Overcapaciteit FrieslandCampina’s grootste zorg voor 2030


FrieslandCampina verwerkt momenteel 67 procent van de Nederlandse melkplas
maandag, 28 februari, 2022

Het gebrek aan melk, of eigenlijk, het voorkomen van overcapaciteit, is een van grootste zorgen in de toekomstplannen van FrieslandCampina.

Dat bleek vandaag tijdens een persbijeenkomst waarbij het bestuur van de zuivelcoöperatie de toekomstvisie ‘Koers op 2030’ toelichtte.

Nieuwe leden toelaten

‘We zetten ons in om de huidige omvang van de melkaanvoer te behouden. Omdat we een jaarlijkse krimp zien van 3 tot 4 procent van de melkveehouders, willen we de bestaande leden ruimte geven om te groeien’, vertelt Sybren Attema, voorzitter van FrieslandCampina. ‘Daarnaast zitten we midden in het overlegproces met de bestaande leden hoe we nieuwe leden zouden kunnen toelaten bij de organisatie.’

Investeren voor na het melkquotumtijdperk

Afgelopen jaar kwam de melkaanvoer voor het eerst onder de tien miljard kg melk uit. Die dalende melkaanvoer is niet alleen het gevolg van een gestaag afnemend aantal veehouders. Per 1 januari dit jaar stapten 239 leden over naar een andere melkafnemer, gezamenlijk goed voor 272 miljoen kg melk. Ook de kabinetsplannen op het gebied van de stikstofuitstoot en de krimp van de veestapel met zo’n twintig tot dertig procent als gevolg daarvan, krijgen steeds meer vorm. ‘Naar aanleiding van het einde van het melkquotumtijdperk hebben we geïnvesteerd in verwerkingscapaciteit om de verwachte groei in melkaanvoer aan te kunnen. Om de groei bij te kunnen houden is zelfs het plan “gebalanceerde groei” geïntroduceerd’, zo verduidelijkt vicevoorzitter Sandra Addink. Uiteindelijk hoefde het plan waarin veehouders zouden betalen voor extra geleverde melk, niet uitgevoerd te worden, omdat de melkaanvoer terugliep, mede als gevolg van de invoering van fosfaatrechten.

Ideale omvang

Die melkaanvoer loopt nog altijd terug, waardoor een deel van de fabrieken niet meer optimaal is gevuld. ‘Overcapaciteit kost geld’, zo wond Attema er geen doekjes om. Hij gaf aan dat er vorig jaar daarom bewust is gesneden in minder winstgevende bedrijfsonderdelen, zoals het sluiten van een aantal poedertorens. De vraag wat de ideale omvang van de organisatie zou zijn, werd ontweken. ‘We verwerken nu 67 procent van de Nederlandse melk, het zou mooi zijn als we die omvang kunnen behouden.’  

Geen voorrang Vlaamse leveranciers

Het ligt volgens het bestuur voor de hand dat nieuwe leden gezocht gaan worden in het huidige ‘coöperatieve werkgebied in Nederland, Duitsland en Vlaanderen.’ Dat betekent dus niet dat de leveranciers aan de fabriek in het Vlaamse Aalter als eerste benaderd zullen worden om lid te worden. Deze Vlaamse groep leveranciers vroegen vorig jaar nog expliciet toegang tot de coöperatie. Afgelopen jaren nam FrieslandCampina juist bewust afscheid van een groot deel van deze melkveehouders. Vorig jaar augustus waren er nog 280 Vlaamse leveranciers, in 2016 leverden nog 884 melkveehouders uit Vlaanderen melk als leverancier aan FrieslandCampina. ‘Deze leveranciers zitten niet in het directe coöperatieve werkgebied’, aldus Jan Pieter Tanis, verantwoordelijk bij FrieslandCampina voor de coöperatieve zaken.


0 reacties

FrieslandCampina verwerkt momenteel 67 procent van de Nederlandse melkplas
maandag, 28 februari, 2022

Het gebrek aan melk, of eigenlijk, het voorkomen van overcapaciteit, is een van grootste zorgen in de toekomstplannen van FrieslandCampina.

Dat bleek vandaag tijdens een persbijeenkomst waarbij het bestuur van de zuivelcoöperatie de toekomstvisie ‘Koers op 2030’ toelichtte.

Nieuwe leden toelaten

‘We zetten ons in om de huidige omvang van de melkaanvoer te behouden. Omdat we een jaarlijkse krimp zien van 3 tot 4 procent van de melkveehouders, willen we de bestaande leden ruimte geven om te groeien’, vertelt Sybren Attema, voorzitter van FrieslandCampina. ‘Daarnaast zitten we midden in het overlegproces met de bestaande leden hoe we nieuwe leden zouden kunnen toelaten bij de organisatie.’

Investeren voor na het melkquotumtijdperk

Afgelopen jaar kwam de melkaanvoer voor het eerst onder de tien miljard kg melk uit. Die dalende melkaanvoer is niet alleen het gevolg van een gestaag afnemend aantal veehouders. Per 1 januari dit jaar stapten 239 leden over naar een andere melkafnemer, gezamenlijk goed voor 272 miljoen kg melk. Ook de kabinetsplannen op het gebied van de stikstofuitstoot en de krimp van de veestapel met zo’n twintig tot dertig procent als gevolg daarvan, krijgen steeds meer vorm. ‘Naar aanleiding van het einde van het melkquotumtijdperk hebben we geïnvesteerd in verwerkingscapaciteit om de verwachte groei in melkaanvoer aan te kunnen. Om de groei bij te kunnen houden is zelfs het plan “gebalanceerde groei” geïntroduceerd’, zo verduidelijkt vicevoorzitter Sandra Addink. Uiteindelijk hoefde het plan waarin veehouders zouden betalen voor extra geleverde melk, niet uitgevoerd te worden, omdat de melkaanvoer terugliep, mede als gevolg van de invoering van fosfaatrechten.

Ideale omvang

Die melkaanvoer loopt nog altijd terug, waardoor een deel van de fabrieken niet meer optimaal is gevuld. ‘Overcapaciteit kost geld’, zo wond Attema er geen doekjes om. Hij gaf aan dat er vorig jaar daarom bewust is gesneden in minder winstgevende bedrijfsonderdelen, zoals het sluiten van een aantal poedertorens. De vraag wat de ideale omvang van de organisatie zou zijn, werd ontweken. ‘We verwerken nu 67 procent van de Nederlandse melk, het zou mooi zijn als we die omvang kunnen behouden.’  

Geen voorrang Vlaamse leveranciers

Het ligt volgens het bestuur voor de hand dat nieuwe leden gezocht gaan worden in het huidige ‘coöperatieve werkgebied in Nederland, Duitsland en Vlaanderen.’ Dat betekent dus niet dat de leveranciers aan de fabriek in het Vlaamse Aalter als eerste benaderd zullen worden om lid te worden. Deze Vlaamse groep leveranciers vroegen vorig jaar nog expliciet toegang tot de coöperatie. Afgelopen jaren nam FrieslandCampina juist bewust afscheid van een groot deel van deze melkveehouders. Vorig jaar augustus waren er nog 280 Vlaamse leveranciers, in 2016 leverden nog 884 melkveehouders uit Vlaanderen melk als leverancier aan FrieslandCampina. ‘Deze leveranciers zitten niet in het directe coöperatieve werkgebied’, aldus Jan Pieter Tanis, verantwoordelijk bij FrieslandCampina voor de coöperatieve zaken.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.