Hoger beroep: iedereen moet zich aan fosfaatreductie houden


In het hoger beroep worden alle melkveehouders weer binnen de Regeling Fosfaatreductieplan geplaatst
dinsdag, 31 oktober, 2017

Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat de melkveehouders die eerder buiten de fosfaatreductieregeling waren gesteld, zich daar toch aan moeten houden. De Nederlandse Staat is daarmee in hoger beroep in het gelijk gesteld.

Dat meldt Gerechtshof Den Haag in een persbericht. Het hoger beroep was aangetekend door de Nederlandse Staat na de uitspraak door de voorzieningenrechter op 4 mei in zes kort gedingen.

Ruim vijftig melkveehouders werden toen buiten de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 gezet. De voorzieningenrechter oordeelde dat de betreffende veehouders onevenredig zwaar werden getroffen, omdat ze vóór 2 juli 2015 onomkeerbare financiële verplichtingen waren aangegaan.

Genoeg signalen van nieuwe maatregelen

Het Haagse Gerechtshof heeft het oordeel van de voorzieningenrechter nu vernietigd. Het hof is van oordeel dat voor melkveehouders te voorzien is geweest dat er na het afschaffen van het melkquotum nadere maatregelen genomen zouden moeten worden om te voorkomen dat het mestplafond zou worden overschreden.

Naar het oordeel van het hof is dat ook in voldoende mate af te leiden geweest uit uitlatingen die door de staatssecretarissen in de Tweede Kamer zijn gedaan. ‘De melkveehouders mochten er daarom niet op vertrouwen dat hun bedrijven ongeremd zouden kunnen groeien’, aldus het hof.

Onvoldoende gegevens van individuele bedrijven

Het hof is verder van oordeel dat niet in algemene zin kan worden gezegd dat de fosfaatreductieregeling tot onevenredige gevolgen leidt. Of de regeling in individuele gevallen tot onevenredige gevolgen leidt, moet volgens het hof beoordeeld worden door alle omstandigheden van het individuele geval mee te wegen. Enkel het feit dat er een onomkeerbare investering is gedaan, is niet voldoende om te concluderen of er een onevenredige benadeling is.

Door individuele melkveehouders zijn nu onvoldoende gegevens ingebracht waaruit blijkt dat ze onevenredig door de regeling worden benadeeld.

Lichte toets

Op 9 augustus plaatste de voorzieningenrechter meer bedrijven buiten de regeling. Daarnaast moest RVO een zogenaamde lichte toets ontwerpen waarmee veehouders konden toetsen of ze onrechtmatig door de regeling waren getroffen.

Tegen deze uitspraak is voormalig staatssecretaris Martijn van Dam ook in hoger beroep gegaan. Het Haagse hof heeft hierin nog geen uitspraak gedaan, maar een vergelijkbaar oordeel lijkt aannemelijk.

Geen uitzondering bioboeren

Het hof heeft ook geen uitzondering gemaakt voor biologische boeren, omdat ze ook aan de nationale mestproductie bijdragen. De vraag of biologische melkveehouders toch een aparte positie verdienen, is volgens de rechter een politieke vraag.



In het hoger beroep worden alle melkveehouders weer binnen de Regeling Fosfaatreductieplan geplaatst
dinsdag, 31 oktober, 2017

Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat de melkveehouders die eerder buiten de fosfaatreductieregeling waren gesteld, zich daar toch aan moeten houden. De Nederlandse Staat is daarmee in hoger beroep in het gelijk gesteld.

Dat meldt Gerechtshof Den Haag in een persbericht. Het hoger beroep was aangetekend door de Nederlandse Staat na de uitspraak door de voorzieningenrechter op 4 mei in zes kort gedingen.

Ruim vijftig melkveehouders werden toen buiten de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 gezet. De voorzieningenrechter oordeelde dat de betreffende veehouders onevenredig zwaar werden getroffen, omdat ze vóór 2 juli 2015 onomkeerbare financiële verplichtingen waren aangegaan.

Genoeg signalen van nieuwe maatregelen

Het Haagse Gerechtshof heeft het oordeel van de voorzieningenrechter nu vernietigd. Het hof is van oordeel dat voor melkveehouders te voorzien is geweest dat er na het afschaffen van het melkquotum nadere maatregelen genomen zouden moeten worden om te voorkomen dat het mestplafond zou worden overschreden.

Naar het oordeel van het hof is dat ook in voldoende mate af te leiden geweest uit uitlatingen die door de staatssecretarissen in de Tweede Kamer zijn gedaan. ‘De melkveehouders mochten er daarom niet op vertrouwen dat hun bedrijven ongeremd zouden kunnen groeien’, aldus het hof.

Onvoldoende gegevens van individuele bedrijven

Het hof is verder van oordeel dat niet in algemene zin kan worden gezegd dat de fosfaatreductieregeling tot onevenredige gevolgen leidt. Of de regeling in individuele gevallen tot onevenredige gevolgen leidt, moet volgens het hof beoordeeld worden door alle omstandigheden van het individuele geval mee te wegen. Enkel het feit dat er een onomkeerbare investering is gedaan, is niet voldoende om te concluderen of er een onevenredige benadeling is.

Door individuele melkveehouders zijn nu onvoldoende gegevens ingebracht waaruit blijkt dat ze onevenredig door de regeling worden benadeeld.

Lichte toets

Op 9 augustus plaatste de voorzieningenrechter meer bedrijven buiten de regeling. Daarnaast moest RVO een zogenaamde lichte toets ontwerpen waarmee veehouders konden toetsen of ze onrechtmatig door de regeling waren getroffen.

Tegen deze uitspraak is voormalig staatssecretaris Martijn van Dam ook in hoger beroep gegaan. Het Haagse hof heeft hierin nog geen uitspraak gedaan, maar een vergelijkbaar oordeel lijkt aannemelijk.

Geen uitzondering bioboeren

Het hof heeft ook geen uitzondering gemaakt voor biologische boeren, omdat ze ook aan de nationale mestproductie bijdragen. De vraag of biologische melkveehouders toch een aparte positie verdienen, is volgens de rechter een politieke vraag.



Reacties


REAGEER

Veeteelt stelt het erg op prijs dat je wilt reageren op een bericht. Vul hieronder je volledige naam (voor- en achternaam) en je emailadres in. Je reactie wordt dan meteen geplaatst. Wil je niet elke keer je naam en emailadres invullen? Dan kun je je eenmalig registreren. Zo ontstaat een omgeving waarin iedereen op een respectvolle manier kan reageren in plaats van anoniem afreageren.