Agrocomplex gebaat bij brede boerenbasis


De gevolgen voor voer- en zuivelfabrieken van een mogelijke krimp van de veestapel zijn groot.
vrijdag, 29 juli, 2022

Een duurzame agrosector, met ruimte voor investeringen en ontwikkelingen kan niet zonder boeren.

Een beperkte krimp van aantal koeien en boeren kan de periferie rondom het boerenbedrijf opvangen, maar een forse teruggang heeft flinke gevolgen voor de Nederlandse economie, alsook de werkgelegenheid. Van dierenarts tot loonweker, van zuivelfabriek tot voerfabrikant. Het aandeel van alle agrocomplexen in de Nederlandse economie bedroeg in 2019 7 procent en bezorgde 8,3 procent van de beroepsbevolking een baan.

Kraken bij 40 procent krimp

‘Twintig procent krimp van de veestapel kan het agrocomplex aan, maar bij veertig procent kraakt het’, zo legt Petra Berkhout, landbouweconoom aan de Wageningen Universiteit uit. Berkhout en haar collega’s berekenden de economische gevolgen van een mogelijk krimpscenario. ‘We zagen dat een krimp van 20 procent van de veestapel zorgt voor een daling van de toegevoegde waarde van 1,72 miljard euro. Bij een krimp van 50 procent was dat 4,27 miljard euro.’

Dynamiek van de markt

Een kanttekening bij de berekening is dat er geen rekening is gehouden met de dynamiek van de markt zo legt Berkhout uit. ‘Als een zuivelfabriek onderbezet is, kan er geprobeerd worden om met melk uit andere regio’s of andere landen de fabriek vol te krijgen.’

Voor voerfabrikanten is het opvullen van productiecapaciteit veel lastiger, zo legt Henk Flipsen van Nevedi uit. Nevedi is de Nederlandse vereniging Diervoederindustrie.  ‘Voerfabrieken werken voor een specifieke regio. Het maken van voer voor bijvoorbeeld het buitenland is te kostbaar door de transportkosten.’ En ook het groot aantal voerbedrijven speelt een rol. ‘Als al die voerbedrijven straks tien, twintig procent over meer overcapaciteit hebben, dan gaat dat ten kosten van de efficiëntie. Dat kost elke fabriek geld, net zo lang totdat er een partij financieel gedwongen wordt de zaak te sluiten’, aldus Flipsen.

Tijd en zekerheid

Mocht het tot een gedwongen krimp van de veestapel komen, dan moeten de gevolgen voor de periferie niet onderschat worden, zo stelt ook Frank van den Heuvel van de Nederlandse Zuivel Organisatie NZO. ‘In kapitaalintensieve industrieën zijn de factor tijd en zekerheid van belang. Zekerheid om te kunnen investeren, tijd om de kosten terug te verdienen. Mede daarom zijn de stikstofplannen onrealistisch en onwenselijk.’

In het julinummer van Veeteelt is een achtergrondverhaal te lezen over de mogelijke gevolgen van de stikstofplannen voor de totale veehouderijsector.


0 reacties

De gevolgen voor voer- en zuivelfabrieken van een mogelijke krimp van de veestapel zijn groot.
vrijdag, 29 juli, 2022

Een duurzame agrosector, met ruimte voor investeringen en ontwikkelingen kan niet zonder boeren.

Een beperkte krimp van aantal koeien en boeren kan de periferie rondom het boerenbedrijf opvangen, maar een forse teruggang heeft flinke gevolgen voor de Nederlandse economie, alsook de werkgelegenheid. Van dierenarts tot loonweker, van zuivelfabriek tot voerfabrikant. Het aandeel van alle agrocomplexen in de Nederlandse economie bedroeg in 2019 7 procent en bezorgde 8,3 procent van de beroepsbevolking een baan.

Kraken bij 40 procent krimp

‘Twintig procent krimp van de veestapel kan het agrocomplex aan, maar bij veertig procent kraakt het’, zo legt Petra Berkhout, landbouweconoom aan de Wageningen Universiteit uit. Berkhout en haar collega’s berekenden de economische gevolgen van een mogelijk krimpscenario. ‘We zagen dat een krimp van 20 procent van de veestapel zorgt voor een daling van de toegevoegde waarde van 1,72 miljard euro. Bij een krimp van 50 procent was dat 4,27 miljard euro.’

Dynamiek van de markt

Een kanttekening bij de berekening is dat er geen rekening is gehouden met de dynamiek van de markt zo legt Berkhout uit. ‘Als een zuivelfabriek onderbezet is, kan er geprobeerd worden om met melk uit andere regio’s of andere landen de fabriek vol te krijgen.’

Voor voerfabrikanten is het opvullen van productiecapaciteit veel lastiger, zo legt Henk Flipsen van Nevedi uit. Nevedi is de Nederlandse vereniging Diervoederindustrie.  ‘Voerfabrieken werken voor een specifieke regio. Het maken van voer voor bijvoorbeeld het buitenland is te kostbaar door de transportkosten.’ En ook het groot aantal voerbedrijven speelt een rol. ‘Als al die voerbedrijven straks tien, twintig procent over meer overcapaciteit hebben, dan gaat dat ten kosten van de efficiëntie. Dat kost elke fabriek geld, net zo lang totdat er een partij financieel gedwongen wordt de zaak te sluiten’, aldus Flipsen.

Tijd en zekerheid

Mocht het tot een gedwongen krimp van de veestapel komen, dan moeten de gevolgen voor de periferie niet onderschat worden, zo stelt ook Frank van den Heuvel van de Nederlandse Zuivel Organisatie NZO. ‘In kapitaalintensieve industrieën zijn de factor tijd en zekerheid van belang. Zekerheid om te kunnen investeren, tijd om de kosten terug te verdienen. Mede daarom zijn de stikstofplannen onrealistisch en onwenselijk.’

In het julinummer van Veeteelt is een achtergrondverhaal te lezen over de mogelijke gevolgen van de stikstofplannen voor de totale veehouderijsector.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.