Biestkwaliteit wordt al weken voor afkalven bepaald
Drachtige koeien starten al weken voor afkalven met de aanmaak van biest. De kwaliteit wordt dan ook al aan het begin van de droogstand bepaald. Zo is de biestkwaliteit van biest slechter als koeien voor droogzetten nog veel melk produceren.
Dit vertelt Amanda Fischer-Tlustos, onderzoeker aan de universiteit van het Canadese Guelph, op de Amerikaanse website Dairy Herd Management.
Opbouw antistoffen start bij droogzetten
Fischer deed onderzoek naar de kwaliteit van biest en bekeek hoe de vorming van biest wordt beïnvloed door voeding, stofwisseling en uieractiviteit tijdens de droogstand. Ze volgde een groep holsteinkoeien van droogzetten tot afkalven en nam regelmatig monsters van vocht uit de uier. De koeien werden ongeveer acht weken voor de verwachte kalfdatum drooggezet. De onderzoeker ontdekte dat de productie van eiwit ongeveer een week voor afkalven start en de productie van lactose en vet pas één à twee dagen voor de geboorte van het kalf. De opbouw van antistoffen blijkt veel eerder te starten: bij sommige koeien wel zes weken voor afkalven, al aan het begin van de droogstand dus.
Productie op tijd afbouwen
‘Koeien die eerder startten met het opbouwen van antistoffen produceerden consequent betere biest’, vertelt Fischer. ‘Hoe eerder en geleidelijker die opbouw plaatsvindt, hoe beter de biest bij de eerste melkbeurt’, legt ze uit. Koeien die slecht opdroogden en na droogzetten nog melk lekten, bleken vaak biest van slechtere kwaliteit te produceren. ‘Hoe meer melk een koe gaf bij droogzetten, hoe actiever de uier bleef en hoe slechter de biest’, stelt de onderzoeker. Ze adviseert veehouders dan ook om koeien goed voor te bereiden op de droogstand. Door op tijd te starten met afremmen van de productie krijgt het uierweefsel voldoende hersteltijd.
Geen effect energiedichtheid op biestproductie
In het onderzoek werd ook gekeken naar de invloed van voeding op de biestkwaliteit. De energiedichtheid van het droogstandsrantsoen bleek geen effect te hebben op de totale biestproductie en de hoeveelheid antistoffen.