Veel of weinig pijn: voorbeeldberekeningen uit het zuivelplan


De verwachting is dat verreweg de meeste melkveehouders voor de gve-reductieregeling zullen kiezen
woensdag, 14 december, 2016

Volgens het vandaag gepresenteerde zuivelplan kunnen melkveehouders, op de voorwaarde dat hun zuivelfabriek beide regelingen omarmt, kiezen voor de melkgeldregeling of de gve-reductieregeling (klik hier voor de details).

De verwachting is dat verreweg de meeste melkveehouders kiezen voor de gve-regeling. Alleen die regeling bevat ook een bonussysteem en enige coulance als blijkt dat de nationale aanpak succesvol is. Hieronder volgt van beide regelingen een rekenvoorbeeld.

Rekenvoorbeeld melkgeldregeling

Een melkveehouder die kiest voor de melkgeldregeling heeft als referentie het geleverde melkvolume in 2015. In dit voorbeeld heeft hij 850.000 kilo melk. Na aftrek van de vier procent korting blijft er 816.000 kilo melk over. Gedeeld door 12 maanden is dat 68.000 kilo melk per maand. Wanneer de melkveehouder in 2017 935.000 kilo melk gaat leveren, komt dit neer op een maandelijkse leverantie van 77.917 kilo. Dat is 9917 kilo melk meer dan de referentie. Hierover moet 90 procent van de kale melkprijs (stel deze is 35 cent) aan boete worden betaald. Dat komt neer op maandelijks 3124 euro. Deze regeling is eigenlijk alleen interessant als er meer koeien met een lagere totaalproductie worden gehouden.

Heffing bij GVE-regeling

Kiest dezelfde veehouder voor de gve-regeling, dan is zijn gve-referentie het aantal grootvee-eenheden op 2 juli 2015 (100 stuks) min vier procent, dus 96 stuks. Op 1 oktober 2016 bedroeg het aantal gve 108 stuks en op 1 januari 2017 zijn het er 110. De gve-overschrijding is hierdoor 110-96=14 stuks.

In de eerste periode (die start als de regeling defintief is goedgekeurd) moet de veehouder 5 procent gve’s reduceren ten opzichte van 1 oktober 2016. Dit zijn 5,4 koeien plus de twee koeien die de veehouder gegroeid is sinds 1 oktober 2016 en sowieso moet afstoten. De veehouder moet in de eerste periode van twee maanden dus 7,4 gve reduceren.

Reduceert hij dit aantal niet, dan volgt er een heffing. De totale gve-overschrijding van 14 koeien wordt vermenigvuldigd met 800 kilo melk als standaard kortingsvolume. Dit vermenigvuldigd met 90 procent van de kale melkprijs van 35 eurocent geeft een heffing van 3528 per maand. Deze heffing vervalt als de veehouder de 5 procent gve-reductie realiseert in deze eerste twee maanden.

In periode twee is het reductiepercentage 10 procent en in periode drie is het percentage afhankelijk van de resultaten van de nationale fosfaatreductie.

Berekening solidairiteitsheffing

Stel: de betreffende veehouder heeft vijf procent gve gereduceerd in de eerste periode, maar nog niet zijn gve-referentie behaald. Hierdoor moet hij een solidairiteitspremie betalen. De totale gve-overschrijding van 14 koeien wordt hiervoor verminderd met de reductie in periode 1 van 7,4 koeien. Hierdoor blijven er 6,6 koeien over. Vermenigvuldigd met 800 kilo melk als standaard kortingsvolume en twintig procent van de kale melkprijs van 35 eurocent, is dit bedrag 369,60 euro per maand.

Groei die ongemoeid blijft

Wanneer de stoppersregeling en het voerspoor goed functioneren, kan het zijn dat de gve-reductieregeling niet verder oploopt dan een reductiepercentage in het derde kwartaal van bijvoorbeeld 15 procent. De veehouder uit het voorbeeld heeft zijn gve-referentie dan al gehaald omdat 15 procent van 110 gve’s ervoor zorgt dat de veehouder zou uitkomen op 93,5 gve (terwijl de referentie 96 is). Voor bedrijven die veel meer zijn gegroeid en waarbij de referentie lager ligt dan het aantal koeien op 1 januari 2017 min de veronderstelde 15 procent, kan het dus zijn dat een deel van de groei niet gereduceerd hoeft te worden. Hierover moet de rest van het jaar wel de solidairiteitsheffing worden betaald en moeten in 2018 fosfaatrechten worden gekocht.


3 reacties

De verwachting is dat verreweg de meeste melkveehouders voor de gve-reductieregeling zullen kiezen
woensdag, 14 december, 2016

Volgens het vandaag gepresenteerde zuivelplan kunnen melkveehouders, op de voorwaarde dat hun zuivelfabriek beide regelingen omarmt, kiezen voor de melkgeldregeling of de gve-reductieregeling (klik hier voor de details).

De verwachting is dat verreweg de meeste melkveehouders kiezen voor de gve-regeling. Alleen die regeling bevat ook een bonussysteem en enige coulance als blijkt dat de nationale aanpak succesvol is. Hieronder volgt van beide regelingen een rekenvoorbeeld.

Rekenvoorbeeld melkgeldregeling

Een melkveehouder die kiest voor de melkgeldregeling heeft als referentie het geleverde melkvolume in 2015. In dit voorbeeld heeft hij 850.000 kilo melk. Na aftrek van de vier procent korting blijft er 816.000 kilo melk over. Gedeeld door 12 maanden is dat 68.000 kilo melk per maand. Wanneer de melkveehouder in 2017 935.000 kilo melk gaat leveren, komt dit neer op een maandelijkse leverantie van 77.917 kilo. Dat is 9917 kilo melk meer dan de referentie. Hierover moet 90 procent van de kale melkprijs (stel deze is 35 cent) aan boete worden betaald. Dat komt neer op maandelijks 3124 euro. Deze regeling is eigenlijk alleen interessant als er meer koeien met een lagere totaalproductie worden gehouden.

Heffing bij GVE-regeling

Kiest dezelfde veehouder voor de gve-regeling, dan is zijn gve-referentie het aantal grootvee-eenheden op 2 juli 2015 (100 stuks) min vier procent, dus 96 stuks. Op 1 oktober 2016 bedroeg het aantal gve 108 stuks en op 1 januari 2017 zijn het er 110. De gve-overschrijding is hierdoor 110-96=14 stuks.

In de eerste periode (die start als de regeling defintief is goedgekeurd) moet de veehouder 5 procent gve’s reduceren ten opzichte van 1 oktober 2016. Dit zijn 5,4 koeien plus de twee koeien die de veehouder gegroeid is sinds 1 oktober 2016 en sowieso moet afstoten. De veehouder moet in de eerste periode van twee maanden dus 7,4 gve reduceren.

Reduceert hij dit aantal niet, dan volgt er een heffing. De totale gve-overschrijding van 14 koeien wordt vermenigvuldigd met 800 kilo melk als standaard kortingsvolume. Dit vermenigvuldigd met 90 procent van de kale melkprijs van 35 eurocent geeft een heffing van 3528 per maand. Deze heffing vervalt als de veehouder de 5 procent gve-reductie realiseert in deze eerste twee maanden.

In periode twee is het reductiepercentage 10 procent en in periode drie is het percentage afhankelijk van de resultaten van de nationale fosfaatreductie.

Berekening solidairiteitsheffing

Stel: de betreffende veehouder heeft vijf procent gve gereduceerd in de eerste periode, maar nog niet zijn gve-referentie behaald. Hierdoor moet hij een solidairiteitspremie betalen. De totale gve-overschrijding van 14 koeien wordt hiervoor verminderd met de reductie in periode 1 van 7,4 koeien. Hierdoor blijven er 6,6 koeien over. Vermenigvuldigd met 800 kilo melk als standaard kortingsvolume en twintig procent van de kale melkprijs van 35 eurocent, is dit bedrag 369,60 euro per maand.

Groei die ongemoeid blijft

Wanneer de stoppersregeling en het voerspoor goed functioneren, kan het zijn dat de gve-reductieregeling niet verder oploopt dan een reductiepercentage in het derde kwartaal van bijvoorbeeld 15 procent. De veehouder uit het voorbeeld heeft zijn gve-referentie dan al gehaald omdat 15 procent van 110 gve’s ervoor zorgt dat de veehouder zou uitkomen op 93,5 gve (terwijl de referentie 96 is). Voor bedrijven die veel meer zijn gegroeid en waarbij de referentie lager ligt dan het aantal koeien op 1 januari 2017 min de veronderstelde 15 procent, kan het dus zijn dat een deel van de groei niet gereduceerd hoeft te worden. Hierover moet de rest van het jaar wel de solidairiteitsheffing worden betaald en moeten in 2018 fosfaatrechten worden gekocht.

3 reacties


Reacties

Vraagje: moet in het plan van de zuivelsector in de tweede periode tot 10% worden afgevoerd van het aantal GVE per 1 oktober 2016. Of moet in de tweede periode 10 % bovenop de 5% van de eerste periode worden afgevoerd (dus 15% over periode 1 +2)?

REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.
You must have Javascript enabled to use this form.