Verbetering te behalen ondanks lage erfelijkheidsgraad


Voor onder meer klauwgezondheid zijn grote verschillen te zien in dochtergegevens bij lage en hoge fokwaarden
vrijdag, 18 juni, 2021

Gezondheidskenmerken als uiergezondheid, vruchtbaarheid en klauwgezondheid hebben een lage erfelijkheidsgraad. Toch heeft selectie zin, want er zijn grote verschillen tussen de dochtergegevens van stieren met lage en hoge fokwaarden voor gezondheidskenmerken.

Om dat duidelijk te maken heeft Mathijs van Pelt, senior onderzoeker fokwaarden van de afdeling Animal Evaluation Unit van Coöperatie CRV, dochtergegevens van stieren voor verschillende gezondheidskenmerken op een rij gezet. 

Verschillen tussen dochtergegevens

Op gebied van uiergezondheid blijkt uit dochtergegevens dat dochters van zwartbonte stieren (geboren tussen 2010 en 2014) met een fokwaarde onder de 97 meer last hebben van klinische en subklinische mastitis dan dochters van stieren met een fokwaarde boven 104. Bij het percentage subklinische mastitis tijdens de eerste lactatie – dit kenmerk heeft een erfelijkheidsgraad van 0,02 – zit er tussen de groep met de laagste en de groep met de hoogste fokwaarde een onderling verschil van bijna 20 procent.

Flink minder klauwaandoeningen

Ook bij andere kenmerken is dit verschil tussen de groep met de lage fokwaarde en de hoge fokwaarde groot. Bij klauwgezondheid is het percentage aandoeningen 60 procent bij vaarzen met een lage fokwaarde, terwijl dit bij de hoge fokwaarde 40 procent is. Dat is een onderling verschil van 20 procent klauwaandoeningen. Aandoeningen als mortellaro en stinkpoot hebben een erfelijkheidsgraad van ongeveer 0,08.

Vooruitgang door selectie

Volgens Van Pelt is dus duidelijk dat er in de praktijk verschillen zitten in de prestatie van dochters van stieren die benedengemiddeld scoren op een fokwaarde en dochters van stieren met een bovengemiddelde fokwaarde. ‘De meeste kenmerken hebben een lage erfelijkheidsgraad, maar toch zie je dat er door te selecteren op deze kenmerken wel vooruitgang mogelijk is.’ 

Artikel in Veeteelt

Meer over de potentie van fokken op kenmerken met een lage erfelijkheidsgraad en een uitgebreid overzicht van de dochtergegevens per kenmerk en fokwaarde is te lezen in het juninummer van Veeteelt, dat deze week verschijnt. 
 


0 reacties

Voor onder meer klauwgezondheid zijn grote verschillen te zien in dochtergegevens bij lage en hoge fokwaarden
vrijdag, 18 juni, 2021

Gezondheidskenmerken als uiergezondheid, vruchtbaarheid en klauwgezondheid hebben een lage erfelijkheidsgraad. Toch heeft selectie zin, want er zijn grote verschillen tussen de dochtergegevens van stieren met lage en hoge fokwaarden voor gezondheidskenmerken.

Om dat duidelijk te maken heeft Mathijs van Pelt, senior onderzoeker fokwaarden van de afdeling Animal Evaluation Unit van Coöperatie CRV, dochtergegevens van stieren voor verschillende gezondheidskenmerken op een rij gezet. 

Verschillen tussen dochtergegevens

Op gebied van uiergezondheid blijkt uit dochtergegevens dat dochters van zwartbonte stieren (geboren tussen 2010 en 2014) met een fokwaarde onder de 97 meer last hebben van klinische en subklinische mastitis dan dochters van stieren met een fokwaarde boven 104. Bij het percentage subklinische mastitis tijdens de eerste lactatie – dit kenmerk heeft een erfelijkheidsgraad van 0,02 – zit er tussen de groep met de laagste en de groep met de hoogste fokwaarde een onderling verschil van bijna 20 procent.

Flink minder klauwaandoeningen

Ook bij andere kenmerken is dit verschil tussen de groep met de lage fokwaarde en de hoge fokwaarde groot. Bij klauwgezondheid is het percentage aandoeningen 60 procent bij vaarzen met een lage fokwaarde, terwijl dit bij de hoge fokwaarde 40 procent is. Dat is een onderling verschil van 20 procent klauwaandoeningen. Aandoeningen als mortellaro en stinkpoot hebben een erfelijkheidsgraad van ongeveer 0,08.

Vooruitgang door selectie

Volgens Van Pelt is dus duidelijk dat er in de praktijk verschillen zitten in de prestatie van dochters van stieren die benedengemiddeld scoren op een fokwaarde en dochters van stieren met een bovengemiddelde fokwaarde. ‘De meeste kenmerken hebben een lage erfelijkheidsgraad, maar toch zie je dat er door te selecteren op deze kenmerken wel vooruitgang mogelijk is.’ 

Artikel in Veeteelt

Meer over de potentie van fokken op kenmerken met een lage erfelijkheidsgraad en een uitgebreid overzicht van de dochtergegevens per kenmerk en fokwaarde is te lezen in het juninummer van Veeteelt, dat deze week verschijnt. 
 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.