Gezondheid Duitse kalveren niet beter na verhogen transportleeftijd
Duitse kalveren zijn sinds het verhogen van de transportleeftijd van 14 naar 28 dagen in 2023 niet beter gaan presteren. Ook is het antibioticagebruik van Duitse kalveren op vleeskalverbedrijven niet lager dan dat van Nederlandse blankvleeskalveren.
Dat meldt GD, die dat onderzocht in het kader van de diergezondheidsmonitoring, in Veekijkernieuws. De kans op uitval in de eerste maanden na opzet is bij de oudere Duitse kalveren wel lager, constateert GD. Maar over de hele mestperiode waren de uitvalcijfers niet beter dan van kalveren met een Nederlandse herkomst.
Ook in Nederland wil de overheid met de AMvB ‘Dierwaardige Veehouderij’ de minimale transportleeftijd van kalveren vanaf 1 januari 2028 verhogen naar 28 dagen.
Ierse kalveren gezonder
Van de kalveren die van 2020 tot en met 2024 zijn opgezet op vleeskalverbedrijven, kwam ruim de helft uit Nederland en een derde uit Duitsland. De andere kalveren kwamen vooral uit België, Denemarken, Estland of Ierland.
GD analyseerde van de kalveren in deze periode onder meer de uitvalcijfers en het antibioticagebruik. De Ierse kalveren hebben een lagere kans op uitval en een lager antibioticagebruik dan de Nederlandse kalveren. De Duitse kalveren presteerden wat betreft uitval en antibioticagebruik iets minder dan de in Nederland geboren kalveren. Ook trof GD bij sectie op de Duitse kalveren iets vaker infectieuze longaandoeningen aan.