Gebruik mastitisdata in fokwaarde uiergezondheid


Data over klinische mastitis zijn afkomstig uit door melkveehouders vastgelegde informatie uit VeeManager
vrijdag, 25 maart, 2016

Vanaf de indexdraai van april wordt de fokwaarde uiergezondheid verder uitgebreid met data over klinische mastitis, meldt Stichting Genetische Evaluatie Stieren (GES).

De basisdata zijn afkomstig uit celgetalgegevens uit mpr, dit blijft zo. Die worden nu aangevuld met data die melkveehouders zelf vastleggen in VeeManager, het veemanagementprogramma van CRV. Volgens Gerben de Jong, hoofd Animal Evaluation Unit, is de manier waarop veehouders gegevens over klinische mastitis vastleggen een aandachtspunt. ‘Maar uit vergelijking van de gegevens blijkt dat de betrouwbaarheid van de fokwaarde goed te borgen is.’

Stichting GES kijkt op dit moment ook of andere leveranciers van datamanagementsystemen informatie over klinische mastitis kunnen aanleveren.

Extra betrouwbaarheid

Het gebruik van klinische-mastitis-data zorgt voor extra betrouwbaarheid van de fokwaarde uiergezondheid en is ook imagotechnisch belangrijk, laat voorzitter Geart Benedictus van Stichting GES weten. ‘Mastitis is pijnlijk voor de koe en vraagt meer arbeid van de melkveehouder. Hiermee laten we zien dat we dierwelzijn en antibioticareductie serieus nemen.’

Uit de cijfers die GES presenteerde, blijkt dat er een relatie is tussen de fokwaarde klinische mastitis en de prestaties van dochtergroepen. Bij dochters van een stier met fokwaarde 96 voor klinische mastitis komt tot vijf procent méér klinische mastitis voor in de eerste drie lactaties dan bij dochters van een stier die een fokwaarde van 104 voor dit kenmerk scoort. 


0 reacties

Data over klinische mastitis zijn afkomstig uit door melkveehouders vastgelegde informatie uit VeeManager
vrijdag, 25 maart, 2016

Vanaf de indexdraai van april wordt de fokwaarde uiergezondheid verder uitgebreid met data over klinische mastitis, meldt Stichting Genetische Evaluatie Stieren (GES).

De basisdata zijn afkomstig uit celgetalgegevens uit mpr, dit blijft zo. Die worden nu aangevuld met data die melkveehouders zelf vastleggen in VeeManager, het veemanagementprogramma van CRV. Volgens Gerben de Jong, hoofd Animal Evaluation Unit, is de manier waarop veehouders gegevens over klinische mastitis vastleggen een aandachtspunt. ‘Maar uit vergelijking van de gegevens blijkt dat de betrouwbaarheid van de fokwaarde goed te borgen is.’

Stichting GES kijkt op dit moment ook of andere leveranciers van datamanagementsystemen informatie over klinische mastitis kunnen aanleveren.

Extra betrouwbaarheid

Het gebruik van klinische-mastitis-data zorgt voor extra betrouwbaarheid van de fokwaarde uiergezondheid en is ook imagotechnisch belangrijk, laat voorzitter Geart Benedictus van Stichting GES weten. ‘Mastitis is pijnlijk voor de koe en vraagt meer arbeid van de melkveehouder. Hiermee laten we zien dat we dierwelzijn en antibioticareductie serieus nemen.’

Uit de cijfers die GES presenteerde, blijkt dat er een relatie is tussen de fokwaarde klinische mastitis en de prestaties van dochtergroepen. Bij dochters van een stier met fokwaarde 96 voor klinische mastitis komt tot vijf procent méér klinische mastitis voor in de eerste drie lactaties dan bij dochters van een stier die een fokwaarde van 104 voor dit kenmerk scoort. 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.