Economie

Koe met minder dan 20 kilo melk kost nu vaak geld

Volgens bedrijfsadviseur Sietzema is het nu, ondanks relatief acceptabele voerkosten, verstandiger om niet te sturen op melkvolume maar op marge per koe
Volgens bedrijfsadviseur Sietzema is het nu, ondanks relatief acceptabele voerkosten, verstandiger om niet te sturen op melkvolume maar op marge per koe

Meer melken om de kasstroom op peil te houden is lang niet altijd de beste strategie bij een lage melkprijs. Koeien die minder dan 18 tot 20 kilo melk geven, kosten de meeste veehouders nu elke dag geld.

Dit stelt senior bedrijfsadviseur Jelmer Sietzema van aaff. 

Marge bedrijfsafhankelijk

Sietzema schat dat bij een melkprijs van minder dan 40 cent zo’n 90 procent van de melkveebedrijven niet langdurig aan alle financiële verplichtingen kan voldoen. Volgens de adviseur is het nu, ondanks relatief acceptabele voerkosten, echter niet verstandig om te sturen op meer melk. Sturen op marge per koe levert vaak meer op. Deze marge is, behalve van de opbrengsten van melk en de kosten van aangekocht (kracht)voer, afhankelijk van mestplaatsingsruimte, ruwvoerpositie en fosfaatquotum. Hoeveel een koe moet produceren om positief bij te dragen aan het saldo, verschilt dus van bedrijf tot bedrijf.

Afvoer vermindert liquiditeitsdruk

Sietzema wijst erop dat koeien die minder dan 18 tot 20 kilo melk per dag produceren de meeste veehouders nu elke dag geld kosten. Bij de hoge melkprijzen van afgelopen jaar lag dat omslagpunt bij 13 tot 15 kilo. Het is volgens hem verstandig nu kritisch naar de veestapel te kijken en het onrendabele ondereind af te voeren. Door de goede vleesprijzen leveren deze koeien vaak nog goed geld op. Dit vermindert de druk op de liquiditeit en maakt scherpe keuzes minder pijnlijk. 

De bedrijfsadviseur realiseert zich dat afvoeren van vee geen structurele oplossing is voor lage melkprijzen. Maar selectie helpt wel om snel kosten te drukken zonder het hele bedrijfsmodel aan te hoeven passen. 

Verwachting voor 2026 niet enkel negatief

De markt is uit balans, constateert Sietzema, maar er is volgens hem geen reden om te denken dat vraag en aanbod structureel uit elkaar blijven lopen. Hij noemt het beeld voor 2026 niet enkel negatief. De voerprijzen dalen licht, de rente is vrij stabiel en de vleesprijzen zijn goed. Daarbij is er afgelopen jaar over het algemeen prima ruwvoer gewonnen en de koeien hebben, meer dan voorheen, de genetische potentie om veel melk met hoge gehaltes te produceren.