Uitstel van insemineren bevordert levensdagproductie


Vaker kalven zorgt voor een hogere dagproductie, maar leidt ook tot meer niet-productieve dagen en hogere dierenartskosten
vrijdag, 26 februari, 2021

Langer wachten met insemineren kan leiden tot een hogere levensproductie per dag.

Dat stelde Anke Römer, onderzoeker aan het Duitse Institut für Tierproduktion in Dummerstorf (Mecklenburg-Vorpommern), tijdens een internationaal webinar van Trouw Nutrition over duurzame melkveehouderij. ‘Zeker jongere dieren zijn zo persistent dat je best 200 dagen kunt wachten voordat je ze gaat insemineren.’

Drie of vijf keer kalven in vijf jaar

Römer vergeleek koeien die in vijf jaar tijd vijf keer kalfden met koeien die in dezelfde periode drie keer kalfden. Per saldo behaalden de koeien die vijf keer kalfden in vijf jaar tijd een productie van 53.757 kg melk, terwijl de drie keer gekalfde koeien op 55.264 kg melk uitkomen. Dat leidt tot een levensdagproductie van 20 kg in de eerste groep en 21 kg in de tweede groep.

‘De dagproductie van koeien die vaker kalven is weliswaar hoger, maar ze staan ook langer droog. Dat leidt tot meer niet-productieve dagen’, legde Römer uit. ‘Bovendien zijn de dierenartskosten lager, omdat de meeste kosten gemaakt worden in de eerste dertig dagen na afkalven.’

Streven naar 20 kg melk per levensdag

Gemiddeld komt de levensdagproductie in Duitsland op 14 kg uit. ‘Maar economisch gezien zouden veehouders moeten streven naar zo’n 20 kg melk per levensdag’, gaf Römer aan.

Om dat te bereiken zouden veehouders ook hun afvoerbeleid goed onder de loep moeten nemen, geeft de onderzoeker aan. ‘Geef jonge koeien ook de kans om een oude koe te worden. Nu worden veel dieren al als vaars afgevoerd.’

29 procent verlaat bedrijf als vaars

Römer onderzocht de afvoerdata van dertig grote, hoogproductieve bedrijven in Duitsland met in totaal ruim 43.000 afgevoerde koeien. ‘We zagen dat 29 procent van die dieren al in de eerste lactatie was afgevoerd. Bovendien werd bijna een kwart daarvan in de eerste dertig dagen van de lactatie afgevoerd.’

De twintig procent beste bedrijven voerden naar verhouding minder vaak jongere dieren af. Zij voerden 23 procent van de afgevoerde dieren als vaars af. Op deze bedrijven bestond 32 procent van de afgevoerde dieren uit koeien met vier of meer lactaties. Over alle bedrijven lag dat percentage op 26 procent.


0 reacties

Vaker kalven zorgt voor een hogere dagproductie, maar leidt ook tot meer niet-productieve dagen en hogere dierenartskosten
vrijdag, 26 februari, 2021

Langer wachten met insemineren kan leiden tot een hogere levensproductie per dag.

Dat stelde Anke Römer, onderzoeker aan het Duitse Institut für Tierproduktion in Dummerstorf (Mecklenburg-Vorpommern), tijdens een internationaal webinar van Trouw Nutrition over duurzame melkveehouderij. ‘Zeker jongere dieren zijn zo persistent dat je best 200 dagen kunt wachten voordat je ze gaat insemineren.’

Drie of vijf keer kalven in vijf jaar

Römer vergeleek koeien die in vijf jaar tijd vijf keer kalfden met koeien die in dezelfde periode drie keer kalfden. Per saldo behaalden de koeien die vijf keer kalfden in vijf jaar tijd een productie van 53.757 kg melk, terwijl de drie keer gekalfde koeien op 55.264 kg melk uitkomen. Dat leidt tot een levensdagproductie van 20 kg in de eerste groep en 21 kg in de tweede groep.

‘De dagproductie van koeien die vaker kalven is weliswaar hoger, maar ze staan ook langer droog. Dat leidt tot meer niet-productieve dagen’, legde Römer uit. ‘Bovendien zijn de dierenartskosten lager, omdat de meeste kosten gemaakt worden in de eerste dertig dagen na afkalven.’

Streven naar 20 kg melk per levensdag

Gemiddeld komt de levensdagproductie in Duitsland op 14 kg uit. ‘Maar economisch gezien zouden veehouders moeten streven naar zo’n 20 kg melk per levensdag’, gaf Römer aan.

Om dat te bereiken zouden veehouders ook hun afvoerbeleid goed onder de loep moeten nemen, geeft de onderzoeker aan. ‘Geef jonge koeien ook de kans om een oude koe te worden. Nu worden veel dieren al als vaars afgevoerd.’

29 procent verlaat bedrijf als vaars

Römer onderzocht de afvoerdata van dertig grote, hoogproductieve bedrijven in Duitsland met in totaal ruim 43.000 afgevoerde koeien. ‘We zagen dat 29 procent van die dieren al in de eerste lactatie was afgevoerd. Bovendien werd bijna een kwart daarvan in de eerste dertig dagen van de lactatie afgevoerd.’

De twintig procent beste bedrijven voerden naar verhouding minder vaak jongere dieren af. Zij voerden 23 procent van de afgevoerde dieren als vaars af. Op deze bedrijven bestond 32 procent van de afgevoerde dieren uit koeien met vier of meer lactaties. Over alle bedrijven lag dat percentage op 26 procent.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.