CVB publiceert nieuwe voederwaardenormen voor snijmaiskuil


Naarmate snijmais langer is ingekuild, neemt de bestendigheid van zetmeel en eiwit af
woensdag, 22 januari, 2020

Het Centraal Veevoeder Bureau heeft de normen voor de voederwaarde van snijmaiskuil aangepast.

In de nieuwe normen wordt er rekening mee gehouden dat de samenstelling verandert naarmate snijmais langer is ingekuild. De bestendigheid van zetmeel en eiwit neemt af en het gehalte fermenteerbare organische stof neemt toe.

Na 11 maanden stabiel

Pas na ongeveer 11 maanden na inkuilen is de voederwaarde van snijmais stabiel, zo blijkt uit onderzoek van het ILVO. Het effect van inkuilduur blijkt sterker naarmate de kuil droger is. Bij inkuilen heeft maïs met 32 procent droge stof gemiddeld 31 procent bestendig zetmeel en maïs met 44 procent droge stof bevat 37 procent bestendig zetmeel. Na 11 maanden bereiken ze beide een ondergrens van 17 procent bestendig zetmeel. 

Voederwaarde beter voorspeld

De hoeveelheid bestendig zetmeel in snijmais hangt naast de inkuilduur af van het ras, het drogestofgehalte bij de oogst en de haksellengte. Op basis van 2500 analyses van Eurofins paste het CVB ook de droge stof klassen van snijmaïs aan. Deze wijzigingen werden ook doorgevoerd in de voederwaardecalculator voor een betere voorspelling van de voederwaarde.


2 reacties

woensdag, 22 januari, 2020

Het Centraal Veevoeder Bureau heeft de normen voor de voederwaarde van snijmaiskuil aangepast.

In de nieuwe normen wordt er rekening mee gehouden dat de samenstelling verandert naarmate snijmais langer is ingekuild. De bestendigheid van zetmeel en eiwit neemt af en het gehalte fermenteerbare organische stof neemt toe.

Na 11 maanden stabiel

Pas na ongeveer 11 maanden na inkuilen is de voederwaarde van snijmais stabiel, zo blijkt uit onderzoek van het ILVO. Het effect van inkuilduur blijkt sterker naarmate de kuil droger is. Bij inkuilen heeft maïs met 32 procent droge stof gemiddeld 31 procent bestendig zetmeel en maïs met 44 procent droge stof bevat 37 procent bestendig zetmeel. Na 11 maanden bereiken ze beide een ondergrens van 17 procent bestendig zetmeel. 

Voederwaarde beter voorspeld

De hoeveelheid bestendig zetmeel in snijmais hangt naast de inkuilduur af van het ras, het drogestofgehalte bij de oogst en de haksellengte. Op basis van 2500 analyses van Eurofins paste het CVB ook de droge stof klassen van snijmaïs aan. Deze wijzigingen werden ook doorgevoerd in de voederwaardecalculator voor een betere voorspelling van de voederwaarde.

2 reacties


Reacties

De volgende tekst is niet correct: In het ILVO-onderzoek werd bij een kuil van 32 procent droge stof een ondergrens van 17,4 procent bestendig zetmeel bereikt. Bij mais die met 44 procent droge stof werd ingekuild, lag het plateau op 30 tot 37 procent bestendig zetmeel. Het moet zijn: Bij inkuilen heeft maïs met 32 procent droge stof gemiddeld 31 procent bestendig zetmeel en maïs met 44 procent droge stof bevat 37% bestendig zetmeel. Na 11 maanden bereiken ze beide een ondergrens van 17 procent bestendig zetmeel. Ook de volgende zin is niet correct: Op basis van 2500 analyses van Eurofins heeft het CVB nu nieuwe normen ontwikkeld waarmee de voederwaarde beter wordt voorspeld. Het moet zijn: Op basis van 2500 analyses van Eurofins paste het CVB ook de droge stof klassen van snijmaïs aan. Deze wijzigingen werden ook doorgevoerd in de voederwaardecalculator voor een betere voorspelling van de voederwaarde.

REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.