Rabobank: ‘Kalversector gaat terug naar de basis’
De kalverhouderij in Nederland heeft in 2040 weer grotendeels de rol waarmee de sector is gestart: het tot waarde brengen van kalveren uit de Nederlandse melkveehouderij.
Dit schrijft Rabobank in een toekomstvisie op de sector.
Ruim 60 procent minder bedrijven
De sectordeskundigen van de bank verwachten dat de productie van de kalverhouderij in 2040 met meer dan dertig procent zal zijn gedaald ten opzichte van 2023. Door schaalvergroting krimpt het aantal bedrijven nog veel sterker: met meer dan zestig procent. Alleen grotere bedrijven kunnen volgens Rabobank de noodzakelijke investeringen in milieu en dierwelzijn terugverdienen. Daarbij zal de kalverhouderij zich meer over het land verspreiden en minder geconcentreerd zijn op de Veluwe, in de Gelderse Vallei en in Noord-Brabant.
Blank kalfsvlees verdwijnt
Een productiesysteem waarbij grote aantallen buitenlandse kalveren in Nederland worden afgemest waarna het vlees wordt geëxporteerd, is volgens Rabobank niet houdbaar uit oogpunt van duurzaamheid en dierwelzijn. Import van kalveren van verder weg zal niet meer mogelijk zijn door wettelijke beperkingen op de afstand en duur van transporten. Kalveren zullen bovendien enkele weken langer op melkveebedrijven gehouden worden. Kalverhouders moeten investeren in meer ruimte, groepshuisvesting en ligcomfort voor de dieren. Blank kalfsvlees verdwijnt door het bijvoeren van ruwvoer.
Verdienmodel voor blijvers
Met de krimp van de productie keert de kalversector weer terug naar de basis: het tot waarde brengen van kalveren uit de Nederlandse melkveehouderij. De import van kalveren zal sterk verminderen en ook de export van kalfsvlees daalt, ook al omdat in Nederland meer (rosé) kalfsvlees zal worden geconsumeerd. Alle mest wordt verwerkt, emissies zijn sterk beperkt en het dierwelzijn is toegenomen. Rabobank verwacht dat door sterke ketenregie en certificering de hogere kosten worden terugverdiend en er voor de blijvende kalverhouders een goed verdienmodel zal zijn.