‘Veehouder in VS kijkt meer met economische bril naar levensduur’
Levensduur staat hoog op de agenda in de Nederlandse melkveehouderij. In de Verenigde Staten kijken veehouders daar heel anders naar, zegt de Amerikaanse hoogleraar Albert de Vries. ‘Een lange levensduur is mooi, maar uiteindelijk draait het om economie.’
De in Nederland opgegroeide De Vries is verbonden aan de University of Florida en werkt al meer dan dertig jaar in de VS. Amerikaanse koeien maken gemiddeld zo’n 2,7 lactaties, schat De Vries. ‘Veehouders met een paar duizend koeien zijn niet zo bezig met levensduur of levensproductie, zeker niet van individuele koeien. Genetisch gezien kunnen koeien in de VS een jaar ouder worden dan dertig jaar geleden. Maar in de praktijk worden ze nul jaar ouder. ‘
Meer met economische bril kijken
Dat de Amerikaanse koeien niet ouder worden, heeft volgens De Vries vooral met economie te maken. Het verschil tussen de opfokkosten van vaarzen en de prijzen voor uitstootkoeien is op dit moment niet groot. Dat maakt vervangen aantrekkelijk.
‘Vanuit economisch perspectief kan het heel logisch zijn om laagproductieve koeien te vervangen. Die gedachte hoor ik in Nederland minder vaak dan in de VS’, zo zet De Vries vraagtekens bij de Nederlandse nadruk op levensduur. ‘Een Amerikaanse veehouder kijkt er toch met een meer economische bril naar. Natuurlijk zouden we wel willen dat elke koe oud wordt, maar niet elke koe verdient het om oud te worden. Ik denk dat veehouders veel meer zouden moeten kijken of het vervangen van een koe een hoger saldo per koeplaats of per kilogram fosfaat oplevert.’
Levensduur geen thema in VS
De Vries verbaast zich daarbij ook over de nadruk die de maatschappij in Europa op levensduur legt. ‘Waarom wordt daar bij koeien op gehamerd, terwijl vleeskuikens, vleesvarkens en vleeskalveren ook niet hun maximale leeftijd bereiken? In de VS is levensduur nauwelijks een thema in het publieke debat.’
Het aprilnummer van Veeteelt bevat een interview met Albert de Vries, waarin hij dieper ingaat op levensduur en vervangingsbeleid.