Agrocomplex blijft goed voor 6,4 procent van Nederlandse economie


Dierlijke sectoren zijn goed voor 38,5 procent van het bbp van de landbouw
donderdag, 7 mei, 2020

Het aandeel van de landbouw in de Nederlandse economie is in de afgelopen tien jaar vrijwel gelijk gebleven. In 2018 droeg het totale agrocomplex voor 49 miljard euro bij aan het bruto binnenlands product.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in het artikel ‘De landbouw in de Nederlandse economie’.

Boven EU-gemiddelde

In 2019 leverde de primaire sector een bijdrage van 1,4 procent aan het bruto binnenlands product (bbp). Hiermee is het aandeel van de landbouw in de totale economie in Nederland veel groter dan in buurlanden en het ligt ook boven het gemiddelde in de EU dat in 2018 ongeveer 1,1 procent was. De toegevoegde waarde van het totale agrocomplex, dat wil zeggen: landbouw plus verwerkende industrie, bedroeg in 2018 circa 49 miljard euro. Dit komt neer op een aandeel van 6,4 procent in het bbp.

Aandeel dierlijk 38,5 procent

Van de totale productiewaarde van de landbouw komt 49,2 procent voor rekening van de plantaardige sectoren en 38,5 procent voor rekening van dierlijke productie. De overige 12.3 procent betreft diensten en nevenactiviteiten. Het aandeel van de verschillende sectoren is in de afgelopen tien jaar stabiel gebleven.

Fosfaatuitscheiding aanzienlijk gedaald

De uitscheiding van stikstof en broeikasgassen door de Nederlandse landbouw is in de afgelopen tien jaar weinig veranderd. De fosfaatuitscheiding daalde wel aanzienlijk. In 2018 werd 162 miljoen kilo fosfaat uitgescheiden, dat is bijna 14 miljoen kilo minder dan in 2008.

 


0 reacties

Dierlijke sectoren zijn goed voor 38,5 procent van het bbp van de landbouw
donderdag, 7 mei, 2020

Het aandeel van de landbouw in de Nederlandse economie is in de afgelopen tien jaar vrijwel gelijk gebleven. In 2018 droeg het totale agrocomplex voor 49 miljard euro bij aan het bruto binnenlands product.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in het artikel ‘De landbouw in de Nederlandse economie’.

Boven EU-gemiddelde

In 2019 leverde de primaire sector een bijdrage van 1,4 procent aan het bruto binnenlands product (bbp). Hiermee is het aandeel van de landbouw in de totale economie in Nederland veel groter dan in buurlanden en het ligt ook boven het gemiddelde in de EU dat in 2018 ongeveer 1,1 procent was. De toegevoegde waarde van het totale agrocomplex, dat wil zeggen: landbouw plus verwerkende industrie, bedroeg in 2018 circa 49 miljard euro. Dit komt neer op een aandeel van 6,4 procent in het bbp.

Aandeel dierlijk 38,5 procent

Van de totale productiewaarde van de landbouw komt 49,2 procent voor rekening van de plantaardige sectoren en 38,5 procent voor rekening van dierlijke productie. De overige 12.3 procent betreft diensten en nevenactiviteiten. Het aandeel van de verschillende sectoren is in de afgelopen tien jaar stabiel gebleven.

Fosfaatuitscheiding aanzienlijk gedaald

De uitscheiding van stikstof en broeikasgassen door de Nederlandse landbouw is in de afgelopen tien jaar weinig veranderd. De fosfaatuitscheiding daalde wel aanzienlijk. In 2018 werd 162 miljoen kilo fosfaat uitgescheiden, dat is bijna 14 miljoen kilo minder dan in 2008.

 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.