Landbouwtelling: schaalvergroting stagneert door fosfaatwetgeving


De stagnerende schaalvergroting is grotendeels te verklaren door de nieuwe fosfaatwetgeving
donderdag, 30 november, 2017

In 2016 telde een Nederlands melkveebedrijf nog gemiddeld 101 melkkoeien. In 2017 komt dit aantal net onder de 100 uit, blijkt uit de nieuwe Landbouwtelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Daarmee komt er voorlopig een einde aan de jarenlange gestage groei van het aantal melkkoeien op Nederlandse bedrijven. De stagnerende schaalvergroting is grotendeels te verklaren door de nieuwe fosfaatwetgeving, waardoor veel melkveehouders koeien moesten afvoeren. Uit de voorlopige cijfers van de Landbouwtelling van 1 april 2017 blijkt dat het aantal melkkoeien met ruim 50.000 is gedaald, het aantal stuks vrouwelijk jongvee met circa 120.000. De melkproductie nam tot en met het derde kwartaal van 2017 gemiddeld met 0,7 procent af. 

Omzet 40 procent toegenomen

De totale omzet van de melkveesector steeg in het derde kwartaal van 2017 met 40 procent vergeleken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Ook in de twee voorafgaande kwartalen was een omzetstijging te zien. Het CBS berekende dat de gemiddelde standaardopbrengst uit een Nederlands melkveebedrijf in 2017 uitkomt op 416.000 euro. In het jaar 2000 was dat nog 181.000 euro bij gemiddeld 56 melkkoeien.

Derde heeft verbredingsactiviteit

Ruim een derde van de agrarische bedrijven heeft naast de hoofdtak een verbredingsactiviteit. Maar bij 80 procent van de melkveebedrijven dragen de verbredingsactiviteiten voor minder dan 10 procent bij aan de totale opbrengst. Op melkveebedrijven gaat het daarbij het vaakst om landschaps- en natuurbeheer (19 procent). 

Op melkveebedrijf vaakst baan buitenshuis

Op melkveebedrijven wordt er naast het bedrijf het vaakst buitenshuis gewerkt door een familielid, namelijk op ruim 38 procent van de bedrijven. Van alle agrarische sectoren gaat juist het bedrijfshoofd op melkveebedrijven het minst uit werken, hoewel het aandeel wat groeide van 8 procent in 2010 naar 12 procent in 2016. Het CBS analyseerde dat bedrijfshoofden van de kleinere bedrijven er over het algemeen vaker een baan bij hebben dan de hoofden van grotere bedrijven. En voor meewerkende familieleden geldt, omgekeerd, dat zij er op grotere bedrijven vaker een baan bij hebben dan op kleinere bedrijven.


0 reacties

De stagnerende schaalvergroting is grotendeels te verklaren door de nieuwe fosfaatwetgeving
donderdag, 30 november, 2017

In 2016 telde een Nederlands melkveebedrijf nog gemiddeld 101 melkkoeien. In 2017 komt dit aantal net onder de 100 uit, blijkt uit de nieuwe Landbouwtelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Daarmee komt er voorlopig een einde aan de jarenlange gestage groei van het aantal melkkoeien op Nederlandse bedrijven. De stagnerende schaalvergroting is grotendeels te verklaren door de nieuwe fosfaatwetgeving, waardoor veel melkveehouders koeien moesten afvoeren. Uit de voorlopige cijfers van de Landbouwtelling van 1 april 2017 blijkt dat het aantal melkkoeien met ruim 50.000 is gedaald, het aantal stuks vrouwelijk jongvee met circa 120.000. De melkproductie nam tot en met het derde kwartaal van 2017 gemiddeld met 0,7 procent af. 

Omzet 40 procent toegenomen

De totale omzet van de melkveesector steeg in het derde kwartaal van 2017 met 40 procent vergeleken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Ook in de twee voorafgaande kwartalen was een omzetstijging te zien. Het CBS berekende dat de gemiddelde standaardopbrengst uit een Nederlands melkveebedrijf in 2017 uitkomt op 416.000 euro. In het jaar 2000 was dat nog 181.000 euro bij gemiddeld 56 melkkoeien.

Derde heeft verbredingsactiviteit

Ruim een derde van de agrarische bedrijven heeft naast de hoofdtak een verbredingsactiviteit. Maar bij 80 procent van de melkveebedrijven dragen de verbredingsactiviteiten voor minder dan 10 procent bij aan de totale opbrengst. Op melkveebedrijven gaat het daarbij het vaakst om landschaps- en natuurbeheer (19 procent). 

Op melkveebedrijf vaakst baan buitenshuis

Op melkveebedrijven wordt er naast het bedrijf het vaakst buitenshuis gewerkt door een familielid, namelijk op ruim 38 procent van de bedrijven. Van alle agrarische sectoren gaat juist het bedrijfshoofd op melkveebedrijven het minst uit werken, hoewel het aandeel wat groeide van 8 procent in 2010 naar 12 procent in 2016. Het CBS analyseerde dat bedrijfshoofden van de kleinere bedrijven er over het algemeen vaker een baan bij hebben dan de hoofden van grotere bedrijven. En voor meewerkende familieleden geldt, omgekeerd, dat zij er op grotere bedrijven vaker een baan bij hebben dan op kleinere bedrijven.

0 reacties



REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.