Langer leven: dierenliefde of dierenleed?


De geblesseerde Roma haalde de mijlpaal van 200.000 kg melk net niet
maandag, 23 november, 2015

Hoe ver mag je gaan bij het in leven houden van een dier? Die vraag kwam afgelopen zomer bij me op toen ik in Duitsland het bedrijf van productietopper Roma bezocht. Cashdochter Roma had op dat moment bijna 197.000 kilogram melk geproduceerd. Haar eigenaren wilden natuurlijk graag dat ze de 200.000 kilogram zou halen, een heel bijzondere mijlpaal.

Maar de gezondheid van Roma liet te wensen over. Door een blessure liep ze heel moeilijk. En ik weet zeker dat een gemiddelde koe met een dergelijke blessure al afgevoerd zou zijn. Het staat buiten kijf dat Roma liefdevol verzorgd werd door haar eigenaren, maar was haar welzijn gebaat bij dit leven? Overigens hebben haar eigenaren Roma recent laten inslapen. Een nieuwe blessure werd haar fataal, haar uiteindelijke productie: 198.744 kg.

Levensduur en economie

In de melkveehouderij is levensduur de laatste jaren een hot topic. In het duurzaamheidsdenken is een koe die langer mee gaat gewenst. Hier kun je je ook afvragen: hoe ver wil je gaan? Of zelfs hoe ver moet je gaan? Is het bijvoorbeeld gewenst om een koe die na vier keer insemineren niet drachtig is, af te voeren, terwijl ze verder gezond is? Wil je als veehouder vaker insemineren? Of zegt de maatschappij wellicht: zo ver moet je gaan. Hier begeef je je inmiddels in het spanningsveld tussen welzijn en economie. Een melkveehouderij is natuurlijk geen dierentehuis, maar een bedrijf. De melkveehouder moet wel zijn boterham verdienen met zijn melkvee.

Burger is afnemer

Veel vragen en de antwoorden zijn niet eenvoudig te geven. Het is mij wel duidelijk dat dierenliefde en dierenleed dicht bij elkaar kunnen liggen. En soms wordt het onderscheid tussen die twee zelfs bepaald door het gezichtspunt van de waarnemer. Steeds vaker is die waarnemer een burger. En dat is een gezichtspunt waar je als melkveehouder wel rekening mee moet houden, want die burger is uiteindelijk wel de afnemer van je eindproduct.


2 reacties

De geblesseerde Roma haalde de mijlpaal van 200.000 kg melk net niet
maandag, 23 november, 2015

Hoe ver mag je gaan bij het in leven houden van een dier? Die vraag kwam afgelopen zomer bij me op toen ik in Duitsland het bedrijf van productietopper Roma bezocht. Cashdochter Roma had op dat moment bijna 197.000 kilogram melk geproduceerd. Haar eigenaren wilden natuurlijk graag dat ze de 200.000 kilogram zou halen, een heel bijzondere mijlpaal.

Maar de gezondheid van Roma liet te wensen over. Door een blessure liep ze heel moeilijk. En ik weet zeker dat een gemiddelde koe met een dergelijke blessure al afgevoerd zou zijn. Het staat buiten kijf dat Roma liefdevol verzorgd werd door haar eigenaren, maar was haar welzijn gebaat bij dit leven? Overigens hebben haar eigenaren Roma recent laten inslapen. Een nieuwe blessure werd haar fataal, haar uiteindelijke productie: 198.744 kg.

Levensduur en economie

In de melkveehouderij is levensduur de laatste jaren een hot topic. In het duurzaamheidsdenken is een koe die langer mee gaat gewenst. Hier kun je je ook afvragen: hoe ver wil je gaan? Of zelfs hoe ver moet je gaan? Is het bijvoorbeeld gewenst om een koe die na vier keer insemineren niet drachtig is, af te voeren, terwijl ze verder gezond is? Wil je als veehouder vaker insemineren? Of zegt de maatschappij wellicht: zo ver moet je gaan. Hier begeef je je inmiddels in het spanningsveld tussen welzijn en economie. Een melkveehouderij is natuurlijk geen dierentehuis, maar een bedrijf. De melkveehouder moet wel zijn boterham verdienen met zijn melkvee.

Burger is afnemer

Veel vragen en de antwoorden zijn niet eenvoudig te geven. Het is mij wel duidelijk dat dierenliefde en dierenleed dicht bij elkaar kunnen liggen. En soms wordt het onderscheid tussen die twee zelfs bepaald door het gezichtspunt van de waarnemer. Steeds vaker is die waarnemer een burger. En dat is een gezichtspunt waar je als melkveehouder wel rekening mee moet houden, want die burger is uiteindelijk wel de afnemer van je eindproduct.

2 reacties


Reacties

Een zeer terechte bijdrage in de naar mijn mening te simpel gevoerde, discussie rond levensduur. Gezondheid van de koe staat mijns inziens voorop. De kunst is om een instrument te ontwikkelen om ongeveer 2 maanden na het kalven te beoordelen of een koe nog een lactatie mee kan. Ook wanneer je alleen economisch denkt voegen de 5e en latere lactaties niet heel veel meer toe aan het verlagen van de opfokkosten per liter melk. Vooral de uitval van vaarzen en 2e kalfs koeien is slecht voor zowel het resultaat als voor ons imago. Ook durf ik de stelling wel aan dat zowel financieel maar zeker voor wat betreft het imago geldt: Een worstkoe is een koe die een jaar te lang is aangehouden.

Dit onderwerp kent veel dimensies. Vanuit welk standpunt vlieg je hem aan. In eerste instantie lijkt een langer leven winst. Maar, zoals Gert terecht opmerkt, de gezondheid van de koe staat voorop. Hoe lang ga je dan door met het behandelen van een ziek dier, zeker in het licht van terughoudend gebruik van antibioticum? Hoe lang ga je door met insemineren? In zijn algemeenheid durf ik de stelling aan dat veehouders verstandig omgaan met hun dieren. Als het niet meer gaat vanuit gezondheid, dan wordt het besluit niet onnodig uitgesteld. De discussie met de samenleving durf ik ook wel aan. Als ik zie hoe er gedokterd wordt met huisdieren, vraag ik me ook af wiens belang gediend wordt. Is er sprake van liefde voor de hond of kat, of is het baasje zo egoïstisch dat de doorgeschoten 'dierenliefde' uitmondt in onnodig laten lijden.

REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.