EC draait Nederland duimschroeven aan bij nieuwe derogatie


Wegvallen van de derogatie heeft volgens deskundigen een negatief effect op de waterkwaliteit, het klimaat en de biodiversiteit
dinsdag, 26 april, 2022

Als Nederland een nieuwe derogatie wordt verleend, dan zal dat waarschijnlijk gepaard gaan met extra controle-eisen van de Europese Commissie.

Deze verwachting spreekt minister Staghouwer van LNV uit in een brief waarin hij de Tweede Kamer informeert over de voortgang van de gesprekken met de Europese Commissie over de nieuwe derogatie.

Controle op waterkwaliteit

Uit de gesprekken maakt de minister op dat de Europese Commissie (EC) zeer kritisch kijkt naar de ontwikkeling van de waterkwaliteit in Nederland en sturingsmogelijkheden wil hebben om zeker te stellen dat de Nederlandse landbouw echt werkt aan verbetering. Hij baseert deze conclusie onder andere op de derogatie die recent werd verleend aan Ierland waarin ook aanvullende bepalingen op monitoring van de waterkwaliteit zijn opgenomen. ‘Uit de gesprekken die tot nu toe zijn gevoerd maak ik op dat de EC dergelijke bepalingen ook in de beschikking aan Nederland zou willen opnemen’, schrijft Staghouwer. Hij benadrukt hier geen voorstander van te zijn, omdat dit zou kunnen betekenen dat de hoogte van de derogatie gedurende de looptijd zou kunnen worden aangepast met onzekerheid voor boeren tot gevolg. Daarbij wijst hij ook op de grote invloed die het weer kan hebben op de waterkwaliteit van jaar tot jaar.

Inzet op huidige omvang

Staghouwer houdt er daarnaast rekening mee dat de EC in de derogatiebeschikking de hoogte van de mestproductieplafonds voor heel Nederland zal aanpassen. Volgens hem botst dit met de gebiedsgerichte aanpak van het kabinet waarin juist op regionaal niveau bepaald wordt hoe doelen het beste gerealiseerd kunnen worden. Om de onderhandelingspositie van Nederland niet te ondergraven wil Staghouwer zijn exacte inzet in de gesprekken met de EC niet bekendmaken. Maar hij geeft wel aan dat hij inzet op een derogatie met de huidige omvang van 230 en 250 kg stikstof per hectare voor een periode van vier jaar, zonder directe ingrepen van de EC in de gebiedsgerichte aanpak. Op 15 juni zal Nederland voor de derde keer het zevende actieprogramma presenteren. De minister hoopt dat ruim voor deze datum het onderhandelingsresultaat in grote lijnen bekend is.

Geen derogatie slecht voor milieu

In de brief gaat Staghouwer ook in op de gevolgen als Nederland geen nieuwe derogatie verleend zou krijgen. Hij verwijst onder andere naar een eerder gepubliceerd advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) waaruit blijk dat derogatie positief bijdraagt aan de waterkwaliteit, klimaat en agrobiodiversiteit. Dit is met name het gevolg van de eis dat het areaal van derogatiebedrijven voor 80 procent uit grasland moet bestaan. De CDM verwacht dat als gevolg van het wegvallen van de derogatie een deel van het grasland zal worden omgezet in bouwland. ‘Dit zou een negatief effect hebben op de waterkwaliteit, het klimaat en de agrobiodiversiteit. Tegelijkertijd zal het gebruik van kunstmest toenemen met als gevolg een hoger verbruik van fossiele brandstoffen en hogere CO2-uitstoot.’

De volledige Kamerbrief kan worden gedownload van de website van de Rijksoverheid.


0 reacties

Wegvallen van de derogatie heeft volgens deskundigen een negatief effect op de waterkwaliteit, het klimaat en de biodiversiteit
dinsdag, 26 april, 2022

Als Nederland een nieuwe derogatie wordt verleend, dan zal dat waarschijnlijk gepaard gaan met extra controle-eisen van de Europese Commissie.

Deze verwachting spreekt minister Staghouwer van LNV uit in een brief waarin hij de Tweede Kamer informeert over de voortgang van de gesprekken met de Europese Commissie over de nieuwe derogatie.

Controle op waterkwaliteit

Uit de gesprekken maakt de minister op dat de Europese Commissie (EC) zeer kritisch kijkt naar de ontwikkeling van de waterkwaliteit in Nederland en sturingsmogelijkheden wil hebben om zeker te stellen dat de Nederlandse landbouw echt werkt aan verbetering. Hij baseert deze conclusie onder andere op de derogatie die recent werd verleend aan Ierland waarin ook aanvullende bepalingen op monitoring van de waterkwaliteit zijn opgenomen. ‘Uit de gesprekken die tot nu toe zijn gevoerd maak ik op dat de EC dergelijke bepalingen ook in de beschikking aan Nederland zou willen opnemen’, schrijft Staghouwer. Hij benadrukt hier geen voorstander van te zijn, omdat dit zou kunnen betekenen dat de hoogte van de derogatie gedurende de looptijd zou kunnen worden aangepast met onzekerheid voor boeren tot gevolg. Daarbij wijst hij ook op de grote invloed die het weer kan hebben op de waterkwaliteit van jaar tot jaar.

Inzet op huidige omvang

Staghouwer houdt er daarnaast rekening mee dat de EC in de derogatiebeschikking de hoogte van de mestproductieplafonds voor heel Nederland zal aanpassen. Volgens hem botst dit met de gebiedsgerichte aanpak van het kabinet waarin juist op regionaal niveau bepaald wordt hoe doelen het beste gerealiseerd kunnen worden. Om de onderhandelingspositie van Nederland niet te ondergraven wil Staghouwer zijn exacte inzet in de gesprekken met de EC niet bekendmaken. Maar hij geeft wel aan dat hij inzet op een derogatie met de huidige omvang van 230 en 250 kg stikstof per hectare voor een periode van vier jaar, zonder directe ingrepen van de EC in de gebiedsgerichte aanpak. Op 15 juni zal Nederland voor de derde keer het zevende actieprogramma presenteren. De minister hoopt dat ruim voor deze datum het onderhandelingsresultaat in grote lijnen bekend is.

Geen derogatie slecht voor milieu

In de brief gaat Staghouwer ook in op de gevolgen als Nederland geen nieuwe derogatie verleend zou krijgen. Hij verwijst onder andere naar een eerder gepubliceerd advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) waaruit blijk dat derogatie positief bijdraagt aan de waterkwaliteit, klimaat en agrobiodiversiteit. Dit is met name het gevolg van de eis dat het areaal van derogatiebedrijven voor 80 procent uit grasland moet bestaan. De CDM verwacht dat als gevolg van het wegvallen van de derogatie een deel van het grasland zal worden omgezet in bouwland. ‘Dit zou een negatief effect hebben op de waterkwaliteit, het klimaat en de agrobiodiversiteit. Tegelijkertijd zal het gebruik van kunstmest toenemen met als gevolg een hoger verbruik van fossiele brandstoffen en hogere CO2-uitstoot.’

De volledige Kamerbrief kan worden gedownload van de website van de Rijksoverheid.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.