Helft minder melkveebedrijven en 30 procent minder koeien in 2040
In 2040 telt Nederland de helft minder melkveebedrijven dan in 2023, is het aantal koeien met 30 procent afgenomen en de melkproductie met 20 procent gedaald. Die voorspelling doet Rabobank in een sectorverkenning.
De melkveebedrijven die overblijven, zijn volgens de bank in te delen in drie hoofdtypen: hoogproductieve, natuurinclusieve en multifunctionele bedrijven. Zo’n veertig procent van de bedrijven valt in de categorie hoogproductief. Deze bedrijven richten hun verdienmodel vooral op schaalvergroting, kostenverlaging en een hogere melkproductie per koe.
Dertig procent natuurinclusief
Ongeveer dertig procent van de bedrijven schaart Rabobank onder de noemer natuurinclusief. Deze bedrijven halen hun inkomsten deels via een meerprijs voor de melk en krijgen daarnaast vergoedingen voor voor groenblauwe diensten. De bank verwacht daarnaast dat de helft van de bedrijven aanvullende inkomsten heeft uit zorg, toerisme en huisverkoop. Ook hoogproductieve en natuurinclusieve bedrijven kunnen daarmee hun inkomsten aanvullen.
Elke koe een ligplek
Rabobank voorziet verder dat de melkveehouderij in 2040 sterker grondgebonden is, zowel wat betreft voer als de afzet van mest. Ook gaat de bank ervan uit dat elke koe over een ligplek in de stal beschikt en dat op alle bedrijven een vorm van weidegang mogelijk is.
Extensiveren in veenweidegebieden
Met name in veenweidegebieden zal de melkveehouderij volgens Rabobank verder extensiveren. Volledig verdwijnen zal de sector daar echter niet, mede dankzij technieken als drukdrainage, greppelinfiltratie en het gebruik van lichter materieel.
Sterker gericht op Europese afzetmarkt
De melkveesector zal zich volgens de Rabobank in 2040 sterk op de Europese afzetmarkt richten. Veehouders zullen vaker in vasteketenrelaties werken en er ontstaat meer onderscheid in melkstromen.