Is er genoeg toekomst voor snijmais?


De schimmelziekte maiskopbrand werd vorig jaar officieel in Nederland vastgesteld
vrijdag, 12 april, 2013

Het imago van het telen van snijmais staat onder druk. Koude, natte nazomers zorgden de afgelopen jaren voor moeilijke oogstomstandigheden en een tegenvallende kwaliteit van het subtropische gewas in de kuil. Daarnaast duiken nieuwe, lastig te bestrijden (schimmel)ziekten op. Na bladvlekkenziekte vestigde de ziekte maiskopbrand zich vorig jaar definitief in Nederland. Maiskopbrand, dat volgens PPO-onderzoeker Jos Groten in het ergste geval een complete maisoogst kan ruïneren, maakt het telen van mais er niet makkelijker op.

Extra eiwit

Hoe ideaal is het telen van snijmais eigenlijk nog? Snijmais heeft onmiskenbaar voordelen in het melkveerantsoen. Het rantsoen compenseert het onbestendig eiwit, het gebrek aan zetmeelenergie en het overschot aan kali uit gras.

Daartegenover staan wel een aantal nadelen. Mais telen op gescheurd grasland zorgt voor stikstofverliezen in de bodem en sommige voerspecialisten plaatsen vraagtekens bij de vraag of mais voeren wel zo gezond is. Een te hoog aandeel mais in het rantsoen zorgt snel voor vervetting van de koe en vraagt daarnaast om extra eiwitaanvulling in de vorm van (dure) soja of raapzaad. Ecologisch én economisch bepaald geen duurzame actie.

En leuk of niet, ook overheden beginnen zich steeds meer te bemoeien met de milieutechnische en landschappelijke inpassing van de snijmaisteelt. De jaarlijks terugkerende ‘maismuren’ in de nazomer ontnemen verkeer en toeristen ieder zicht op de omgeving. Sinds 2009 hanteert de gemeente Castricum bijvoorbeeld een verplichte aanlegvergunning voor snijmais.

Uit de gratie door derogatie

Vast staat dat het areaal snijmais sinds het recordjaar 2008 (242.000 hectare snijmais) jaarlijks eerder afneemt dan toeneemt, zij het slechts met enkele procenten, zo tonen cijfers van het CBS. Zal mais uit de gratie raken? De dwingende derogatiewetgeving, met daarin een maximaal percentage van 30 procent mais in het bouwplan zorgt daar in zekere mate al voor. Maar bij een gebrek aan een alternatief gewas met een gelijke hoge drogestofopbrengst zal mais voorlopig op nummer één blijven. Laten we dan nu maar vooral hopen op een mooi maisgroeiseizoen.


0 reacties

De schimmelziekte maiskopbrand werd vorig jaar officieel in Nederland vastgesteld
vrijdag, 12 april, 2013

Het imago van het telen van snijmais staat onder druk. Koude, natte nazomers zorgden de afgelopen jaren voor moeilijke oogstomstandigheden en een tegenvallende kwaliteit van het subtropische gewas in de kuil. Daarnaast duiken nieuwe, lastig te bestrijden (schimmel)ziekten op. Na bladvlekkenziekte vestigde de ziekte maiskopbrand zich vorig jaar definitief in Nederland. Maiskopbrand, dat volgens PPO-onderzoeker Jos Groten in het ergste geval een complete maisoogst kan ruïneren, maakt het telen van mais er niet makkelijker op.

Extra eiwit

Hoe ideaal is het telen van snijmais eigenlijk nog? Snijmais heeft onmiskenbaar voordelen in het melkveerantsoen. Het rantsoen compenseert het onbestendig eiwit, het gebrek aan zetmeelenergie en het overschot aan kali uit gras.

Daartegenover staan wel een aantal nadelen. Mais telen op gescheurd grasland zorgt voor stikstofverliezen in de bodem en sommige voerspecialisten plaatsen vraagtekens bij de vraag of mais voeren wel zo gezond is. Een te hoog aandeel mais in het rantsoen zorgt snel voor vervetting van de koe en vraagt daarnaast om extra eiwitaanvulling in de vorm van (dure) soja of raapzaad. Ecologisch én economisch bepaald geen duurzame actie.

En leuk of niet, ook overheden beginnen zich steeds meer te bemoeien met de milieutechnische en landschappelijke inpassing van de snijmaisteelt. De jaarlijks terugkerende ‘maismuren’ in de nazomer ontnemen verkeer en toeristen ieder zicht op de omgeving. Sinds 2009 hanteert de gemeente Castricum bijvoorbeeld een verplichte aanlegvergunning voor snijmais.

Uit de gratie door derogatie

Vast staat dat het areaal snijmais sinds het recordjaar 2008 (242.000 hectare snijmais) jaarlijks eerder afneemt dan toeneemt, zij het slechts met enkele procenten, zo tonen cijfers van het CBS. Zal mais uit de gratie raken? De dwingende derogatiewetgeving, met daarin een maximaal percentage van 30 procent mais in het bouwplan zorgt daar in zekere mate al voor. Maar bij een gebrek aan een alternatief gewas met een gelijke hoge drogestofopbrengst zal mais voorlopig op nummer één blijven. Laten we dan nu maar vooral hopen op een mooi maisgroeiseizoen.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.