Helft Vlaamse boeren heeft onvoldoende geldbuffer
Meer dan de helft van de Vlaamse land- en tuinbouwers heeft onvoldoende financiële buffer om een slecht jaar te overbruggen.
Dat blijkt uit een bevraging van Boerenbond bij 517 landbouwbedrijven. De organisatie pleit voor fiscale maatregelen om inkomensschommelingen op te vangen en waarschuwt voor een verdere afbouw van de Europese landbouwsteun.
Slecht jaar moeilijk verwerken
Uit de bevraging blijkt dat een gemiddeld landbouwbedrijf slechts 16 maanden kan overbruggen zonder winst. Meer dan de helft van de bevraagden geeft aan een slecht jaar moeilijk te kunnen verwerken. Amper 23 procent zegt voldoende financiële marge te hebben om twee jaar of langer zonder winst te overleven.
De minste tegenslag heeft een grote impact
‘Dat is bijzonder weinig, gezien de sterke volatiliteit van prijzen en opbrengsten’, stelt Boerenbond. ‘Het betekent dat de minste tegenslag zeer snel een impact heeft op het gezinsinkomen.’ Om landbouwers te helpen schommelingen beter op te kunnen vangen, vraagt Boerenbond fiscale instrumenten, die het mogelijk maken om inkomens over meerdere jaren te verevenen. Zo zouden winsten gespreid en verliezen afgevlakt kunnen worden via fiscale reserveringen of via carry back- en carry forward-systemen. ‘Dat zorgt voor directe liquiditeitssteun in de slechte jaren’, klinkt het.
Europese steun onder druk
De beperkte financiële buffer bij landbouwers onderstreept volgens Boerenbond het belang van sterke Europese ondersteuning. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) heeft als doel de landbouw in Europa te ondersteunen en de voedselvoorziening veilig te stellen. Voor de periode 2028-2034 dreigt het Europese landbouwbudget echter met 22 procent te worden verminderd.
‘Dat brengt onze voedselzekerheid in gevaar’, waarschuwt Boerenbond. ‘Europa legt hoge doelstellingen op vlak van milieu, klimaat en duurzaamheid. Om die ambities waar te maken, is steun noodzakelijk. Boeren zijn geen subsidieslurpers. Het aandeel van premies in de omzet en het arbeidsinkomen van Belgische landbouwers is de voorbije vijftien jaar sterk gedaald en ligt lager dan in veel andere lidstaten. De steun die vandaag nog bestaat, is cruciaal om te blijven innoveren, verduurzamen en om inkomenszekerheid te bieden. Daar mag niet in gesnoeid worden’, vindt Boerenbond.
Lange werkdagen en veel administratie
Naast de financiële druk tonen de cijfers ook hoe zwaar de werkdruk in de landbouw is. Vlaamse land- en tuinbouwers werken gemiddeld 66 uur per week. Dat is aanzienlijk meer dan een voltijdse loontrekkende, die gemiddeld 37 uur per week werkt, en ook beduidend meer dan de gemiddelde zelfstandige, die in 2024 volgens Statistiek Vlaanderen 46 uur per week presteerde. Een opvallend deel van die werktijd gaat naar administratie. Landbouwers besteden gemiddeld 8,5 uur per week aan paperassen. 'Dat is meer dan een volledige standaardwerkdag', zegt Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens. 'Strenge registratie- en rapporteringsverplichtingen, complexe vergunningsprocedures en talrijke controles maken de administratie bijzonder tijdrovend. Het is niet normaal dat een boer wekelijks een volledige dag aan papierwerk kwijt is', vindt hij. 'De roep om vereenvoudiging is dan ook groot.'