‘Na lactatiewaarde is ook laatrijpheid toe aan aanpassing’


Binnen de fokwaarde laatrijpheid worden volgens SFL vaarzen met een lage productie nu overgewaardeerd
maandag, 2 november, 2020

Mede op voorspraak van de Stichting Fokken voor Levensduur (SFL) is op 1 september de lactatiewaardeberekening voor vaarzen en oudere koeien veranderd. Dit komt volgens de stichting de levensduur van de Nederlandse veestapel ten goede. Ook de fokwaarde laatrijpheid is toe aan een herijking, zo stelt Peter Aalberts, voorzitter van SFL.

Afgelopen 1 september vond de herijking van de mpr-kengetallen door CRV plaats waardoor de lactatiewaarde van oudere koeien met gemiddeld vier punten steeg. Die van vaarzen zakte juist zes punten. Volgens CRV werd de netto-opbrengst van vaarzen namelijk overschat doordat de productie en persistentie van deze groep dieren in de afgelopen jaren fors is toegenomen.

Lactatiewaarde nog vaak selectiecriterium

De SFL wijdt de overschatting aan een toegenomen vroegrijpheid van vaarzen en stelde de lactatiewaardeberekening aan de kaak. ‘In de praktijk is lactatiewaarde voor veel veehouders een selectiecriterium voor het uitselecteren van koeien. Ook wordt op basis van lactatiewaarde dikwijls bepaald of koeien voor de fokkerij benut worden. Daarom zijn wij blij dat oudere koeien nu weer op de juiste waarde worden geschat. Dit gaat de levensduur van de Nederlandse veestapel zeker vooruit helpen’, aldus Aalberts.

Hogere correlatie laatrijpheid en levensduur

Stichting Fokken voor Levensduur heeft in de fokwaarde laatrijpheid een nieuw kengetal benoemd dat toe is aan herijking. ‘Bij dit kengetal wordt naar de relatieve productiestijging tussen de eerste en tweede lactatie gekeken. Dat zorgt voor een overwaardering van vaarzen met een lage productie’, stelt Aalberts. ‘Wij zien meer in het inwegen van de absolute stijging. Dat geeft vaarzen die al met een prima productie starten meer kans op een goede fokwaarde voor laatrijpheid en dat sluit meer aan bij de wensen van de praktijk. Hierdoor zal de correlatie tussen laatrijpheid en levensduur ook toenemen.’

Aandacht voor vijfde en zesde lactatie

Ook de ontwikkeling van de productie richting de vijfde en zesde lactatie verdient meer aandacht volgens SFL. ‘Koeien die door blijven stijgen in productie functioneren nog altijd goed. Die wil je onderscheiden van koeien waarbij de index in de loop van de tijd wegzakt omdat ze meer problemen krijgen’, stelt Aalberts. Ook hoogtemaat en de negatieve correlatie die dit heeft met levensduur krijgt de komende jaren aandacht van SFL.


0 reacties

Binnen de fokwaarde laatrijpheid worden volgens SFL vaarzen met een lage productie nu overgewaardeerd
maandag, 2 november, 2020

Mede op voorspraak van de Stichting Fokken voor Levensduur (SFL) is op 1 september de lactatiewaardeberekening voor vaarzen en oudere koeien veranderd. Dit komt volgens de stichting de levensduur van de Nederlandse veestapel ten goede. Ook de fokwaarde laatrijpheid is toe aan een herijking, zo stelt Peter Aalberts, voorzitter van SFL.

Afgelopen 1 september vond de herijking van de mpr-kengetallen door CRV plaats waardoor de lactatiewaarde van oudere koeien met gemiddeld vier punten steeg. Die van vaarzen zakte juist zes punten. Volgens CRV werd de netto-opbrengst van vaarzen namelijk overschat doordat de productie en persistentie van deze groep dieren in de afgelopen jaren fors is toegenomen.

Lactatiewaarde nog vaak selectiecriterium

De SFL wijdt de overschatting aan een toegenomen vroegrijpheid van vaarzen en stelde de lactatiewaardeberekening aan de kaak. ‘In de praktijk is lactatiewaarde voor veel veehouders een selectiecriterium voor het uitselecteren van koeien. Ook wordt op basis van lactatiewaarde dikwijls bepaald of koeien voor de fokkerij benut worden. Daarom zijn wij blij dat oudere koeien nu weer op de juiste waarde worden geschat. Dit gaat de levensduur van de Nederlandse veestapel zeker vooruit helpen’, aldus Aalberts.

Hogere correlatie laatrijpheid en levensduur

Stichting Fokken voor Levensduur heeft in de fokwaarde laatrijpheid een nieuw kengetal benoemd dat toe is aan herijking. ‘Bij dit kengetal wordt naar de relatieve productiestijging tussen de eerste en tweede lactatie gekeken. Dat zorgt voor een overwaardering van vaarzen met een lage productie’, stelt Aalberts. ‘Wij zien meer in het inwegen van de absolute stijging. Dat geeft vaarzen die al met een prima productie starten meer kans op een goede fokwaarde voor laatrijpheid en dat sluit meer aan bij de wensen van de praktijk. Hierdoor zal de correlatie tussen laatrijpheid en levensduur ook toenemen.’

Aandacht voor vijfde en zesde lactatie

Ook de ontwikkeling van de productie richting de vijfde en zesde lactatie verdient meer aandacht volgens SFL. ‘Koeien die door blijven stijgen in productie functioneren nog altijd goed. Die wil je onderscheiden van koeien waarbij de index in de loop van de tijd wegzakt omdat ze meer problemen krijgen’, stelt Aalberts. Ook hoogtemaat en de negatieve correlatie die dit heeft met levensduur krijgt de komende jaren aandacht van SFL.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.