LTO en PVO niet akkoord met nieuwe destructietarieven


Voor het eerst sinds jaren dalen de kosten per kadaver, maar de kosten per stop stijgen wel
maandag, 20 april, 2020

LTO Nederland en de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) gaan niet akkoord met de Rendac-tarieven voor 2020. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) had die eenzijdig vastgesteld.

Het ministerie stelt jaarlijks de tarieven vast voor het ophalen en de destructie van kadavers. Dit gebeurt op basis van aangeleverde financiële gegevens van Rendac. De tarieven zijn volgens de standsorganisaties sinds 2014 elk jaar met tien tot vijftien procent gestegen. Die verhogingen zijn naar de toekomst toe niet houdbaar, vinden LTO en PVO.

Kosten per stop omhoog, per dier naar beneden

Voor 2020 komen de tarieven van Rendac vooral hoger uit per stop, zo blijkt uit een publicatie in de Staatscourant. Volgens het bedrijf komt dit omdat het aantal veebedrijven snel afneemt, waardoor ook het aantal stops daalt. De kosten voor een reguliere stop voor een kadaver bedragen dit jaar 22,63 euro. Vorig jaar was dit 20,56 euro wat neer komt op een stijging van 12 procent. Daar staat wel een verlaging van de kosten per dier tegenover en dat is een trendbreuk ten opzichte van andere jaren. De kosten van het ophalen en de destructie van een volwassen koe komen dit jaar uit op 39,17 euro, vorig jaar was dat 40,97 euro, een afname van 4,1 procent. De kosten voor een kalf (geen nuka) gaan van 6,39 euro vorig jaar naar 6,11 euro nu.

Bijdrage overheid

De standsorganisaties pleiten voor meer inzicht in de kosten en opbrengsten van Rendac en vinden dat de overheid ook weer een financiële bijdrage moet gaan leveren, zoals dat in veel Europese lidstaten het geval is.

LTO Nederland en POV hadden in februari voorgesteld om de tarieven voor 2020 te bevriezen op het niveau van 2019 totdat er meer inzicht was in de Rendac-financiën. De standsorganisaties hebben aangedrongen op een bestuurlijk overleg met het ministerie, maar minister Schouten heeft dat afgewezen. LTO en PVO pleiten voor een systematiek waarin een maximum van de kosten voor veehouders wordt ingesteld en de overheid de overige kosten voor haar rekening neemt.


0 reacties

Voor het eerst sinds jaren dalen de kosten per kadaver, maar de kosten per stop stijgen wel
maandag, 20 april, 2020

LTO Nederland en de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) gaan niet akkoord met de Rendac-tarieven voor 2020. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) had die eenzijdig vastgesteld.

Het ministerie stelt jaarlijks de tarieven vast voor het ophalen en de destructie van kadavers. Dit gebeurt op basis van aangeleverde financiële gegevens van Rendac. De tarieven zijn volgens de standsorganisaties sinds 2014 elk jaar met tien tot vijftien procent gestegen. Die verhogingen zijn naar de toekomst toe niet houdbaar, vinden LTO en PVO.

Kosten per stop omhoog, per dier naar beneden

Voor 2020 komen de tarieven van Rendac vooral hoger uit per stop, zo blijkt uit een publicatie in de Staatscourant. Volgens het bedrijf komt dit omdat het aantal veebedrijven snel afneemt, waardoor ook het aantal stops daalt. De kosten voor een reguliere stop voor een kadaver bedragen dit jaar 22,63 euro. Vorig jaar was dit 20,56 euro wat neer komt op een stijging van 12 procent. Daar staat wel een verlaging van de kosten per dier tegenover en dat is een trendbreuk ten opzichte van andere jaren. De kosten van het ophalen en de destructie van een volwassen koe komen dit jaar uit op 39,17 euro, vorig jaar was dat 40,97 euro, een afname van 4,1 procent. De kosten voor een kalf (geen nuka) gaan van 6,39 euro vorig jaar naar 6,11 euro nu.

Bijdrage overheid

De standsorganisaties pleiten voor meer inzicht in de kosten en opbrengsten van Rendac en vinden dat de overheid ook weer een financiële bijdrage moet gaan leveren, zoals dat in veel Europese lidstaten het geval is.

LTO Nederland en POV hadden in februari voorgesteld om de tarieven voor 2020 te bevriezen op het niveau van 2019 totdat er meer inzicht was in de Rendac-financiën. De standsorganisaties hebben aangedrongen op een bestuurlijk overleg met het ministerie, maar minister Schouten heeft dat afgewezen. LTO en PVO pleiten voor een systematiek waarin een maximum van de kosten voor veehouders wordt ingesteld en de overheid de overige kosten voor haar rekening neemt.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.