Vijftien procent van de biest is van slechte kwaliteit


Eén op de zes kalveren had in het onderzoek te weinig antistoffen
dinsdag, 10 oktober, 2017

Ongeveer vijftien procent van de biest bevat onvoldoende antistoffen voor een goede weerstandsopbouw. Dit blijkt uit een pilotonderzoek van ForFarmers, waarin de biestvoorziening van 127 kalveren op veertien bedrijven in kaart werd gebracht.

In pilotonderzoek had één op de zes kalveren te weinig antistoffen.

In het onderzoek is gebruikgemaakt van de Biestopnamecheck van de GD, waarbij de hoeveelheid immuunglobulinen (IgG) in een bloedmonster wordt gemeten. Deze antistoffen spelen een belangrijke rol bij de weerstand van het pasgeboren kalf.

Een gehalte van meer dan 10 gram immuunglobulinen per liter serum is volgens de Gezondheidsdienst noodzakelijk voor een goede weerstand, maar bij voorkeur is deze waarde groter dan 15 gram per liter. Deze norm van 10 gram werd bij 16,5 procent van de kalveren in het pilotonderzoek niet gehaald.

Kwaliteit twee derde biest goed

‘De hoeveelheid antistoffen in het bloed is voor een belangrijk deel het resultaat van de kwaliteit van de biest en de hoeveelheid die het kalf in de eerste levensuren opneemt’, geeft Alien van der Hem van ForFarmers aan.

In het onderzoek had 15 procent van de biestmonsters een dichtheid (de zogenaamde Brix-waarde) van minder dan 19 procent, wat overeenkomt met minder dan 50 gram IgG per liter. Dit wordt als slecht aangemerkt. Ongeveer twee derde van de biest is met een Brix-waarde van meer dan 22 procent (meer dan 65 gram IgG per liter) van goede kwaliteit.

Eerste opname gemiddeld drie liter

De kalveren in het onderzoek hadden bij de eerste biestgift gemiddeld drie liter opgenomen. Een derde van de kalveren kreeg de eerste zes uur minder dan drie liter biest. De eerste biest werd bij twee derde van de kalveren wel binnen twee uur na afkalven verstrekt, maar slechts vijftien procent kreeg binnen zes uur na de geboorte een tweede portie.

Kalveren die de eerste zes uur van hun leven meer dan 250 gram IgG uit biest kregen, bleken volgens de Biestopnamecheck een duidelijk hogere hoeveelheid afweerstoffen in het bloed te hebben dan kalveren die deze opname niet haalden.

Het gebruik van data staat centraal in de special over jongveeopfok in het tweede oktobernummer van Veeteelt, dat aanstaande donderdag verschijnt.


0 reacties

Eén op de zes kalveren had in het onderzoek te weinig antistoffen
dinsdag, 10 oktober, 2017

Ongeveer vijftien procent van de biest bevat onvoldoende antistoffen voor een goede weerstandsopbouw. Dit blijkt uit een pilotonderzoek van ForFarmers, waarin de biestvoorziening van 127 kalveren op veertien bedrijven in kaart werd gebracht.

In pilotonderzoek had één op de zes kalveren te weinig antistoffen.

In het onderzoek is gebruikgemaakt van de Biestopnamecheck van de GD, waarbij de hoeveelheid immuunglobulinen (IgG) in een bloedmonster wordt gemeten. Deze antistoffen spelen een belangrijke rol bij de weerstand van het pasgeboren kalf.

Een gehalte van meer dan 10 gram immuunglobulinen per liter serum is volgens de Gezondheidsdienst noodzakelijk voor een goede weerstand, maar bij voorkeur is deze waarde groter dan 15 gram per liter. Deze norm van 10 gram werd bij 16,5 procent van de kalveren in het pilotonderzoek niet gehaald.

Kwaliteit twee derde biest goed

‘De hoeveelheid antistoffen in het bloed is voor een belangrijk deel het resultaat van de kwaliteit van de biest en de hoeveelheid die het kalf in de eerste levensuren opneemt’, geeft Alien van der Hem van ForFarmers aan.

In het onderzoek had 15 procent van de biestmonsters een dichtheid (de zogenaamde Brix-waarde) van minder dan 19 procent, wat overeenkomt met minder dan 50 gram IgG per liter. Dit wordt als slecht aangemerkt. Ongeveer twee derde van de biest is met een Brix-waarde van meer dan 22 procent (meer dan 65 gram IgG per liter) van goede kwaliteit.

Eerste opname gemiddeld drie liter

De kalveren in het onderzoek hadden bij de eerste biestgift gemiddeld drie liter opgenomen. Een derde van de kalveren kreeg de eerste zes uur minder dan drie liter biest. De eerste biest werd bij twee derde van de kalveren wel binnen twee uur na afkalven verstrekt, maar slechts vijftien procent kreeg binnen zes uur na de geboorte een tweede portie.

Kalveren die de eerste zes uur van hun leven meer dan 250 gram IgG uit biest kregen, bleken volgens de Biestopnamecheck een duidelijk hogere hoeveelheid afweerstoffen in het bloed te hebben dan kalveren die deze opname niet haalden.

Het gebruik van data staat centraal in de special over jongveeopfok in het tweede oktobernummer van Veeteelt, dat aanstaande donderdag verschijnt.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.