Hoe haal je nóg meer uit de Farmwalk?


De Farmwalk voert over 160 hectare en duurt 1,5 uur
donderdag, 10 maart, 2016

Overgewaaid vanuit onder andere Nieuw-Zeeland heeft in 2013 de Farmwalk ook in Nederland zijn intreden gedaan. De opzet is het hele jaar rond liefst wekelijks een goede ronde door alle graspercelen, om grip op gras te krijgen en gras beter te benutten. Kijken, meten, beslissen en doen.

Steeds meer veehouders in Nederland ontdekken de functie van de Farmwalk en na vijf weken Nieuw-Zeeland kom ik inmiddels tot de conclusie dat er nog veel meer uit te halen is.

Wekelijks anderhalf uur lopen

De afgelopen vijf weken heb ik de mogelijkheid gehad om wekelijks de Farmwalk over het demonstratiebedrijf LUDF mee te lopen. Zo noteerde ik iedere week de grashoogtes en bijzonderheden van alle percelen (met een totale oppervlakte van 160 hectare) via een vaste route per perceel (bekijk hier de verzamelde gegevens). Met flink de pas erin is het ongeveer 1,5 uur lopen. Het actuele grasaanbod op willekeurig moment is hier al het ruwvoer voor de komende drie weken. Logisch dus dat men het gras daarom zo goed mogelijk wil benutten. Met 160 hectare en 560 koeien is hier dagelijks 10.640 kg droge stof gras nodig, ofwel een dagelijkse groei van 66,5 kilogram droge stof per hectare. Dat is door het jaar heen een reëel getal voor Nieuw-Zeelandse begrippen. Afhankelijk van of het gras harder of langzamer groeit, kun je de totale beweidingsoppervlakte groter of kleiner maken. Maaien en bijvoeren doen ze hier liever niet want er is geen stal en geen voerplaats, dus dan moet het gewoon in de wei. Maar wat je hier ook ziet is dat men minder koeien gaat melken door ze droog te zetten of één keer daags te melken.

Boven of onder de grasbehoefte

Het rekenen met het aantal hectares dat we ‘onder de koeien hebben’, is ook voor Nederland erg bruikbaar. Hierdoor kan je beter en slimmer beweiden en via een globale planning één tot twee weken vooruitkijken. Onmisbaar is daarvoor dus de Farmwalk waarin je wekelijks de grashoogten per perceel registreert. Via het computerprogramma Feedwedge (klik hier voor meer uitleg over de Feedwedge) is vervolgens de hoeveelheid gras uit te zetten tegen de behoefte. De percelen staan in volgorde van lengte, waardoor je snel kunt zien hoe je kunt gaan weiden en of de hoeveelheid gras boven of onder de behoefte ligt. Dat is de schuine lijn (behoefte) in de feedwedge (zie ook foto). Daarmee kun je beoordelen of je komende week voldoende gras hebt of juist moet bijvoeren. Door wekelijks ook terug te kijken (doet programma ook direct) heb je ook een beeld van hoe lang het geleden was dat dat de koeien er gegraasd hebben en weet je dus hoe lang de ronde duurde. Als je voldoende percelen hebt en snel blijft omweiden, in de goede volgorde, ontstaat er op het beweidingsplatform (de hoeveelheid land die je beweidt) vanzelf een schuine lijn. Een rechte lijn of één met veel onregelmatigheid, maak het omweiden erg moeilijk. Veel tegelijk maaien doen ze hier dus sowieso niet, want dan komt het niet goed met die schuine lijn.


De Feedwedge: ieder balkje is een perceel en de schuine lijn stelt de behoefte voor

Weiden bij bladstadium 2,5 tot 3

De Farmwalk helpt je ook om steeds te kijken of de grasbenutting wel goed is. Zo kun je telkens kijken of de koeien het gras goed schoon opvreten, anders heb je de volgende keer te veel resten. En bij inscharen moet je steeds kijken of je wel de maximale voerderwaarde en groei benut. Ook hier in Nieuw-Zeeland groeit gras uit gras, en is te vroeg inscharen een verliespost. Maar te zwaar inscharen kost opname en voederwaarde. Dat lezen veehouders hier heel mooi af aan het tweede tot derde bladstadium (kijk hier voor meer uitleg over het tweede en derde bladstadium). Bij meer dan drie volgroeide bladeren bij Engels raaigras sterft er onderaan één af (het raakt verkleurd). Hierdoor loopt de voederwaarde (zeker na de eerste snede) sterk terug. Het ideale stadium voor beweiden is dus tussen blad 2,5 en 3. Dat is ook steeds te controleren in de Farmwalk bij de percelen waar de koeien bijna in moeten. En dat zegt direct iets over de gewenste rotatiesnelheid.


Gras in het derde bladstadium: een goed moment voor inscharen bij stripgrazen of omweiden


Gras in het vierde bladstadium waarbij het onderste blad al verkleurt en afsterft

Uitproberen in groepen en projecten

Wat mij betreft is de les voor Nederland dat we komend jaar in de Farmwalk-groepen meer gaan kijken naar bladstadium 2,5 tot 3 alsr bedrijven stripgrazen of omweiden. Ook gaan we erop letten dat er voldoende percelen zijn van verschillende lengte die geweid kunnen worden. En dat begint met voldoende groeitrappen in het voorjaar. En we gaan in groepen en projecten, waaronder Amazing Grazing, de Feedwedge verder uitproberen en uitbouwen naar Nederlandse omstandigheden, zowel voor maaien als weiden. Maar zeker is voor mij dat wekelijks een goede schatting meer grip op weide en op alle gras geeft.


0 reacties

De Farmwalk voert over 160 hectare en duurt 1,5 uur
donderdag, 10 maart, 2016

Overgewaaid vanuit onder andere Nieuw-Zeeland heeft in 2013 de Farmwalk ook in Nederland zijn intreden gedaan. De opzet is het hele jaar rond liefst wekelijks een goede ronde door alle graspercelen, om grip op gras te krijgen en gras beter te benutten. Kijken, meten, beslissen en doen.

Steeds meer veehouders in Nederland ontdekken de functie van de Farmwalk en na vijf weken Nieuw-Zeeland kom ik inmiddels tot de conclusie dat er nog veel meer uit te halen is.

Wekelijks anderhalf uur lopen

De afgelopen vijf weken heb ik de mogelijkheid gehad om wekelijks de Farmwalk over het demonstratiebedrijf LUDF mee te lopen. Zo noteerde ik iedere week de grashoogtes en bijzonderheden van alle percelen (met een totale oppervlakte van 160 hectare) via een vaste route per perceel (bekijk hier de verzamelde gegevens). Met flink de pas erin is het ongeveer 1,5 uur lopen. Het actuele grasaanbod op willekeurig moment is hier al het ruwvoer voor de komende drie weken. Logisch dus dat men het gras daarom zo goed mogelijk wil benutten. Met 160 hectare en 560 koeien is hier dagelijks 10.640 kg droge stof gras nodig, ofwel een dagelijkse groei van 66,5 kilogram droge stof per hectare. Dat is door het jaar heen een reëel getal voor Nieuw-Zeelandse begrippen. Afhankelijk van of het gras harder of langzamer groeit, kun je de totale beweidingsoppervlakte groter of kleiner maken. Maaien en bijvoeren doen ze hier liever niet want er is geen stal en geen voerplaats, dus dan moet het gewoon in de wei. Maar wat je hier ook ziet is dat men minder koeien gaat melken door ze droog te zetten of één keer daags te melken.

Boven of onder de grasbehoefte

Het rekenen met het aantal hectares dat we ‘onder de koeien hebben’, is ook voor Nederland erg bruikbaar. Hierdoor kan je beter en slimmer beweiden en via een globale planning één tot twee weken vooruitkijken. Onmisbaar is daarvoor dus de Farmwalk waarin je wekelijks de grashoogten per perceel registreert. Via het computerprogramma Feedwedge (klik hier voor meer uitleg over de Feedwedge) is vervolgens de hoeveelheid gras uit te zetten tegen de behoefte. De percelen staan in volgorde van lengte, waardoor je snel kunt zien hoe je kunt gaan weiden en of de hoeveelheid gras boven of onder de behoefte ligt. Dat is de schuine lijn (behoefte) in de feedwedge (zie ook foto). Daarmee kun je beoordelen of je komende week voldoende gras hebt of juist moet bijvoeren. Door wekelijks ook terug te kijken (doet programma ook direct) heb je ook een beeld van hoe lang het geleden was dat dat de koeien er gegraasd hebben en weet je dus hoe lang de ronde duurde. Als je voldoende percelen hebt en snel blijft omweiden, in de goede volgorde, ontstaat er op het beweidingsplatform (de hoeveelheid land die je beweidt) vanzelf een schuine lijn. Een rechte lijn of één met veel onregelmatigheid, maak het omweiden erg moeilijk. Veel tegelijk maaien doen ze hier dus sowieso niet, want dan komt het niet goed met die schuine lijn.


De Feedwedge: ieder balkje is een perceel en de schuine lijn stelt de behoefte voor

Weiden bij bladstadium 2,5 tot 3

De Farmwalk helpt je ook om steeds te kijken of de grasbenutting wel goed is. Zo kun je telkens kijken of de koeien het gras goed schoon opvreten, anders heb je de volgende keer te veel resten. En bij inscharen moet je steeds kijken of je wel de maximale voerderwaarde en groei benut. Ook hier in Nieuw-Zeeland groeit gras uit gras, en is te vroeg inscharen een verliespost. Maar te zwaar inscharen kost opname en voederwaarde. Dat lezen veehouders hier heel mooi af aan het tweede tot derde bladstadium (kijk hier voor meer uitleg over het tweede en derde bladstadium). Bij meer dan drie volgroeide bladeren bij Engels raaigras sterft er onderaan één af (het raakt verkleurd). Hierdoor loopt de voederwaarde (zeker na de eerste snede) sterk terug. Het ideale stadium voor beweiden is dus tussen blad 2,5 en 3. Dat is ook steeds te controleren in de Farmwalk bij de percelen waar de koeien bijna in moeten. En dat zegt direct iets over de gewenste rotatiesnelheid.


Gras in het derde bladstadium: een goed moment voor inscharen bij stripgrazen of omweiden


Gras in het vierde bladstadium waarbij het onderste blad al verkleurt en afsterft

Uitproberen in groepen en projecten

Wat mij betreft is de les voor Nederland dat we komend jaar in de Farmwalk-groepen meer gaan kijken naar bladstadium 2,5 tot 3 alsr bedrijven stripgrazen of omweiden. Ook gaan we erop letten dat er voldoende percelen zijn van verschillende lengte die geweid kunnen worden. En dat begint met voldoende groeitrappen in het voorjaar. En we gaan in groepen en projecten, waaronder Amazing Grazing, de Feedwedge verder uitproberen en uitbouwen naar Nederlandse omstandigheden, zowel voor maaien als weiden. Maar zeker is voor mij dat wekelijks een goede schatting meer grip op weide en op alle gras geeft.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.