vaarzen geven lang door

De optimale tussenkalftijd bleek niet voor ieder bedrijf en voor iedere groep koeien gelijk. Op de meeste bedrijven werd bij de vaarzen de hoogste melkproductie per dag tussenkalftijd gerealiseerd door de dieren waarbij de eerste inseminatie tot minimaal 196 dagen werd uitgesteld. Op een deel van de bedrijven blijken zelfs extreem lange lactaties mogeljjk zonder productieverlies. Uitstel van inseminatie werd op deze bedrijven wel gericht toegepast bij dieren met een hoge productie. Onder deze zelfde voorwaarde werd de hoogste productie per dag tussenkalftijd bij tweedekalfs en oudere koeien gerealiseerd in de groep koeien met een interval tot eerste inseminatie van minimaal 140 dagen.

Bewust verlengen kan

‘Bij deze conclusies moet worden opgemerkt dat het hier om de hoogstproductieve dieren op een bedrijf gaat.  We weten niet wat deze  dieren in een kortere tussenkalftijd geproduceerd zouden hebben’, licht onderzoekster Eline Burgers de conclusies toe. ‘Wat dit onderzoek vooral laat zien is dat het goed mogelijk is om de tussenkalftijd te verlengen zonder negatieve gevolgen voor de productie, mits je als veehouder bewust selecteert in de koeien waarbij je dit toepast’, maakt ze de vertaalslag naar de praktijk.

Geen effect op vruchtbaarheid

Uitstellen van de eerste inseminatie had in dit onderzoek ook geen effect op het percentage dracht na eerste inseminatie, ondanks dat koeien bij later insemineren vaak minder in een negatieve energiebalans zitten. De onderzoekers denken dat dit te maken heeft met het selectiebeleid van de veehouders. Het zijn met name de hoogproductieve koeien die langer blijven lopen. Hierdoor hebben ze bij insemineren een vergelijkbare dagproductie en energiehuishouding als minder productieve koeien die vroeg in de lactatie worden geïnsemineerd. Hierdoor is de kans op dracht gelijk.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het internationale wetenschappelijke tijdschrift Journal of Dairy Science. Klik hier om dit (engelstalige) artikel te lezen.

 

 

 



Bij hoogproductieve koeien blijkt het goed mogelijk om de tussenkalftijd te verlengen zonder dat dit ten koste gaat van de productie
woensdag, 21 oktober, 2020

Als veehouders de tussenkalftijd van hun hoogproductieve koeien en vaarzen bewust verlengen hoeft dat geen negatieve invloed te hebben op de gemiddelde melkproductie per dag. Ook de vruchtbaarheid blijft op peil wanneer insemineren van hoogproductieve dieren wordt uitgesteld.

Dit komt naar voren uit een analyse van de cijfers van 13 melkveehouders die deelnemen aan het project ‘Lactatie op Maat’. De deelnemers aan dit project stelden het insemineren van (een deel van) hun koeien bewust uit.

Hoogproductief langer open

Het waren vooral koeien en vaarzen met een hoge productiepiek die langere intervallen van afkalven tot eerste inseminatie hadden en langere lijsten maakten. De onderzoekers denken dat dit deels het resultaat is van een verlaagde vruchtbaarheid van deze hoogproductieve dieren. Maar anderzijds speelt ook de strategie van veehouders een rol. Ze laten koeien en vaarzen die veel melk geven bewust langer open. Als deze bewust selectie wordt toegepast leidt verlengen van de lactatie vaak niet tot verlaging van de gemiddelde melkproductie per dag, blijkt uit dit onderzoek.

Vaarzen geven lang door

De optimale tussenkalftijd bleek niet voor ieder bedrijf en voor iedere groep koeien gelijk. Op de meeste bedrijven werd bij de vaarzen de hoogste melkproductie per dag tussenkalftijd gerealiseerd door de dieren waarbij de eerste inseminatie tot minimaal 196 dagen werd uitgesteld. Op een deel van de bedrijven blijken zelfs extreem lange lactaties mogeljjk zonder productieverlies. Uitstel van inseminatie werd op deze bedrijven wel gericht toegepast bij dieren met een hoge productie. Onder deze zelfde voorwaarde werd de hoogste productie per dag tussenkalftijd bij tweedekalfs en oudere koeien gerealiseerd in de groep koeien met een interval tot eerste inseminatie van minimaal 140 dagen.

Bewust verlengen kan

‘Bij deze conclusies moet worden opgemerkt dat het hier om de hoogstproductieve dieren op een bedrijf gaat.  We weten niet wat deze  dieren in een kortere tussenkalftijd geproduceerd zouden hebben’, licht onderzoekster Eline Burgers de conclusies toe. ‘Wat dit onderzoek vooral laat zien is dat het goed mogelijk is om de tussenkalftijd te verlengen zonder negatieve gevolgen voor de productie, mits je als veehouder bewust selecteert in de koeien waarbij je dit toepast’, maakt ze de vertaalslag naar de praktijk.

Geen effect op vruchtbaarheid

Uitstellen van de eerste inseminatie had in dit onderzoek ook geen effect op het percentage dracht na eerste inseminatie, ondanks dat koeien bij later insemineren vaak minder in een negatieve energiebalans zitten. De onderzoekers denken dat dit te maken heeft met het selectiebeleid van de veehouders. Het zijn met name de hoogproductieve koeien die langer blijven lopen. Hierdoor hebben ze bij insemineren een vergelijkbare dagproductie en energiehuishouding als minder productieve koeien die vroeg in de lactatie worden geïnsemineerd. Hierdoor is de kans op dracht gelijk.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het internationale wetenschappelijke tijdschrift Journal of Dairy Science. Klik hier om dit (engelstalige) artikel te lezen.

 

 

 



Reacties

Ik heb wel de ervaring dat bij later insemineren de tochtigheid minder waar te nemen is, en sommige dieren dan veel later dragend worden, wat dan vetaanzet in de hand werkt.

REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.