Negen prangende vragen over de AMvB grondgebondenheid


Voor bedrijven met meer dan vier koeien per hectare wordt groeien heel duur
woensdag, 1 april, 2015

De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die grondgebondenheid in in de Melkveewet regelt, biedt melkveehouders duidelijkheid over de ontwikkelingsruimte voor hun bedrijf, maar roept ook nog veel vragen op. Veeteelt legde negen prangende vragen voor aan Wiebren van Stralen, beleidsadviseur milieu bij LTO.

In de AMvB staat onder meer dat extensieve bedrijven zonder fosfaatoverschot of met een fosfaatoverschot tot maximaal 20 kilo per hectare geen extra grond aan hoeven te trekken om te mogen groeien. Bedrijven met een fosfaatoverschot van twintig tot en met vijftig kilo per hectare moeten minimaal een kwart van hun uitbreiding grondgebonden realiseren. De meest intensieve bedrijven (met een overschot van meer dan 50 kilo fosfaat per hectare) kunnen alleen nog groeien als ze grond verwerven om de helft van deze extra fosfaat te kunnen plaatsen.

Hoe wordt het fosfaatoverschot berekend? Gebeurt dit forfaitair of kunnen veehouders door efficiënt te werken extra productieruimte verwerven?

‘De vaststelling van de melkveefosfaatreferentie op een bedrijf is gebaseerd op forfaitaire normen. Dat is gunstig. Als veehouders door deel te nemen aan de BEX vervolgens kunnen aantonen dat hun koeien minder fosfaat uitstoten dan de forfaitaire norm, dan kunnen ze binnen hun fosfaatruimte meer dieren houden. Met een goed kringloopmanagement is dus extra productieruime te verdienen.’

Wat betekenen deze normen, concreet vertaald in koeien per hectare?

‘Dit is natuurlijk afhankelijk van de plaatsingsruimte die kan variëren van grofweg 60 tot 100 kilo per hectare en van de fosfaatproductie van de koeien. In grote lijnen komt een fosfaatoverschot van 20 kilo per hectare neer op een halve koe extra per hectare. Dit betekent dat bedrijven met een intensiteit tot 2,5 a 3 koeien per hectare geen last hebben van deze AMvB. Tot een intensiteit van 3,5 a 4 koeien per hectare is groei nog redelijkerwijs mogelijk. Boven de 4 koeien per hectare wordt groeien heel duur. Deze getallen zijn exclusief jongvee.’

Welke grond telt mee als plaatsingsruimte voor fosfaat?

‘Veehouders moeten de grond onder hun bedrijf verantwoorden in de Gecombineerde Opgave. Naast grond in eigendom of alle vormen van pacht kan het ook gaan over grond met een gebruiksovereenkomst. Een afspraak over de uitwisseling van bijvoorbeeld voer en mest is dus niet genoeg. Voor gronden met een gebruiksbeperking, bijvoorbeeld van een natuurorganisatie, geldt dat de plaatsingsruimte wordt bepaald door de hoeveelheid mest die daadwerkelijk geplaatst mag worden of het aantal dieren dat per hectare mag worden ingeschaard.’

In hoeverre vervangt deze AMvB de plicht tot mestverwerking?

‘De AMvB is een aanvullende eis op de mestverwerkingsplicht voor melkveebedrijven. Deze maatregel blokkeert de mogelijkheid voor intensieve bedrijven om via mestverwerking grondloos te groeien. Het fosfaatoverschot dat niet op eigen grond hoeft te worden geplaatst moet echter nog steeds via mestverwerking worden afgezet. Voor minder intensieve bedrijven bestaat er daarnaast nog steeds de mogelijkheid om afzet van het overschot regionaal te regelen.’

Tot nu toe werd aangenomen dat 2013 het referentiejaar zou worden voor de bepaling van de fosfaatproductie van een bedrijf. Nu lijkt dat 2014 te worden. Hoe zit dit?

‘Dit is een misverstand. De Melkveewet – waarvan deze AMvB onderdeel wordt – is ingegaan op 1 januari 2015. In de wet staat dat rundveebedrijven een melkveefosfaatreferentie krijgen op basis van 2013. Dat is niet veranderd. Op het moment dat de Melkveewet in het Parlement werd aangekondigd was er echter nog geen AMvB. Om te voorkomen dat groei in 2014 toch onder de AMvB zou vallen, wordt de productie van 2014 gebruikt om de groei in fosfaatproductie vanaf 2015 te bepalen. Alleen deze groei valt onder de AMvB.’

Morgen behandelt Veeteelt nog vier vragen, die onder meer gaan over de knelgevallenregeling en het nationaal fosfaatplafond.


2 reacties

Voor bedrijven met meer dan vier koeien per hectare wordt groeien heel duur
woensdag, 1 april, 2015

De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die grondgebondenheid in in de Melkveewet regelt, biedt melkveehouders duidelijkheid over de ontwikkelingsruimte voor hun bedrijf, maar roept ook nog veel vragen op. Veeteelt legde negen prangende vragen voor aan Wiebren van Stralen, beleidsadviseur milieu bij LTO.

In de AMvB staat onder meer dat extensieve bedrijven zonder fosfaatoverschot of met een fosfaatoverschot tot maximaal 20 kilo per hectare geen extra grond aan hoeven te trekken om te mogen groeien. Bedrijven met een fosfaatoverschot van twintig tot en met vijftig kilo per hectare moeten minimaal een kwart van hun uitbreiding grondgebonden realiseren. De meest intensieve bedrijven (met een overschot van meer dan 50 kilo fosfaat per hectare) kunnen alleen nog groeien als ze grond verwerven om de helft van deze extra fosfaat te kunnen plaatsen.

Hoe wordt het fosfaatoverschot berekend? Gebeurt dit forfaitair of kunnen veehouders door efficiënt te werken extra productieruimte verwerven?

‘De vaststelling van de melkveefosfaatreferentie op een bedrijf is gebaseerd op forfaitaire normen. Dat is gunstig. Als veehouders door deel te nemen aan de BEX vervolgens kunnen aantonen dat hun koeien minder fosfaat uitstoten dan de forfaitaire norm, dan kunnen ze binnen hun fosfaatruimte meer dieren houden. Met een goed kringloopmanagement is dus extra productieruime te verdienen.’

Wat betekenen deze normen, concreet vertaald in koeien per hectare?

‘Dit is natuurlijk afhankelijk van de plaatsingsruimte die kan variëren van grofweg 60 tot 100 kilo per hectare en van de fosfaatproductie van de koeien. In grote lijnen komt een fosfaatoverschot van 20 kilo per hectare neer op een halve koe extra per hectare. Dit betekent dat bedrijven met een intensiteit tot 2,5 a 3 koeien per hectare geen last hebben van deze AMvB. Tot een intensiteit van 3,5 a 4 koeien per hectare is groei nog redelijkerwijs mogelijk. Boven de 4 koeien per hectare wordt groeien heel duur. Deze getallen zijn exclusief jongvee.’

Welke grond telt mee als plaatsingsruimte voor fosfaat?

‘Veehouders moeten de grond onder hun bedrijf verantwoorden in de Gecombineerde Opgave. Naast grond in eigendom of alle vormen van pacht kan het ook gaan over grond met een gebruiksovereenkomst. Een afspraak over de uitwisseling van bijvoorbeeld voer en mest is dus niet genoeg. Voor gronden met een gebruiksbeperking, bijvoorbeeld van een natuurorganisatie, geldt dat de plaatsingsruimte wordt bepaald door de hoeveelheid mest die daadwerkelijk geplaatst mag worden of het aantal dieren dat per hectare mag worden ingeschaard.’

In hoeverre vervangt deze AMvB de plicht tot mestverwerking?

‘De AMvB is een aanvullende eis op de mestverwerkingsplicht voor melkveebedrijven. Deze maatregel blokkeert de mogelijkheid voor intensieve bedrijven om via mestverwerking grondloos te groeien. Het fosfaatoverschot dat niet op eigen grond hoeft te worden geplaatst moet echter nog steeds via mestverwerking worden afgezet. Voor minder intensieve bedrijven bestaat er daarnaast nog steeds de mogelijkheid om afzet van het overschot regionaal te regelen.’

Tot nu toe werd aangenomen dat 2013 het referentiejaar zou worden voor de bepaling van de fosfaatproductie van een bedrijf. Nu lijkt dat 2014 te worden. Hoe zit dit?

‘Dit is een misverstand. De Melkveewet – waarvan deze AMvB onderdeel wordt – is ingegaan op 1 januari 2015. In de wet staat dat rundveebedrijven een melkveefosfaatreferentie krijgen op basis van 2013. Dat is niet veranderd. Op het moment dat de Melkveewet in het Parlement werd aangekondigd was er echter nog geen AMvB. Om te voorkomen dat groei in 2014 toch onder de AMvB zou vallen, wordt de productie van 2014 gebruikt om de groei in fosfaatproductie vanaf 2015 te bepalen. Alleen deze groei valt onder de AMvB.’

Morgen behandelt Veeteelt nog vier vragen, die onder meer gaan over de knelgevallenregeling en het nationaal fosfaatplafond.

2 reacties


Reacties

met deze nieuwe wet zijn wij wel op het verkeerde been gezet.op 13 -12-2013 heeft mevr Dijksma gezegt dat je kunt uitbreiden mits je de mest volledig verwerkt.Ik had het eerlijker gevonden dat degene die alle vergunningen in huis heeft nog mogen uitbreiden. Nu staan er stallen die niet vol mogen en een akkerbouwer kan nog gaan melken.Zo zorg je wel voor financiele knelgevallen

REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.