Melkveesector dringt fosfaatproductie met 4,5 miljoen kg terug


In het eerste kwartaal van 2017 kromp de melkveestapel met ruim 90.000 dieren
vrijdag, 28 april, 2017

In het eerste kwartaal van 2017 heeft de melkveehouderij de fosfaatproductie met 4,5 miljoen kg teruggedrongen.

Op 1 april bedroeg de totale fosfaatproductie van de veestapel 175,0 miljoen kg fosfaat. Dat meldt het CBS in de monitor fosfaatreductieplan. Uiteindelijk moet de fosfaatproductie in 2017 weer onder het Europees plafond van 172,9 miljoen kg komen.

Krimp met ruim 90.000 dieren

De daling kwam onder meer tot stand dankzij een krimp van de melkveestapel met ruim 90.000 dieren. Ook via het veevoer is succesvol fosfaat gereduceerd. In het eerste kwartaal van 2017 lag het fosforgehalte tussen 4,2 en 4,3 gram per kg.

Wel levert de stoppersregeling een minder grote reductie op dan in eerste instantie verwacht, zo schrijft staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Omdat er vanwege staatssteunregels geen derde openstelling komt, levert de stoppersregeling maximaal een reductie van 1,5 miljoen kg fosfaat op. Dat is minder dan de beoogde 2,5 miljoen kg fosfaatreductie.

Reductiedoelstelling van 4 naar 5 miljoen kg

Omdat ook buiten de melkveesector een lichte stijging is van het aantal dieren die fosfaat uitstoten, zoals kippen en varkens, heeft Van Dam besloten de totale reductiedoelstelling voor melkveehouders op te hogen van 4 naar 5 miljoen kg. De komende weken onderzoekt hij welke aanvullende maatregelen daarvoor nodig zijn. Een mogelijke optie is het verder verlagen van het fosforgehalte in het veevoer. Begin juni maakt Van Dam daar meer over bekend. Ook legt hij dan het exacte reductiepercentage voor de derde periode van dit jaar vast. In de eerste twee perioden lag dat op achtereenvolgens vijf en tien procent. Voor de derde periode (juli/augustus) is eerder aangegeven dat dit maximaal twintig procent zal zijn.

Jongveeverhouding op 28 april

In de brief aan de Tweede Kamer meldt Van Dam ook een aanpassing van het fosfaatreductieplan nu het plan niet langer geldt voor niet-melkproducerende bedrijven. Om te voorkomen dat melkveehouders jongvee onderbrengen bij vleesveebedrijven, zal voor elk melkproducerend bedrijf een jongveeverhouding worden bepaald op basis van de aanwezige dieren op 28 april 2017. Dat zogeheten jongveegetal wordt bepaald door de verhouding tussen het op het bedrijf aanwezige jongvee en het aantal afgekalfde koeien. Afvoer van jongvee telt alleen mee als reductie als naar verhouding (in gve) een gelijk aantal koeien die hebben afgekalfd wordt afgevoerd.

Tweede ronde stoppersregeling gaat op 8 mei in

Eerder deze week maakte Van Dam bekend dat de tweede ronde van de stoppersregeling op 8 mei ingaat. Veehouders die hun dieren inschrijven krijgen een premie van 730 euro per koe. Dat is minder dan in de eerste ronde toen veehouders 1200 euro per koe ontvingen. In totaal is er voor de tweede ronde een bedrag van vijf miljoen euro beschikbaar.


0 reacties

In het eerste kwartaal van 2017 kromp de melkveestapel met ruim 90.000 dieren
vrijdag, 28 april, 2017

In het eerste kwartaal van 2017 heeft de melkveehouderij de fosfaatproductie met 4,5 miljoen kg teruggedrongen.

Op 1 april bedroeg de totale fosfaatproductie van de veestapel 175,0 miljoen kg fosfaat. Dat meldt het CBS in de monitor fosfaatreductieplan. Uiteindelijk moet de fosfaatproductie in 2017 weer onder het Europees plafond van 172,9 miljoen kg komen.

Krimp met ruim 90.000 dieren

De daling kwam onder meer tot stand dankzij een krimp van de melkveestapel met ruim 90.000 dieren. Ook via het veevoer is succesvol fosfaat gereduceerd. In het eerste kwartaal van 2017 lag het fosforgehalte tussen 4,2 en 4,3 gram per kg.

Wel levert de stoppersregeling een minder grote reductie op dan in eerste instantie verwacht, zo schrijft staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Omdat er vanwege staatssteunregels geen derde openstelling komt, levert de stoppersregeling maximaal een reductie van 1,5 miljoen kg fosfaat op. Dat is minder dan de beoogde 2,5 miljoen kg fosfaatreductie.

Reductiedoelstelling van 4 naar 5 miljoen kg

Omdat ook buiten de melkveesector een lichte stijging is van het aantal dieren die fosfaat uitstoten, zoals kippen en varkens, heeft Van Dam besloten de totale reductiedoelstelling voor melkveehouders op te hogen van 4 naar 5 miljoen kg. De komende weken onderzoekt hij welke aanvullende maatregelen daarvoor nodig zijn. Een mogelijke optie is het verder verlagen van het fosforgehalte in het veevoer. Begin juni maakt Van Dam daar meer over bekend. Ook legt hij dan het exacte reductiepercentage voor de derde periode van dit jaar vast. In de eerste twee perioden lag dat op achtereenvolgens vijf en tien procent. Voor de derde periode (juli/augustus) is eerder aangegeven dat dit maximaal twintig procent zal zijn.

Jongveeverhouding op 28 april

In de brief aan de Tweede Kamer meldt Van Dam ook een aanpassing van het fosfaatreductieplan nu het plan niet langer geldt voor niet-melkproducerende bedrijven. Om te voorkomen dat melkveehouders jongvee onderbrengen bij vleesveebedrijven, zal voor elk melkproducerend bedrijf een jongveeverhouding worden bepaald op basis van de aanwezige dieren op 28 april 2017. Dat zogeheten jongveegetal wordt bepaald door de verhouding tussen het op het bedrijf aanwezige jongvee en het aantal afgekalfde koeien. Afvoer van jongvee telt alleen mee als reductie als naar verhouding (in gve) een gelijk aantal koeien die hebben afgekalfd wordt afgevoerd.

Tweede ronde stoppersregeling gaat op 8 mei in

Eerder deze week maakte Van Dam bekend dat de tweede ronde van de stoppersregeling op 8 mei ingaat. Veehouders die hun dieren inschrijven krijgen een premie van 730 euro per koe. Dat is minder dan in de eerste ronde toen veehouders 1200 euro per koe ontvingen. In totaal is er voor de tweede ronde een bedrag van vijf miljoen euro beschikbaar.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.