GD: op 30 procent bedrijven veel antistoffen tegen wormen


De weerstandsopbouw tegen wormen verloopt vaak nog niet goed
vrijdag, 13 juli, 2018

De opbouw van weerstand tegen wormen verloopt op veel melkveebedrijven nog niet goed. Deze conclusie trekt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) uit de uitslagen van het onderzoek Worminfecties Tankmelk. Afgelopen jaar werden in 30 procent van de tankmelkmonsters veel of zeer veel antistoffen tegen maagdarmwormen en longwormen gevonden.

Het aandeel tankmelkmonsters met veel antistoffen was in 2017 overigens relatief laag. Zo overschreed in 2016 meer dan vijftig procent van de monsters deze grens en ook in de jaren daarvoor lag de besmetting op een hoger niveau. Een afdoende verklaring voor de verschillen heeft rundveedierenarts Debora Smits van GD niet, maar wisselende weersomstandigheden spelen in ieder geval een rol.

Onvoldoende weerstand

Als er veel of zeer veel antistoffen in tankmelk worden gevonden, dan betekent dit volgens Smits dat de weerstandsopbouw tegen wormen bij het jongvee niet optimaal is verlopen. ‘Een ongunstige uitslag zou aanleiding moeten zijn om nog eens kritisch te kijken naar het wormenmanagement tijdens de opfok’, adviseert de dierenarts.

Zelden klinische verschijnselen

‘Volwassen dieren laten zelden klinische verschijnselen zien van een wormenbesmetting, maar deze kost wel energie en dat gaat ten koste van de melkproductie’, aldus Smits. In sommige gevallen kan het volgens haar zinvol zijn om vaarzen en/of koeien te behandelen, maar ze adviseert dit altijd in overleg te doen met de eigen dierenarts.

Periodiek onderzoek

Het tankmelkonderzoek op antistoffen tegen maagdarmwormen wordt binnen het GD-abonnement Worminfecties Tankmelk eenmalig in oktober uitgevoerd. Voor longwormen vindt onderzoek in augustus en oktober plaats. Volgens GD maakten in 2017 ongeveer 2000 melkveehouders gebruik van het abonnement.

 

 


0 reacties

De weerstandsopbouw tegen wormen verloopt vaak nog niet goed
vrijdag, 13 juli, 2018

De opbouw van weerstand tegen wormen verloopt op veel melkveebedrijven nog niet goed. Deze conclusie trekt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) uit de uitslagen van het onderzoek Worminfecties Tankmelk. Afgelopen jaar werden in 30 procent van de tankmelkmonsters veel of zeer veel antistoffen tegen maagdarmwormen en longwormen gevonden.

Het aandeel tankmelkmonsters met veel antistoffen was in 2017 overigens relatief laag. Zo overschreed in 2016 meer dan vijftig procent van de monsters deze grens en ook in de jaren daarvoor lag de besmetting op een hoger niveau. Een afdoende verklaring voor de verschillen heeft rundveedierenarts Debora Smits van GD niet, maar wisselende weersomstandigheden spelen in ieder geval een rol.

Onvoldoende weerstand

Als er veel of zeer veel antistoffen in tankmelk worden gevonden, dan betekent dit volgens Smits dat de weerstandsopbouw tegen wormen bij het jongvee niet optimaal is verlopen. ‘Een ongunstige uitslag zou aanleiding moeten zijn om nog eens kritisch te kijken naar het wormenmanagement tijdens de opfok’, adviseert de dierenarts.

Zelden klinische verschijnselen

‘Volwassen dieren laten zelden klinische verschijnselen zien van een wormenbesmetting, maar deze kost wel energie en dat gaat ten koste van de melkproductie’, aldus Smits. In sommige gevallen kan het volgens haar zinvol zijn om vaarzen en/of koeien te behandelen, maar ze adviseert dit altijd in overleg te doen met de eigen dierenarts.

Periodiek onderzoek

Het tankmelkonderzoek op antistoffen tegen maagdarmwormen wordt binnen het GD-abonnement Worminfecties Tankmelk eenmalig in oktober uitgevoerd. Voor longwormen vindt onderzoek in augustus en oktober plaats. Volgens GD maakten in 2017 ongeveer 2000 melkveehouders gebruik van het abonnement.

 

 

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.