Nederland gaat ibr en bvd definitief uitbannen


Ria Derks: ‘Voor de melkveehouderij heeft het grote voordelen dat alle sectoren nu bvd en ibr willen aanpakken’
donderdag, 27 januari, 2022

Gisteren werd bekend dat alle sectoren in de Nederlandse rundveehouderij gezamenlijk werk gaan maken van het uitbannen van de virussen ibr en bvd.

Zo komt er een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die de bestrijding van ibr vanaf 1 januari 2023 wettelijk verplicht voor alle rundveehouders. Bovendien heeft de kalversector besloten om vanaf 2024 alleen nog maar kalveren op te zetten die bvd-vrij zijn.

Wat betekenen deze besluiten voor melkveehouders? Veeteelt.nl vroeg het aan Ria Derks, portefeuillehouder diergezondheid van de vakgroep Melkveehouderij van LTO Nederland.

Het heeft lang geduurd. Blij dat de sectorbrede bestrijding van bvd en ibr nu echt van de grond komt?

‘Zeker. Uitbannen van de virussen ibr en bvd heeft voor melkveehouders nogal wat voordelen als het gaat om de diergezondheid. Een uitbraak van bvd kan bijvoorbeeld op een bedrijf enorme gevolgen hebben. Bovendien verlagen virussen de totale weerstand van de veestapel, waardoor andere gezondheidsproblemen gemakkelijker de kop opsteken. Daarbij is de exportpositie voor Nederlands vee gebaat bij een hoge gezondheidsstatus. Daarom werken we in de melkveehouderij, samen met de zuivel, al sinds 2018 aan het uitbannen van bvd en ibr. Dat loopt goed. Maar zolang niet alle sectoren meedoen, blijft het risico op nieuwe uitbraken bestaan.’

De kalverhouderij zal vanaf 2024 alleen nog maar bvd-vrije kalveren opzetten. Wat betekent dit voor Nederlandse melkveehouders?

‘Voor het overgrote deel van de melkveehouders heeft dit besluit geen directe consequenties. Op dit moment heeft 96,5 procent van de melkveebedrijven de status bvd-vrij of bvd-onverdacht. Deze bedrijven kunnen ook in 2024 onbelemmerd kalveren verkopen. De overige 3,5 procent van de melkveebedrijven heeft de bvd-status onbekend. Een deel van deze bedrijven zal in werkelijkheid vrij zijn van bvd en hoeft dat alleen nog maar te bevestigen met een status.’

‘Uiteindelijk zal een heel klein deel van de melkveebedrijven nog echt werk moeten maken van de bestrijding van bvd. Overigens kunnen ook deze bedrijven over twee jaar nog steeds kalveren afzetten naar de kalverhouderij. Ze moeten dan van ieder kalf met een onderzoek aan een oorbiopt aantonen dat het bvd-vrij is. Dat kost geld en kalveren moeten op het bedrijf blijven tot de uitslag bekend is. Daarmee verwachten we dat het besluit van de kalversector ook voor deze melkveehouders het laatste zetje is om bvd aan te pakken.’

De kalversector heeft dit besluit zelf genomen. De bvd-bestrijding wordt dus niet wettelijk geregeld?

‘Nog niet, maar daar willen we wel naartoe. Tot vorig jaar was het binnen de EU niet mogelijk om als land een officiële bvd-vrijstatus te krijgen. Zolang dat niet mogelijk was, kon ook het ministerie van LNV niets wettelijk opleggen. Maar er is een nieuwe Europese diergezondheidswet, waarin ook de bestrijding van bvd is geregeld. Op basis van deze wet kan nu ook het Nederlandse ministerie werk maken van nationale wetgeving. Wij willen het ministerie vragen om dit op te gaan pakken, zodat Nederland op termijn ook een officiële bvd-vrije status kan krijgen.’

De AMvB die de bestrijding van ibr wettelijk regelt, is jaren geleden al aangekondigd. Waarom gaat het nu wel echt gebeuren?

‘Het ministerie heeft ons laten weten dat het voorstel voor de AMvB bijna klaar is en zeer binnenkort met ons zal worden besproken. We hebben er inderdaad even op moeten wachten, volgens het ministerie door gebrek aan capaciteit om hieraan te werken. Nu we met de verschillende sectoren in de rundveehouderij op één lijn zitten, heeft het ministerie het uitwerken van de AmvB meer prioriteit gegeven.’

Wat heeft de verplichte ibr-bestrijding voor consequenties voor melkveehouders?

‘Ook met de bestrijding van ibr is de melkveehouderij al ver gevorderd. Bijna 80 procent van de melkveebedrijven is al ibr-vrij. Toch komen er nog steeds uitbraken voor. Als we via wetgeving het uitbannen van ibr voor alle sectoren regelen, neemt het risico op herbesmettingen steeds verder af. De melkveehouderij heeft hier dus duidelijk voordeel bij. Nu de ibr-bestrijding wettelijk wordt geregeld, kan Nederland bovendien de hoogste Europese ibr-status aanvragen. Veel van de landen om ons heen hebben deze status al. Als Nederland op termijn officieel ibr-vrij is, kunnen we ook weer onbelemmerd vee naar deze landen exporteren.’


0 reacties

Ria Derks: ‘Voor de melkveehouderij heeft het grote voordelen dat alle sectoren nu bvd en ibr willen aanpakken’
donderdag, 27 januari, 2022

Gisteren werd bekend dat alle sectoren in de Nederlandse rundveehouderij gezamenlijk werk gaan maken van het uitbannen van de virussen ibr en bvd.

Zo komt er een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die de bestrijding van ibr vanaf 1 januari 2023 wettelijk verplicht voor alle rundveehouders. Bovendien heeft de kalversector besloten om vanaf 2024 alleen nog maar kalveren op te zetten die bvd-vrij zijn.

Wat betekenen deze besluiten voor melkveehouders? Veeteelt.nl vroeg het aan Ria Derks, portefeuillehouder diergezondheid van de vakgroep Melkveehouderij van LTO Nederland.

Het heeft lang geduurd. Blij dat de sectorbrede bestrijding van bvd en ibr nu echt van de grond komt?

‘Zeker. Uitbannen van de virussen ibr en bvd heeft voor melkveehouders nogal wat voordelen als het gaat om de diergezondheid. Een uitbraak van bvd kan bijvoorbeeld op een bedrijf enorme gevolgen hebben. Bovendien verlagen virussen de totale weerstand van de veestapel, waardoor andere gezondheidsproblemen gemakkelijker de kop opsteken. Daarbij is de exportpositie voor Nederlands vee gebaat bij een hoge gezondheidsstatus. Daarom werken we in de melkveehouderij, samen met de zuivel, al sinds 2018 aan het uitbannen van bvd en ibr. Dat loopt goed. Maar zolang niet alle sectoren meedoen, blijft het risico op nieuwe uitbraken bestaan.’

De kalverhouderij zal vanaf 2024 alleen nog maar bvd-vrije kalveren opzetten. Wat betekent dit voor Nederlandse melkveehouders?

‘Voor het overgrote deel van de melkveehouders heeft dit besluit geen directe consequenties. Op dit moment heeft 96,5 procent van de melkveebedrijven de status bvd-vrij of bvd-onverdacht. Deze bedrijven kunnen ook in 2024 onbelemmerd kalveren verkopen. De overige 3,5 procent van de melkveebedrijven heeft de bvd-status onbekend. Een deel van deze bedrijven zal in werkelijkheid vrij zijn van bvd en hoeft dat alleen nog maar te bevestigen met een status.’

‘Uiteindelijk zal een heel klein deel van de melkveebedrijven nog echt werk moeten maken van de bestrijding van bvd. Overigens kunnen ook deze bedrijven over twee jaar nog steeds kalveren afzetten naar de kalverhouderij. Ze moeten dan van ieder kalf met een onderzoek aan een oorbiopt aantonen dat het bvd-vrij is. Dat kost geld en kalveren moeten op het bedrijf blijven tot de uitslag bekend is. Daarmee verwachten we dat het besluit van de kalversector ook voor deze melkveehouders het laatste zetje is om bvd aan te pakken.’

De kalversector heeft dit besluit zelf genomen. De bvd-bestrijding wordt dus niet wettelijk geregeld?

‘Nog niet, maar daar willen we wel naartoe. Tot vorig jaar was het binnen de EU niet mogelijk om als land een officiële bvd-vrijstatus te krijgen. Zolang dat niet mogelijk was, kon ook het ministerie van LNV niets wettelijk opleggen. Maar er is een nieuwe Europese diergezondheidswet, waarin ook de bestrijding van bvd is geregeld. Op basis van deze wet kan nu ook het Nederlandse ministerie werk maken van nationale wetgeving. Wij willen het ministerie vragen om dit op te gaan pakken, zodat Nederland op termijn ook een officiële bvd-vrije status kan krijgen.’

De AMvB die de bestrijding van ibr wettelijk regelt, is jaren geleden al aangekondigd. Waarom gaat het nu wel echt gebeuren?

‘Het ministerie heeft ons laten weten dat het voorstel voor de AMvB bijna klaar is en zeer binnenkort met ons zal worden besproken. We hebben er inderdaad even op moeten wachten, volgens het ministerie door gebrek aan capaciteit om hieraan te werken. Nu we met de verschillende sectoren in de rundveehouderij op één lijn zitten, heeft het ministerie het uitwerken van de AmvB meer prioriteit gegeven.’

Wat heeft de verplichte ibr-bestrijding voor consequenties voor melkveehouders?

‘Ook met de bestrijding van ibr is de melkveehouderij al ver gevorderd. Bijna 80 procent van de melkveebedrijven is al ibr-vrij. Toch komen er nog steeds uitbraken voor. Als we via wetgeving het uitbannen van ibr voor alle sectoren regelen, neemt het risico op herbesmettingen steeds verder af. De melkveehouderij heeft hier dus duidelijk voordeel bij. Nu de ibr-bestrijding wettelijk wordt geregeld, kan Nederland bovendien de hoogste Europese ibr-status aanvragen. Veel van de landen om ons heen hebben deze status al. Als Nederland op termijn officieel ibr-vrij is, kunnen we ook weer onbelemmerd vee naar deze landen exporteren.’

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.